Recht & Onrecht

Als de politie de burger vergeet volgen er politieke ongelukken

Geld verdienen met de stad – met cultuur, monumenten en een permanente kermis aan evenementen. De stedelingen zuchten er onder, de politie volgt de trend en verdwijnt uit de ‘prachtwijken’ en buurten die er zo’n behoefte aan hebben. De Politiecolumn van Piet van Reenen.

Toeristen op de Prinsengracht voor het Anne Frankhuis. Foto: Thomas Schlijper

Er draait een tentoonstelling over het werk van Georg Breitner en Josef Israel in het Haagse Gemeentemuseum. Het thema is de eind 19e eeuw opkomende werkstad, schilderijen over de bouw van fabrieken en arbeiderswoningen, de grauwe afmattende fabrieksarbeid, kinderarbeid en verpaupering. De nieuwe industrieën waren destijds de economische motoren van de stad. Nu wordt er geld verdiend met de expositie van de schilderijen. Musea zijn deel van het nieuwe verdienmodel van de stad. Booz Allen en Co. schatte dat het Rijksmuseum een bijdrage van 235 miljoen euro per jaar aan het BBP en een groei van werkgelegenheid zou bewerkstelligen.

De stad is een evenementenmachine geworden. De evenementenkalender van onze steden is overvol en kleurrijk: Sail Amsterdam, kroningen en koninklijke verjaardagen, vreemde staatshoofden, internationale conferenties, cruiseschepen, voorzitterschappen van de EU, start en doorkomst van de Tour de France, allerhande kampioenschappen, de Vierdaagse, de kermis, het zomercarnaval in Rotterdam, uitmarkten, muziekfestivals, parades, taptoes, Prinsjesdag, belevingsroutes, skûtsjesilen, te veel om op te noemen. Het exploiteren van de stad is een professie geworden en heet city promotion en citymarketing, de stad als verdienmodel en de stad als merk: I AMsterdam, The Big Apple. Van de werksteden van het eind van de negentiende eeuw naar stad als pretpark. Zelfs Den Bosch werd wereldstad met de tentoonstellingen over de Jeroen Bosch.

De Amsterdamse politiechef luidde de noodklok: de politie in Amsterdam komt niet meer toe aan het normale politiewerk. In buurten en wijken is geen politieman meer te zien. Het nieuwe verdienmodel van de stad levert veel geld op voor de gemeente, voor bedrijven, middenstand en horeca en voor de vele Airbnb-adepten, maar aan de kostenkant ontstaan nieuwe posten: irritatie bij bewoners van buurten waar de overlast door toeristen groeit , overvolle binnensteden, rommel op straat en de afwezige politie. De tweetonige hoorn van de spoedrit naar het zoveelste incident is wat de burger van de politie merkt. De stad als verdienmodel vraagt veel politie dat geldt niet alleen in Amsterdam en niet alleen in de grote steden.

Risico’s vermijden

Het nieuwe verdienmodel van de steden trekt politiemensen weg uit het dagelijkse werk en die beweging komt niet alleen. De opbouw en versterking van bijzondere eenheden die met veiligheid en terrorismebestrijding belast zijn heeft hetzelfde effect. Die eenheden zijn centraal georganiseerde en sterk gegroeid. Structurele opschaling kun je het noemen. Nationale politietaken die met inmiddels omvangrijke nationale veiligheidsbelangen te maken hebben, hebben een hoge prioriteit. Deze twee bewegingen ‘omhoog’ krijgen een extra lading door de gegroeide risicobeduchtheid van ministers, burgemeesters en politiechefs. Het risico van een incident leidt veel meer dan pakweg tien jaar geleden tot het in reserve houden van eenheden voor het geval dat: ME, verkenners, beredenen, aanhoudings- en arrestatieteams en speciale eenheden. Incidenten leiden tot een hardnekkig zoeken naar fouten bij ministers, burgemeesters of politiecommandanten en fouten worden in de publiciteit en in politieke fora genadeloos afgestraft. Ongecontroleerde medialogische dynamiek is dodelijk voor de carrière van bestuurders. Fouten mogen dus niet meer gemaakt worden. Er is een voortdurende staat van alertheid ontstaan die klauwen met geld kost. Politiemensen zitten te wachten op incidenten die hoogstwaarschijnlijk niet gebeuren. Koningsdag dit jaar, zo merkten verslaggevers aan den lijve, ging gepaard met vergeleken met eerdere jaren weer aangescherpte veiligheidsmaatregelen. Verslaggevers werden gecontroleerd, de attributen van camera- en radiomensen besnuffeld door honden.
Gemeenschappelijk aan al deze bewegingen is dat de beweging van politiecapaciteit steeds omhoog is. Weg van het dorp naar de stad en vervolgens weg van de straat en de buurt, weg van de gewone mens met zijn dagelijkse gedoe en omhoog, naar de grote schaal, naar de evenementen waarmee geld wordt verdiend, de incidenthantering en naar het landelijk niveau.

Burenruzies

Aanwezig zijn tot in de haarvaten van de samenleving is een van de hoekstenen van het beleid de Nederlandse politie. Maar als basisteams steeds mensen moeten leveren voor ander werk, wijkagenten andere taken krijgen, bureaus sluiten en de politie – het lijkt wel een bank – alleen via internet nog te benaderen is, dan verdwijnt ze uit de haarvaten. De kleine orde, de orde die het wel en wee van mensen in buurten en wijken bepaalt, raakt in verval. Het doorsiepelende ongemak van de burenruzies, van de overlast van hangjongeren, van de huurder die eigenlijk in een inrichting hoort, van de radicaliserende moslim, van de straatraces, de kleine verkeersovertredingen die ouders van kinderen onrustig maken, van de geluidsoverlast, van de pesterijen, van de inbraken die nooit worden opgelost en van de fietsen en scooterdiefstallen is slecht te dragen op den duur. En het verwijt dan mensen aan de onderkant en ook ergens middenin de samenleving aan hun lot worden overgelaten is dus terecht. De vergeten burger, machteloos, wordt banger en bozer. Daar komen politieke ongelukken van. Het wordt tijd dat de kosten van het nieuwe verdienmodel van de evenementenstad worden opgenomen in de begrotingen, dat de bedrijven, de middenstanders, de musea en de clubs die hun inkomsten zien stijgen ook voor de kosten opdraaien, niet incidenteel, maar altijd. Dan kan de politie terug de wijken in.

De Politiecolumn wordt wekelijks geschreven door deskundigen uit de wereld van politie en wetenschap. Piet van Reenen was politieman, onderzoeker, directeur van de Politieacademie en hoogleraar Politie en Mensenrechten.