Conjunctuur

Nederlandse economie groeit voor twaalfde kwartaal op rij

Welvaart

Het vertrouwen onder consumenten en productenten is hoog. Het aantal vacatures neemt toe, net als de investeringen.

Groei zet verder door

De Nederlandse economie blijft goed draaien. In het eerste kwartaal van 2017 groeide het bruto binnenlands product (bbp) met 0,4 procent, volgens een eerste berekening van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Die kwartaal-op-kwartaalgroei is iets lager dan in het laatste kwartaal van 2016: die was toen 0,6 procent.

Ten opzichte van een jaar eerder groeide het bbp met 3,4 procent. Het eerste kwartaal van 2017 kende echter twee werkdagen meer dan het eerste kwartaal van 2016. Gecorrigeerd daarvoor komt de groei uit op 2,8 procent.

De groei is volgens het CBS „breed gedragen”: door meer uitvoer, meer investeringen en meer consumptie. Consumenten gaven iets meer uit, met name aan kleding en elektronische apparaten. De bouw en de zakelijke dienstverlening groeiden van alle sectoren het hardst. Maar ook de sectoren handel, vervoer, horeca, industrie en ICT deden het goed. Het aantal faillissementen daalde.

De export nam in maart sneller toe dan in februari, ten opzichte van een jaar eerder. Het CBS houdt een ‘exportradar’ bij waarin het de omstandigheden voor de export meet. Nu zijn de omstandigheden verbeterd, en dat is vooral te danken aan het verbeterde Duitse producentenvertrouwen en een groeiende Duitse industriële productie. Duitsland is een belangrijke markt voor de Nederlandse export.

De economie groeit nu twaalf kwartalen op rij. Dat is terug te zien in het vertrouwen onder producenten: dat ligt op het hoogste niveau in negen jaar. Ook consumenten hebben veel vertrouwen in de economie: het consumentenvertrouwen kwam in april op het hoogste niveau in zestien jaar.

Op de arbeidsmarkt is de economische bloei duidelijk te merken. Er kwamen in het eerste kwartaal 13.000 vacatures bij, de hoogste groei in de afgelopen tien jaar. Het aantal banen groeide met 56.000 terwijl het aantal werklozen afnam met 23.000 tot 463.000. Er zijn nu 2,6 werklozen per vacature.