Opinie

Boekhandels, typemachines

Op boekengebied kon ik in Gent mijn hart ophalen. Een goed boek vind je er gemakkelijker dan het Lam Gods. Het begon al op de eerste de beste wandeling bij café Le Bal Infernal in de Kammerstraat, dat zich afficheert als een ‘used book café’. Langs de wanden bleken zich meer dan 10.000 gebruikte boeken te bevinden, op het eerste gezicht in betrekkelijk goede staat. Titels die al jaren uit het blikveld waren verdwenen, dienden zich plotseling aan. Terwijl je de lunch gebruikte, kon je op schouderhoogte even Anna Blamans De verliezers of Marnix Gijsens De kroeg van groot verdriet pakken en doorbladeren. Je mag zo’n boek meenemen mits je het ruilt tegen een eigen boek, waarin je je naam en eventueel een boodschap achterlaat.

In Parijs bestaat ook zo’n café, maar volgens de barkeeper in Gent is het concept vooral ontleend aan het gebruik in hostels voor jonge toeristen om boeken te ruilen.

Gebruikte boeken (en ramsj) trof ik ook aan in een fraai filiaal van De Slegte aan de Voldersstraat. Ik besefte weer dat ik De Slegte in Amsterdam miste. (In Leiden en Rotterdam bestaat De Slegte nog wel, evenals in drie andere steden in Vlaanderen.) In Gent had ik het geluk dat iemand net zijn hele serie Privé-domein had verkocht, ze werden voor 15 euro per stuk doorverkocht.

Maar er gaat niets boven de kwaliteitsboekhandel waarin jong én oud aanbod naast elkaar bestaan. Ik vond in Gent twee van zulke winkels. De grootste is Het paard van Troje, een prachtige zaak (aan de Kouter) met een breed assortiment. Er is wel een nadeel: het restaurantgedeelte is er qua locatie – meteen bij binnenkomst – en etensgeuren te dominant aanwezig.

Daarom heb ik een groter zwak voor die andere, kleinere Gentse kwaliteitsboekhandel, Limerick, aan de Koningin Elisabethlaan, vlakbij het Station Gent-Sint-Pieters. Veel Nederlandse en buitenlandse literatuur, filosofie, wetenschap en kinderboeken.

Ik belandde er omdat ik wist dat hier ook de reusachtige schrijfmachinecollectie (160 stuks) van Willem Frederik Hermans permanent te bezichtigen is. De collectie bevond zich vroeger in het Tilburgse museum Scryption. Toen dat moest sluiten, was de eigenaar van Limerick, Gert Brouns, alerter dan Nederlandse belangstellenden, onder wie het Nederlands Letterkundig Museum. Brouns kocht de collectie voor slechts 5.500 euro, liet de machines opknappen en stalde ze in een vertrek achterin zijn winkel uit. Als hij tijd heeft, geeft hij er tekst en uitleg bij. Hij is een bevlogen Hermans-lezer, sinds hij Nooit meer slapen las.

Hij gaat soepel met zijn collectie om. Bij Scryption stond alles achter glas, bij Limerick mag je op de machines zelf een briefje tikken. Dat leek me een al te grote ontheiliging, maar ik kon de verleiding niet weerstaan om even de toetsen te beroeren van de vier belangrijkste machines waarop Hermans praktisch zijn hele oeuvre heeft getikt en die Brouns daarom centraal heeft opgesteld.

Het zijn in chronologische volgorde: de Underwood Portable (van zijn zus Cornelia, hij schreef er zijn debuut Conserve op), de Erika (die hij uit woede in elkaar trapte toen ze dienst weigerde), de Barlock (van Nooit meer slapen) en de rode Elektrische IBM (waarop hij de laatste 25 jaar werkte, zoals aan Onder professoren en Au pair).