Column

Wie kun je nog met plezier dood wensen en wie niet?

Het zijn verwarrende tijden om een witte heteroseksuele man te zijn. Als buitenstaander zie je niet hoe ongemakkelijk de rol is. Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik zelf tegenwoordig bij iedere vergadering met misprijzen word bekeken. Leuk dat je er bent, Maxim, maar wel jammer dat je zo ontiegelijk wit en heteroseksueel en man bent. Jawel, ik weet het, het spijt me.

Een wereldmacht wankelt. De populariteit van de witte heteroseksuele man begint sleets te raken, zijn dominantie verdwijnt. In reactie op die veranderende rol kan hij verschillende paniekerige dingen doen en dat doet hij de laatste tijd dan ook. Progressieve vlucht naar voren, conservatieve vlucht naar achteren: het is boeiend om te zien.

In vroegere tijden tobden we nog niet met de ingewikkeldheden van vandaag. Vorige week boog ik me over een lied uit The Mikado van Gilbert en Sullivan. ‘I’ve got a little list’ heet het, en het wordt gezongen door een beul uit de verzonnen Japanse stad Titipu. Hij heeft een lijstje gemaakt van mensen die hij graag uit de weg zou ruimen, lastpakken die de samenleving bepaald niet zal missen. Het is een vrolijk lied dat sinds 1885 aldoor in gebruik is gebleven, omdat iedereen wel mensen kent waar hij graag vanaf wil.

Anders dan het Nederland van nu was Engeland in het victoriaanse tijdperk zo puur en zo vredig dat je gerust een komische opera kon opvoeren over dood en marteling, bezongen op een volstrekt laconieke toon. Wie moeten er allemaal dood? Mensen die irritant lachen, natuurlijk. En schoolkinderen die hun jaartallen zo goed kennen dat ze je ermee intimideren. ‘All children who are up in dates, and floor you with ’em flat.’ Weg ermee.

Het is allemaal uiterst amusant, maar in een volgend couplet komen ras en sekse voorbij. En als moderner mens snap je dan opeens niet meer wat daar grappig aan is. Een beul die schoolkinderen wil aanpakken: prima. Maar de tussenliggende eeuw heeft het ons onmogelijk gemaakt nog grapjes te maken over het aanpakken van een ras. Niet alleen omdat het niet mag, maar simpelweg omdat het niet kan, je maag verzet zich ertegen. Daarom passen gezelschappen de tekst al decennialang aan.

En hier wordt de kwestie interessant. Want wie kunnen we nog wel met plezier dood wensen en wie niet? In de originele versie van The Mikado zet de beul de romanschrijfster nog op zijn lijst. ‘Dat bijzondere probleemgeval, the lady novelist. I don’t think she’d be missed. I’m sure she’d not be missed!’ Maar in een moderne versie wordt zij vervangen door een ‘aroma therapist’. Dat klinkt al een stuk vriendelijker. En nog beter is natuurlijk de versie waarin de beul zijn oog heeft laten vallen op de opiniecolumnist. ‘That bore would not be missed.

Gevoeligheden verschuiven. Toen onlangs bijvoorbeeld een bestuurder van de VVD in opspraak kwam, passeerden de spottende woorden ‘dik’ en ‘vet’ zo vaak in de nette kolommen van de nette kranten dat ik ervan schrok, maar ik begreep dat zoiets in toonaangevende kringen kennelijk kan. Zo leer je van elkaar. In de eigentijdse versies van The Mikado gaan de bankiers er massaal aan, en daar lijken we het tegenwoordig inderdaad wel over eens te zijn.

Satire verandert. Wat het ene moment leuk is, is dat het volgende moment niet, en de criteria liggen voor de hand. Het is niet grappig om vanuit je eigen comfortabele positie kwetsbare mensen en leden van minderheden te bespotten, maar die aromatherapeuten kunnen wel tegen een stootje. De uitvoeringspraktijk van The Mikado moet al met al een interessante studie kunnen opleveren over de positie van groepen in de samenleving: wie is gearriveerd en gevestigd genoeg om slachtoffer van de beul te worden?

Het zou jammer zijn als we helemaal te gevoelig worden voor zulke liedjes. De mens heeft er nu eenmaal behoefte aan beulsliedjes te zingen. Maar je wilt de zorgelijkheden daaromheen ook niet afdoen als doorgeslagen politieke correctheid, want de mens heeft tegelijk baat bij de gevoeligheid die leert wie je wel en wie je niet op de lijst kunt zetten. En in antwoord op gevoeligheden van anderen tegensputteren dat je een grapje maakt, helpt ook niet. Wij zijn allen helaas lang niet zo grappig als wij wel denken.

De witte mannen, want over hen hadden we het, staan nog gewoon boven aan de lijst. Ze zullen met veel van hun tegenwoordige gesputter moeten wachten tot de geschiedenis ze eraf haalt, of anderen er juist op zet. Af en toe gaat dat gelukkig snel, en als witte mannelijke opiniecolumnist durf ik best te vragen of vrouwelijke romanschrijvers bij een volgende opvoering van The Mikado weer op de lijst mogen, want die beginnen ontegenzeggelijk een plaag te vormen.

Maxim Februari is jurist en columnist. Deze column is wekelijks.