Moslimtheoloog Amina Wadud: ‘Mannen moeten ruimte maken’

Amina Wadud (64) leidt publieke islamitische gebedsdiensten; afgelopen weekend deed ze dat in Amsterdam. De Amerikaanse moslimtheoloog stelt het „privilege” van mannen binnen de islam ter discussie. „Wij vrouwen moeten het heft in eigen handen nemen.”

Ze is zwart, vrouw en moslim. En feminist, dat ook. „Dat is niet altijd makkelijk”, zegt Amina Wadud (64). „Racisme, seksisme en islamofobie liggen altijd op de loer. Maar dat is het probleem van de ander.”

De Afro-Amerikaanse moslimtheoloog ziet er net zo zelfverzekerd uit als ze klinkt: een zilveren knopje door haar neus, een hoofddoek over haar grijze dreadlocks gedrapeerd. En dan heeft ze ook nog dat onverschrokken en eigenwijs karakter, dat haar als islamitisch feminist goed van pas komt. Want twaalf jaar geleden, toen Wadud in New York voor het eerst als vrouw voorging in een publieke islamitische gebedsdienst, kreeg ze te maken met bedreigingen.

Drie jaar later, toen ze hetzelfde deed in Londen, waren daar protesten van conservatieve moslims. Ook haar bezoek aan Nederland afgelopen weekend, op uitnodiging van Paradiso en publiciste Hasna el Maroudi, bleef niet onopgemerkt. In Paradiso gaf ze een lezing en leidde ze opnieuw een openbaar vrijdagmiddaggebed voor mannen en vrouwen gezamenlijk. „Er was maar een man aanwezig,” zegt Wadud bij wijze van relativering tijdens een gesprek in het Amsterdamse Hotel Americain.

Toch haalde uw gebed het achtuurjournaal.

„Is dat zo? Was het een beetje goed?” Wadud lacht. Als haar gezicht weer in de plooi is, zegt ze: „Ik heb begrepen dat in Nederland vrouwen nooit in het gebed voorgaan. Daar zal de aandacht wel vandaan komen. Maar controverse, daar is het me nooit om te doen geweest. De openbare gebedsdiensten die ik heb geleid, waren altijd op uitnodiging. De eerste keer dat het me gevraagd werd, was in 1994, door een progressieve imam in Zuid-Afrika, toen ik daar te gast was in een moskee in Kaapstad. Ik zag geen reden om het niet te doen. Nergens in de Koran staat dat vrouwen het gebed niet mogen leiden.

„Desondanks kent het gebed in moskeeën meestal een patriarchale uitvoering. Dat betekent dat een man het gebed leidt en dat vrouwen in een aparte, vaak weggestopte ruimte bidden. Dit idee, dat mannen een privilege zouden moeten hebben, moet worden gedeconstrueerd. Voor Allah zijn de man en vrouw gelijk. De relatie die een gelovige met Allah heeft is een individuele, daar komt niemand tussen. Het maakt dus niet uit of een man of een vrouw het gebed leidt en wie waar staat tijdens het gebed. Deze inclusieve benadering wil ik aanmoedigen.”

Die benadering was een van de redenen dat Wadud, dochter van een methodistische predikant, op 20-jarige leeftijd koos voor de islam. Het politieke klimaat speelde ook een rol, Wadud beleefde haar tienerjaren tijdens de hoogtijdagen van de burgerrechtenbeweging in Amerika. Toen ze elf jaar was, nam haar vader haar mee naar de historische protestmars van Martin Luther King in Washington.

Het was ook de tijd van Malcolm X, leider van de Nation of Islam, een Amerikaanse burgerrechtenbeweging die geweld niet schuwde. Hij en veel andere Afro-Amerikanen bekeerden zich tot de islam omdat ze vonden dat de pacifistische benadering van King niet voldeed in de strijd voor gelijkwaardig burgerschap. „If you turn the other cheek, you can be enslaved for a thousand years”, verwoordde X het sentiment.

Wadud: „Malcolm X was niet de reden dat ik mij bekeerde, ik was erg jong toen hij politiek actief was, maar ik deel de opvatting van veel Afro-Amerikaanse generatiegenoten dat de islam, meer dan andere religies, een uitgesproken idee heeft over rechtvaardigheid.”

Haar identiteit als zwarte vrouw had ook invloed op hoe ze zich kleedde. „Ruim voordat ik me tot de islam bekeerde, begon ik lange jurken en rokken te dragen. Ik besloot me meer te bedekken, omdat mijn voorouders slaven waren. Toen vrouwen vanuit Afrika naar Amerika werden gedeporteerd, werd voor hen bepaald hoe zij gekleed gingen. Hun waardigheid werd hun afgepakt doordat hun kleding van hun lijf werd gerukt.”

