Een voorbeeldbordeel mét rond bed

Prostitutie

My Red Light moet het beroep van sekswerkers normaliseren. Amsterdam heeft er 1,7 miljoen euro verlies voor over.

My Red Light aan de Oudezijds Achterburgwal in Amsterdam is een „prostitutiebedrijf in zelfbeheer”. Foto Ernst Coppejans

Noem het geen gemeentebordeel. De veertien ramen die de stichting My Red Light uitbaat, zouden er weliswaar nooit zijn gekomen zonder burgemeester Van der Laan van Amsterdam. Maar de gemeente was alleen „aanjager en ondersteuner”, schreef hij aan de raad. „De gemeente is geen exploitant”, benadrukt een woordvoerder.

Dinsdagmiddag werden de kamers van My Red Light aan de Oudezijds Achterburgwal in het Wallengebied geopend: feestelijk maar stilletjes, zonder pers en zonder burgemeester. Journalisten mochten vorige week al rondkijken in de panden, met grijze tegeltjesmuren en krukken voor de ramen van rood draadstaal. Het ronde bed is „voor de groepsseks”, legde een woordvoerder uit.

Het is een „prostitutiebedrijf in zelfbeheer”, schreef Van der Laan aan de raad. Daarmee vervult My Red Light een wens van de gemeente. Het is de bedoeling dat prostituees er niet alleen ramen zullen huren, maar dat ze er ook de bedrijfsvoering gezamenlijk (leren) regelen.

In het bestuur zitten volgens een woordvoerder van My Red Light enkele (ex)sekswerkers, hulporganisatie HVO Querido ondersteunt het project. Als het aan de gemeente ligt, nemen de ‘sekswerkers’ de zaak ooit helemaal over, bijvoorbeeld als coöperatie.

My Red Light moet een volgende stap worden, na de invoering van een nieuwe prostitutieverordening in 2013. De opheffing van het bordeelverbod heeft het beroep weliswaar gelegaliseerd, maar niet genormaliseerd, zei Van der Laan destijds. Sekswerkers bevonden zich nog altijd in een te afhankelijke positie ten opzichte van de exploitanten.

Betere positie

Sindsdien heeft Van der Laan zich op verschillende manieren hard gemaakt voor een sterkere (rechts)positie van prostituees. In de verordening werd de minimumleeftijd voor prostituees verhoogd van 18 naar 21 jaar. Sekshuizen moesten vroeger dicht om werkdagen van zestien uur te voorkomen. En de exploitant kreeg een cruciale rol: hij moest intakegesprekken gaan voeren om zeker te zijn dat prostituees niet tegen hun wil waren ‘geïmporteerd’.

Andere onderdelen van Van der Laans beleid stonden op gespannen voet met versterking van de positie van sekswerkers. Om de oververtegenwoordiging van de seksbranche in het Wallengebied tegen te gaan, werd het aantal prostitutieramen flink verminderd – wat de macht van exploitanten ten opzichte van sekswerkers juist versterkte.

De gemeente heeft de panden, met toen nog zeventien bordeelramen, eerst overgenomen van een bekende exploitant. Ze werden verkocht aan een corporatie, op 1 mei weer teruggekocht, en dezelfde dag weer doorverkocht aan de Start Foundation: een fonds dat in My Red Light investeert.

Amsterdam maakte 1,7 miljoen euro verlies op de transacties. Dat verklaart de gemeente „voor de helft” met dat er drie ramen minder kunnen worden geëxploiteerd en door funderingswerkzaamheden.

Maar de gemeente neemt het verlies voor lief, blijkt uit Van der Laans brief. „Mogelijk kan My Red Light ook anderen inspireren om (nog) beter rekening te houden met de wensen en belangen van sekswerkers”, schrijft hij. My Red Light is „een belangrijke volgende stap in het proces van normalisatie van sekswerk.”