Column

Kunst is een olifant; of zoiets

Joyce Roodnat

Wat is kunst? Stel de vraag en je krijgt op zijn minst een vuile blik. Hoe durf je! Maar de vraag doet zich toch echt voor, meestal in de variatie: hoezo is dát kunst? En nu zit ik in het theater en zie Alex Klaasen en Steef de Jong de vraag onbekommerd te lijf gaan in een show: De Modern Art Revue.

Dit is de laatste voorstelling, maar hij komt in september terug want de kaartjes zijn niet aan te slepen. Klaasen en De Jong zingen, doen sketches met typetjes en er zijn krankjorum mooie kartonnen uitklapdecors. Onweerstaanbaar voor iedereen (en als je er iets van af weet is het net iets leuker. Stiekem toch elitair. Lekker puh.)

Kunst over aardgas, kan dat? Blijkbaar wel, want in een oude energiecentrale middenin Amsterdam ontrolt zich de manifestatie Van Gas Los, geïnspireerd door de gedachte dat de totale elektriciteit binnen 30 jaar een feit zal zijn. Er zijn schilderijen van het viermanschap G4. Die schilderen gezamenlijk grote doeken. Hij is goed in dit, hij in dat en soms schildert de een de ander over – dat is het principe. Ze krijgen wel eens ruzie (heb ik naar gevraagd), maar fataal wordt dat nooit.

G4 ondermijnt de kunstenaar als heilig ego en het resultaat mag er zijn. Vooral dat doek met die brand en een grote zwarte wolk bevalt me. In de wolk zit een olifant, wijst een van de G4-schilders. Ik zie er een killer-teddybeer in. Mag ook.

Aardgasstank

Maar nu Anne-Jan Reijn. Hij exposeert een aardgasparfum: eau d’alarme. De vormgeving is des parfums: een glazen verstuiver in zo’n boekje van diepviolet karton. De geur is die van aardgas, althans, van de stank die sinds de jaren 60 aan het geurloze gas wordt toegevoegd om ongelukken te voorkomen.

Van Gas Los: Anne-Jan Reijn met zijn ‘Ailes noires. Eau d’alarme’. Foto Erik van Zuylen

Reijn vroeg zich af waar het luchtje vandaan kwam en trof de Nederlandse psycholoog E.P. Köster. Die vertelde hem hoe hij destijds verschillende geuren testte. „Hij koos voor deze omdat je hier echt niet aan went.” Ik reik naar het verstuivertje. „Mag ik?” Hij knikt, zegt: Voorzichtig!” Ik snuif. Ik schrik me wild van de stank. En ik zie mijn moeder. Ze is er niet meer, maar nu even wel. Wijsvinger langs haar neus, stem gealarmeerd: jongens! wie heeft het gas aan laten staan? ‘Het gas’, nooit ‘het fornuis’.

Binnen afzienbare tijd zijn er mensen die niet meer weten hoe aardgas rook. Anne-Jan Reijn maakte een werk dat gaat over het behoud van een sensatie, over een historisch fenomeen en over het belang van de herinnering.

Dat gasparfum, is dat kunst? Geen idee. Het roept emotie op en associaties. Het houdt iets vast. Het betekent iets. En het ziet er mooi uit. Ja, misschien is het kunst. Of toch niet. Maakt mij niet uit. Ik vind het geweldig.