Guardians-wasbeer redt zijn invalide bedenker

Hij begon als stripgrap over een Beatles-liedje. Maar inmiddels is wasbeer Rocket Raccoon uit de twee Guardians of the Galaxy-films een superster die de man die hem verzon, stripschrijver Bill Mantlo, te hulp schiet.

Rocket Raccoon in Guardians Of The Galaxy Vol. 2. Beeld Marvel Studios

Hij is, zegt hij zelf, al uit minstens 22 gevangenissen in de Melkweg ontsnapt. Hij is klein en mottig – een onwaarschijnlijke superheld. Toch is Rocket Raccoon, de levensecht computergeanimeerde wasbeer (met de stem van Bradley Cooper) een van de populairste sterren uit de sciencefiction-succesfilms Guardians of the Galaxy Vol. 1 en 2.

Deel twee van de filmreeks, gebaseerd op striphelden van Marvel, hoort sinds de première eind april tot de best bezochte films in de VS en Nederland.

De schriele wasbeer, die vol sarcastische grappen zit, is inmiddels een van ’s werelds grootste filmsterren. Niet gek voor een stripfiguur die in 1972 als grap op een Beatles-liedje werd bedacht door stripschrijver Bill Mantlo en tekenaar Keith Giffen voor Marvel-strips.

In de films (en strips) is Rocket Raccoon niet sterk, maar slim. Zijn technische vaardigheden om wapens, bommen en raketten te maken en te besturen, zijn essentieel in beide films om de Melkweg te redden van een wisse ondergang. In die zin is de kleine ruimtewasbeer, die samen met vier vrijbuitende vrienden als Guardians of the Galaxy het heelal doorkruisen, de ware beschermer van de Melkweg.

De bijzondere kwaliteiten van Rocket Raccoon reiken verder. Ook in de echte wereld heeft de ruimtewasbeer nu iemand gered. En wel zijn bedenker, Bill Mantlo. De Amerikaan werd in 1992, 40 jaar oud, door een ongeluk totaal verlamd. Het stripschrijven had hij toen al opgegeven. Hij werkte in de sociale advocatuur in The Bronx in New York. Hij werd, toen hij op rolschaatsen van zijn werk naar huis in Manhattan reed, aangereden door een auto. Hij knalde zo hard met zijn hoofd op de voorruit, dat hij blijvende hersenschade opliep, waardoor hij verlamd werd en niet meer kon praten. De dader is nooit gepakt.

Mantlo’s ziektekostenverzekering wilde de kosten van de permanente verzorging die hij nodig heeft niet meer betalen: de Amerikaanse gezondheidszorg vertoont – zoals we weten door discussie rond Obamacare en Trumps bemoeienis daarmee – zwarte gaten.

Financiële steun van fans

Mantlo kwam praktisch zonder zorg in een zeer basaal verzorgingshuis terecht. Zijn broer Mike nam zijn zaken waar, en vroeg stripfans om financiële steun. Zo kon Mantlo’s 24-uursverzorging net bekostigd worden. (Er zijn zoveel superheldenstriptekenaars die er in de VS zo slecht aan toe zijn en geen steun krijgen, dat er een speciale site is waarin stripfans gevraagd wordt om de stripmakers in nood te steunen: Hero Initiative, Helping Comic Creators in Need).

Mantlo overleefde, maar het bleef sappelen. Tot zijn schepping, Rocket Raccoon, door de Guardians of the Galaxy-films ineens een succes werd. Mike Mantlo meldde begin mei in de Hollywood Reporter dat Rocket Raccoon nu ook de redder van zijn schepper is. Door een deal met de Marvel Studios verdient Bill met de rechten van Rocket nu voldoende om in een speciaal huis naast de woning van zijn broer te komen wonen, en kan hij betere 24-uursverzorging krijgen. „De kwaliteit van zijn leven verbeteren”, schrijft Mike Mantlo over zijn broer Bill, „is mijn levensdoel, en er lijkt nu licht te komen aan het eind van de tunnel.”

Toeval speelt een belangrijke rol in het ontstaan en succes van Rocket Raccoon.

Mantlo was in de jaren zeventig een zogenoemde ‘fill in writer’ bij Marvel. De tientallen stripschrijvers en tekenaars daar halen soms hun deadlines niet, en dan moet er toch een verhaal komen. Mantlo was een van die inspring-schrijvers, die op het laatste moment een gat kon vullen. Zo kon hij aan de slag. En in een van die verhalen verzon hij als bijfiguur de ruimtewasbeer, die eerst nog Rocky Raccoon heette. Dat was in 1976.

