Vijf maanden wachten op een intake

Moeder

Een meisje van negen heeft wekelijks woede-uitbarstingen. Haar ouders krijgen er geen vat op, en zoeken hulp. Dan begint het wachten.

Kinderen in een jeugdhulpverleningscentrum. Wachttijd voor jeugd-ggz bedraagt gemiddeld zes weken. Het meisje uit dit verhaal staat niet op de foto. Foto Roos Koole

Een meisje uit Utrecht, negen jaar oud, is hoogsensitief. Hoogbegaafd ook. En geregeld onhandelbaar. Roepen haar ouders haar aan tafel terwijl ze haar legobulldozers in elkaar aan het zetten is, of halen ze haar op nadat ze bij een vriendinnetje heeft gespeeld, dan is haar verzet enorm. Rauwe woede steekt de kop op. Ze gilt dat ze zal weglopen. Het put haar uit. In de klas toont ze zich van haar meest aangepaste kant, en dat maakt het meisje nog vermoeider. Thuis na school laten haar ouders haar eerst een minuut of twintig met rust. Eten geven, geen vragen stellen, tijd voor herstel.

Vanaf de zomer van 2016 volgt het meisje een weerbaarheidstraining van acht sessies. Maar de woede-uitbarstingen gaan onverminderd door. De ouders voelen zich machteloos en besluiten een beroep te doen op een gemeentelijk buurtteam: de gemeente is sinds 2015 verantwoordelijk voor de jeugdzorg.

Onderzoek via het buurtteam leidt tot een diagnose: vermoedelijk autisme. Het buurtteam verwijst de ouders en het meisje eind november door naar een instelling voor jeugd-ggz (geestelijke jeugdgezondheidszorg), die haar kan helpen meer vat te krijgen op haar gevoelens.

„We dachten: fijn, eindelijk gaan we van start”, zegt de moeder. „Onze dochter krijgt hulp, wij krijgen ouderbegeleiding. We zitten in de lift.” De moeder wil anoniem blijven om de privacy van haar dochter te beschermen.

Dan komt de werkelijkheid om de hoek kijken. De jeugd-ggz-instelling die de ouders voor hun dochter uitkiezen, Dokter Bosman, blijkt geen plek te hebben. Het is begin december. Het spijt ons, hoort de moeder door de telefoon, misschien stelt uw gemeente in januari, als er nieuwe budgetten zijn, meer geld ter beschikking. Belt u anders over een maand nog eens terug.

Het spijt ons, hoort de moeder door de telefoon

Dat doet ze, maar opnieuw stelt de boodschap teleur. We hebben nog steeds een wachtlijst, het duurt zeker nog een paar maanden voor we uw dochter kunnen helpen.

Niet alleen van dit gezin wordt het geduld op de proef gesteld. Meer dan de helft van de ggz-instellingen slaagt er niet om kinderen op tijd te ontvangen, zo blijkt uit een inventarisatie door onderzoeksbureau MediQuest. Kinderen wachten gemiddeld zes weken op een intakegesprek, terwijl de wachttijd maximaal vier weken mag bedragen. Tien procent van de kinderen wacht langer dan drie maanden.

Lees ook: De jeugdzorg werd juist gedecentraliseerd om snel hulp te bieden. Het effect blijkt omgekeerd.

Wat te doen?

De ouders van het meisje overleggen met het buurtteam: wat te doen? Al in december besluiten ze, na het eerste contact met Dokter Bosman, ook ggz-instelling Mentaal Beter te benaderen. Het begint veelbelovend: begin januari heeft de moeder een telefonisch intakegesprek met een psycholoog. Maar een nieuw telefoontje een paar weken later leert dat ook deze instelling voorlopig geen plek heeft.

Het buurtteam stelt voor een derde instelling te benaderen. Altrecht. Maar, het begint voorspelbaar te worden: weer een wachttijd. Acht weken. Inmiddels is het diep in februari. Moeder: „Ik was verbaasd. Je zoekt hulp en de harde werkelijkheid is dat je niet geholpen kán worden.”

Intussen ontsteekt dochter nog steeds een paar keer per week in razernij. Na zo’n uitbarsting voelt ze zich vervolgens schuldig óver de uitbarsting. Moeder gaat, bij gebrek aan beter, naar de bibliotheek, op zoek naar opvoedkundige handvatten. „We zaten gewoon verlegen om hulp.”

In april is de situatie ineens omgedraaid: binnen enkele weken melden alledrie de instellingen zich met het nieuws dat ze plek hebben. „Toen hadden we ineens een luxeprobleem.” Ze blijven – na opnieuw beraad met het buurtteam – bij hun eerste keus: Dokter Bosman. Eind april, liefst vijf maanden na het eerste moment van hulp zoeken, volgt het intakegesprek. Daarmee begint de behandeling zelf overigens nog niet: eerst vindt er uitgebreide diagnostiek plaats om de passende therapie voor het meisje te bepalen. Dat duurt zeker tot het begin van de zomer.

De aanloop naar de hulp heeft „handenvol werk” gekost, zegt de moeder. „Telkens het overleg met het buurtteam, met de instellingen zelf, het denkwerk over de keuze.” Dit in combinatie met een baan en een veeleisend gezinsleven. „Het zou me niet verbazen als heel veel ouders in de tussentijd afhaken en blijven aanmodderen. Zo van: laat die hulp maar zitten.”

Direct betrokken instanties erkennen de problematiek. De gemeente Utrecht laat weten: „Een dergelijke wachttijd is niet conform de afspraken die wij hebben gemaakt met de aanbieders van Jeugdhulp in onze stad.”
Lees ook: De wachttijden in de jeugdzorg zijn te lang, maar wie doet er wat aan? Gemeenten zouden moeten handhaven.