Sparta opent meldpunt seksueel misbruik

De Rotterdamse club hoorde op maandag dat er melding was gemaakt van seksueel misbruik bij de club. Het gaat om een geval uit 1993.

Foto Bas Czerwinski/ANP

Sparta Rotterdam heeft sinds woensdagochtend een officieel meldpunt seksueel misbruik en intimidatie. Een journalist van de Volkskrant liet op 15 mei aan Sparta weten dat er melding was gedaan van een geval van misbruik bij de club. De voetbalclub schrok van de melding en heeft nu besloten een meldpunt te openen.

Een medewerker van Sparta zou in 1993 een jeugdspeler van de amateurtak van de club hebben misbruikt. De betrokken medewerker, die later vrijwilliger werd voor de club, is weggestuurd. Leden van de club zijn inmiddels geïnformeerd over de situatie.

“Mochten er onverhoopt meer slachtoffers zijn van seksuele intimidatie in het verleden dan willen wij graag in contact komen om met deze personen en eventuele professionals te praten”, schrijft de club. Er is een speciaal e-mailadres aangemaakt voor het meldpunt.

Volgens voorzitter Rob Westerhof had de club tot nu toe “nul signalen” gehad over gevallen van seksueel misbruik. “Het is een goede zaak om er achter te komen of er meer gevallen zijn geweest”, reageert hij. Daarna maakt de club de balans op.

Voetbal

De Volkskrant deed de afgelopen maanden onderzoek naar misbruikzaken in het professionele voetbal. Op 6 mei berichtte de krant dat twee voormalige jeugdspelers van PSV en Vitesse in de jaren ’60 en ’90 waren misbruikt. Dat was de eerste keer dat uit het Nederlandse profvoetbal verhalen over seksueel misbruik naar buiten kwamen.

De krant riep meer slachtoffers op om zich te melden. Uit verdere reacties kwamen onder andere nog twee gevallen van seksueel misbruik bij PSV naar voren. PSV zette een eigen meldpunt seksueel misbruik op.

Ook NRC deed in januari een oproep aan slachtoffers van seksueel misbruik in de sportwereld.

Klaas de Vries, voorzitter van de commissie die misbruik in de sport onderzoekt, was bij zijn eerste optreden op dinsdag duidelijk over de richting van zijn onderzoek. “We moeten dit fenomeen op een volwassen manier tegemoet treden. Niet over praten is passé”, zei hij.

Eén op de tien sporters onder de 18 jaar meldde bij een enquête matige tot ernstige vormen van seksuele intimidatie te hebben meegemaakt. Het officiële Vertrouwenspunt Sport van NOC-NSF heeft sinds de oprichting slechts veertig meldingen ontvangen. Voor de commissie is het een “prangende” vraag hoe dit verschil moet worden verklaard.