Beatles-liedje

In 1982 schreef Mantlo een verhaal over de Hulk, Marvels grote groene superheld. En daarin krijgt zijn wasbeer, nu met de naam Rocket Raccoon, een hoofdrol. Hij redt de Hulk, die op zijn beurt de wasbeer helpt om tegen de slechterik te strijden die zijn planeet wil vernietigen, en Rockets vriendin ingepikt heeft.

Dat Hulkverhaal (#271) met Rocket kreeg als titel: ‘Now Somewhere In the Black Holes of Sirius Major There Lived a Young Boy Named Rocket Raccoon.’

Daarmee maakt Mantlo in één klap duidelijk dat zijn inspiratie voor ruimtewasbeer Rocket Raccoon komt uit het Beatles-liedje ‘Rocky Raccoon’, dat in 1968 op The White Album was verschenen. Paul McCartney zingt als eerste regel: „Now somewhere in the black mountain hills of Dakota, there lived a young boy named Rocky Raccoon.”

Het is een parodie op de folksongs over cowboys; met een vet Amerikaans accent bezingt McCartney het lot van cowboy Rocky Raccoon, die de cowboy die zijn meisje afgepikt heeft wil omleggen.

Genetisch experiment

Maar Rocket Raccoon is geen gewone wasbeer. Hij is, blijkt uit het Hulkverhaal, door intelligente robots en met genetische experimenten tot een slim beest omgebouwd – zoals alle dieren op zijn verre planeet, een soort gekkenhuisplaneet, waar hoog ontwikkelde mensen hun geestelijk gestoorden naar verbannen hadden. Als verzorgers hadden die mensen – het is sciencefiction – intelligente robots achtergelaten op die planeet. Maar die hadden ook geen zin meer in de psychiatrische zorg en bouwden de achtergebleven dieren genetisch om, om die taak over te nemen. Mantlo schreef, aldus de entertainmentsite Looper.com, een kritiek op de falende psychische gezondheidszorg in de VS van de jaren tachtig.

Rocket Raccoon ziet er in de nieuwe films niet meer stripachtig uit, maar heeft wel nog hetzelfde karakter als Mantlo’s ruimtewasbeer: „Ik heb niet gevraagd om gemaakt te worden! Ik heb er niet om gevraagd om uit elkaar getrokken te worden en keer op keer weer in elkaar gezet te worden en om in een of ander klein monster te veranderen”, klaagt Rocket in de eerste Guardians-film.

Hij is geen wasbeer, hij is een uniek laboratorium-experiment, vindt hij. Die eenzaamheid, dat gevoel nergens bij te horen deelt hij met zijn vier Guardians of the Galaxy-vrienden, Peter Quill, Gamora, Drax en Groot, een bewegende boom. Allemaal eenlingen zonder familie, zwervend door het heelal, die elkaar gevonden hebben in de strijd tegen het kwaad.

Acteur Chris Pratt bij een beeld van Rocket Raccoon. Foto Eugene Hoshiko/AP

De eerste Guardians of the Galaxy-film uit 2014 met deze Marvelhelden werd een ‘suprise hit’ voor Disney/Marvel Studios, overtroffen door de tweede. De reden ligt voor de hand. Al deze verschoppelingen zijn niet de standaard superhelden. Ze hebben amper superkrachten, ze zijn veel herkenbaarder, menselijker – en wat ze missen aan superkrachten wordt goedgemaakt door slimheid en humor. Vooral Rocket en zijn grote plantaardige vriend Groot, die alleen maar ‘I am Groot’ kan zeggen, zijn een superb komisch duo, ook al omdat de wasbeer de enige is die begrijpt wat die boom steeds zegt.

Zo bezien zijn Rocket Raccoon met zijn sarcastische grappen en zijn Guardians of the Galaxy-vrienden niet alleen de redders van de Melkweg. Ze zijn ook de redders van een filmgenre, de superheldenfilm, die bijna aan zijn eigen loodzware ernst van steeds harder beukende superhelden ten onder leek te gaan. Zo is Rocket Raccoon drie keer redder: van de Melkweg, van zijn schepper en van een filmgenre.