Deze dertigjarige zet in Oostenrijk de oude politiek op zijn kop

Sebastian Kurz In een Hummer met meisjes in hotpants bestormde Sebastian Kurz de Oostenrijkse politiek. Nu heeft hij het leiderschap van de conservatieve regeringspartij overgenomen en vervroegde verkiezingen afgedwongen. Regeren met extreem-rechts is voor hem een optie.

Sebastian Kurz, Foto Florian Wieser/EPA

Een van de eerste trips die Sebastian Kurz als Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken maakte, eind 2013, ging naar Straatsburg. Op het ministerie, gehuisvest in een keizerlijk paleis in de Weense Herrengasse, zullen de ambtenaren dat reisje niet gauw vergeten. Kurz, die 27 was en niets wist van internationale betrekkingen, haalde het in zijn hoofd doodgewone lijnvluchten te nemen – met overstap. De nieuwe minister wilde het imago van de buitenlandse dienst verbeteren. Als het even kon, wilde hij het regeringstoestel niet gebruiken. Veel te duur. Veel te exclusief. Dus moest het hele team, om op tijd te zijn voor de Straatsburgse besprekingen, midden in de nacht opstaan. Ze kwamen midden in de nacht compleet uitgeput weer thuis.

Je kunt rustig stellen dat ze in de Herrengasse, waar de handkus nog in gebruik is en mensen nog ‘sehr geehrter Herr Botschafter’ zeggen, vanaf dag 1 hebben geweten dat Kurz er eer in schept kussens op te schudden. Nu, ruim drie jaar later, is hij het ministerie al ontgroeid. Zondag nam de conservatieve politicus, nu 30, het leiderschap van de conservatieve regeringspartij ÖVP over, nadat hij de vorige leider maandenlang had tegengesproken of genegeerd. Hij zegde tegelijkertijd de regering met de socialisten, een tweepartijencoalitie die de Oostenrijkse politiek sinds de Tweede Wereldoorlog heeft gedomineerd, de wacht aan. Kurz doopte de naam van zijn partij om tot ‘Lijst Sebastian Kurz – nieuwe Oostenrijkse Volkspartij’. Met die lijst wil Kurz mensen van buiten de partij aantrekken, om zo de vervroegde verkiezingen op 15 oktober te kunnen winnen. De krant Die Presse schreef: „De oude republiek is geschiedenis. We betreden een nieuw politiek landschap.”

Wie is deze man, die eerst het ministerie overmeesterde en vervolgens zijn partij, en die nu als bondskanselier het land wil veranderen? Is hij de ‘Oostenrijkse Orban’, zoals sommigen zeggen: een egotripper, die het partijbelang opoffert aan het persoonlijke belang – namelijk macht? Of is hij eerder een Macron à l’Autrichienne, die de oude links-rechtsverdeling in de politiek wil vervangen door een bredere beweging met plaats voor politiek onervaren mensen uit bedrijfsleven en wetenschap, ongeacht partijvoorkeur? Het kan beide kanten op. Dat Kurz eigengereid is, intelligent en ambitieus, is een uitgemaakte zaak. Wat hij voor politieke visie heeft – voorzover hij die heeft – is minder duidelijk.

Meisjes in hotpants

Op zijn zestiende belde Kurz, die uit een middenklassegezin uit de Weense suburb Meidling komt, de plaatselijke ÖVP: of hij zich nuttig kon maken? Terwijl hij zijn school afmaakte, deed hij klusjes voor ze. Interessant detail: dit was in de periode dat zijn partij een coalitie vormde met de extreem-rechtse FPÖ. In 2007 sloot hij zich, als rechtenstudent, bij de jeugdbeweging van de partij aan. Al snel was hij landelijk voorzitter. Hij was ietwat nerdish en wereldvreemd, zeggen mensen die hem toen kenden. Maar hij was zo gedreven en energiek, en de ÖVP (aangedreven door boeren, provinciale partijbonzen en werkgevers) zat zo verlegen om fris talent, dat de partijleiding hem in 2011 tot staatssecretaris voor Integratie benoemde.

Niemand had toen van Kurz gehoord. Hij werd weggehoond als ‘speeltje’ van een partij waarin vooral oudere mannen het voor het zeggen hadden. Hij voerde bij lokale verkiezingen een – zeker naar Oostenrijkse begrippen – hippe campagne voor de partij: hij trok in een gehuurde Hummer met meisjes in hotpants aan boord langs cafés en nachtclubs. Hij noemde dat vehikel Geil-o-mobil.

