Column

Macrons kans: de smaak van la France

Koop Frans, roepen de boeren in Frankrijk al jaren. Vaak kan dat ook, want in vele supermarkten staat duidelijk op de verpakking dat het bijvoorbeeld Franse kip, charcuterie en eieren betreft. Die onverholen vraag om nationale producten weerspiegelt de ingewikkelde relatie die de Fransen met het platteland hebben. Ze idealiseren het, ze kopen soms Frans, maar ze komen er zelden, tenzij op vakantie, en weten nauwelijks wat er speelt. Het platteland is in Frankrijk een sterker deel van de nationale identiteit dan bijvoorbeeld in Duitsland. Maar het krijgt in de metropool Parijs vooral aandacht in de aanloop van de verkiezingen of als de boeren zichtbaar protesteren. Het platteland is politiek een kwestie van imago. Ministers moeten zich laten zien bij de jaarlijkse Salon d’Agriculture om zich te laten fotograferen naast glanzende stieren en onder het genot van wijn of cider Corsicaanse worst te proeven. Ah, de smaak van la France!

Emmanuel Macron moet hierin verandering brengen. De huidige crisis op het Franse platteland is enorm door een combinatie van verwaarlozing en verkeerd gerichte subsidies. Dat heeft geresulteerd in ontvolking en lage productiviteit. Slechts in weinig regio’s halen boeren concurrerende opbrengsten en redelijke inkomsten. Elders kan alleen het toerisme tijdelijk soelaas bieden. Maar de conclusie is onmiskenbaar: veel boeren houden ermee op, het verleden komt niet terug. Het banenverlies in de landbouw zal toenemen, alleen al doordat steeds minder mensen, ook recente immigranten niet, het handwerk willen doen. Robots en sensoren zullen de laatste knechten vervangen.

Macron heeft het voordeel dat hij niet uit de grote stad komt maar uit de provincie. Daardoor heeft hij iets meer affiniteit en vooral geloofwaardigheid dan de gemiddelde politicus uit Parijs. Zijn ambities gaan de goede kant uit. Hij wil de landbouw moderniseren door investeringen, het stimuleren van jongeren, een streven naar 50 procent biologische of lokale producten en een nationale dialoog. Voorlopig houdt hij zich verre van de vraag naar protectionisme, dat immers niet past bij zijn verdere opstelling. En wie weet is die 50 procent haalbaar als regionale producten dankzij e-commerce direct de stedeling bereiken. Voor het Franse platteland is Macron een zegen, ook al hebben velen daar niet op hem gestemd en zijn zij anti-Europa, ondanks alle subsidies. Zijn agenda van inclusiviteit, nieuwe technologie en ondernemerschap kan de basis vormen voor een mensgerichte modernisering met regionale diversiteit. Macron moet die modernisering en investeringen koppelen aan hoogwaardige technische vernieuwing. Tegelijk moet hij de Franse identiteit en de kwaliteit en veiligheid van de landbouw en de voedingsindustrie waarborgen. Zo’n complex programma is een radicale breuk met het simplistische conservatisme en de onderinvesteringen van bijna al zijn voorgangers.

Dat zal zijn repercussies hebben in Europa. Met die agenda kan Frankrijk zich eindelijk constructief opstellen in de hervorming van het gemeenschappelijke Europese landbouwbeleid om, samen met Nederland, te pleiten voor een herziening van het subsidiebeleid en een transparante markt. Als Macron het platteland onderdeel laat zijn van zijn ‘projet national’, dan geeft hij daarmee nog een belangrijke boodschap af, namelijk dat evenwicht tussen stad en platteland de stabiliteit van de moderne staat vormt. Het verwaarlozen van het platteland zet de deur open voor nationalistische rancune en onaangename vormen van nostalgie. Vanuit dat perspectief lijkt, ook voor de stedelijke kiezer, het verleden altijd beter dan het heden. Als Macron zijn programma voor de vernieuwing van het platteland waarmaakt, zet hij de toon voor heel Europa.

Louise O. Fresco is voorzitter van de Raad van Bestuur Wageningen U&R en schrijfster.