Is dat ook de reden dat u een hoofddoek draagt?

„Ik draag de hoofddoek zoals mannen een stropdas dragen – alleen tijdens formele gelegenheden. Op die momenten wil ik graag als moslim herkenbaar zijn. Dat geldt ook voor het vliegveld, waar ik hem ook draag als politiek statement tegen de discriminatie van moslims. Zeker sinds er sprake was van een moslimban is dat belangrijk. De luchthavenbeveiliging vraagt me vaak om mijn hoofddoek af te doen, maar dat recht hebben ze niet.

„Maar als ik in een gezelschap verkeer waarin iedereen doet alsof het dragen van een hoofddoek de uiting van de deugdelijkheid van een persoon is, dan doe ik hem juist af. Gewoon om te laten zien dat het aan Allah is om te beoordelen of iemand deugt, en aan niemand anders. Het is een misvatting dat het dragen van de hijab, het Arabische woord voor hoofddoek, een gebod is in de islam. Dat woord komt niet eens voor in de Koran.”

Waarom besloot u, na uw bekering, de rol van de vrouw in de islam te onderzoeken?

„Ik was erg gemotiveerd om meer te leren over de islam, daarom besloot ik een jaar in Kairo te studeren. Daar volgde ik vakken Arabisch, maar ook een vak waarin ik Koranexegese kreeg van een professor. Hij en ik kwamen in conflict over een vers dat ging over vrouwelijke slaven. Ik stelde zijn interpretatie ter discussie, maar hij vatte dat persoonlijk op. Hij vond dat ik zijn autoriteit ter discussie stelde, terwijl ik juist geïnteresseerd was in de methodologie: hoe kom je tot een bepaalde interpretatie van een tekst?

„Ik kwam tot de conclusie dat het nogal uitmaakt wie de tekst leest. Na de dood van profeet Mohammed, vrede zij met hem, hebben de lezingen van de Koran door mannen voor een patriarchale uitleg van de islam gezorgd, met genderongelijkheid als gevolg. Dat is de reden geweest dat ik me ging toeleggen op wat ik genderlezen noem, het interpreteren van de Koranverzen als vrouw.”

In het Westen leeft een breedgedragen idee dat de islam onderdrukkend is voor de vrouw.

„Mensen zijn geneigd de islam te beoordelen op de acties van moslims, maar niet alles wat een moslim doet is de islam. Waarom zouden de acties van terroristen bepalen wat de islam is? Dat bepaal ik zelf wel. Het verbaast me hoe ver mensen gaan om hun interpretatie van de islam aan jou op te leggen. Zoals moslims die de islam misbruiken om te kunnen zeggen dat homoseksualiteit verboden is in de islam. Dat vind ik verkeerd; geef de islam niet de schuld van jouw homofobie. Ik zal niet ontkennen dat moslims homofoob, of seksistisch of gewelddadig zijn, maar dat zijn niet-moslims ook.”

Is voor een herinterpretatie van de islam nodig dat mannen een stap opzij doen?

„Absoluut. Dat zeg ik ook vaak aan het begin van mijn lezingen: het is tijd dat degenen die altijd het woord hebben, luisteren. En wie nooit praat, moet zich uitspreken. Dus ja, mannen moeten ruimte maken en wij vrouwen moeten het heft in eigen handen nemen.

„Maar ik ben daar positief over. Ik hou me hier al veertig jaar mee bezig, en hoewel er heel veel soorten islamitisch feminisme zijn en ik het lang niet met iedereen eens ben, zie ik vooruitgang. Overal ter wereld zijn vrouwen steeds zichtbaarder in hun gemeenschappen. Of het nu op economisch gebied is, zorg, onderwijs of in de kunsten. Dit zijn blijvende ontwikkelingen. We gaan door en zijn niet te stoppen.”

En de opkomst van IS, ziet u die niet als achteruitgang?

„We hebben te maken met grote tegenslagen. De opkomst van IS is een wakeup-call voor alle moslims en voor vrouwen in het bijzonder. Tot op de dag van vandaag zijn er mensen, moslims en niet-moslims, die zeggen: dit is islam, zonder te bedenken hoe die opvatting tot stand is gekomen.

„We hebben plotseling te maken gekregen met verschrikkelijke daden uit naam van de islam. Een overweldigende meerderheid van de moslims is het daar mee oneens. En doordat ze hun afkeuring uitspreken, worden ze zich ook bewust van het feit dat niet iedereen weet waar hij het over heeft als hij zegt: ‘Dit is islam’. Wanneer dat onderdeel wordt van een publiek bewustzijn, dan wordt het makkelijker om vragen te stellen. Dit is het moment om je af te vragen: wat is islam, wie bepaalt dat, ben ik het daarmee eens, en wat zijn de gevolgen?”