Kurz stak spaken in het wiel van zijn eigen partijleider.

Als Integratieminister zette hij behoedzame, kleine beleidsstapjes. Hij maakte geen uitglijders. Hij trok door het land en slaagde erin het thema integratie, waarmee extreem-rechts op de loop was gegaan, politiek te ‘ontmijnen’. Dat werd hem door velen, ook migranten, in dank afgenomen. „Hij presteert met zijn jonge jaren meer dan veel oldies bij elkaar”, schreef een lezer van een conservatieve krant. „Even terzijde: ik ben ver in de 70.”

Bij de parlementsverkiezingen in 2013 kreeg Kurz de meeste voorkeurstemmen. Toen hij daarna werd gepromoveerd tot minister van Buitenlandse Zaken, verkneukelden velen zich bij het idee dat deze jongeling, die met zijn vriendin in een flatje van 60 vierkante meter woonde, met de metro naar zijn werk ging en zijn rechtenstudie al gestaakt had, leiding ging geven aan een verstard, formeel, gepolitiseerd ambtenaren-apparaat. Dat gelach verstomde snel. Kurz werd meteen geprezen om zijn professionele optreden. Hij was voorbeeldig met buitenlandse gasten, luisterde, en las de briefings die hij kreeg. Enige minpunt: zijn gebrekkige Engels.

Lees hier een analyse over de ‘personalisering’ van de macht : Een charmante leider verhult politieke machteloosheid

Keiharde standpunten

De eerste twee jaar had Kurz zijn handen vol aan zijn baan. Daarna zwol de kritiek aan. Hij zou een primadonna zijn. Hij stak spaken in het wiel van zijn eigen partijleider. Vooral na de vluchtelingencrisis, die extreemrechts in de kaart speelde, lanceerde hij aan de lopende band plannen om rechten van asielzoekers te beperken. Veel van die plannen vonden partijgenoten, zelf al geen revolutionairen, wel erg rechts. In februari 2016 organiseerde Kurz – zonder Duitsland, Griekenland of de Europese Commissie uit te nodigen – een top met buurlanden om de Balkanroute voor vluchtelingen en migranten af te sluiten. Dit verzuurde de betrekkingen met de Commissie en de Duitse bondskanselier Merkel. Europese collega’s verweten Kurz zijn keiharde standpunten over Turkije, waarmee hij Oostenrijkse kiezers plezierde maar de Europese besluitvorming bemoeilijkte.

Volgens Kurz maakt Europa zich ongeloofwaardig door te blijven praten over een EU-toetreding met Turkije. Lees daarover: ‘Stop onderhandelingen met Turkije’

Afgelopen maanden verscheen Kurz weinig meer bij kabinetsberaad. Hij reisde ineens door de provincie. Diplomaten zeiden dat hij onvoorbereid besprekingen met buitenlandse delegaties inging, en sloppy en humeurig werd. Hij zou bezig zijn een ‘beweging’ op te zetten. Wat Macron in Frankrijk in het politieke midden deed, wilde hij doen op Oostenrijks rechts. Alleen zo kon hij de gestaalde ÖVP-kaders omzeilen, die de partij al decennia in een ijzeren greep hielden en voor de politieke verkalking zorgden die de partij gestaag in de peilingen deed dalen. Met een nieuwe beweging kon hij kiezers bij extreemrechts en andere partijen wegsnoepen – mensen die nooit (meer) ÖVP-lid zouden willen worden. Ingewijden zeggen dat Kurz liever een coalitie met de FPÖ opzet dan nog eens met de socialisten een regering te vormen. Maar dan wel met hemzelf als kanselier.

Toen partijleider Mitterlehner vorige week aftrad, Kurz’ gesol beu, brak het uur U aan. De ÖVP had, like it or not, één opvolger: Sebastian Kurz. Hij aanvaardde het leiderschap, op voorwaarde dat hij de partijstructuur kan veranderen, de naam mag wijzigen en zelf kandidatenlijsten mag opstellen – en nog een aantal eisen. De partij had geen keus. „Dit is het eind van de ÖVP”, zegt een partijlid.

„Maar ja, zonder Kurz was het ook einde verhaal geweest.”