Column

Werk jij wel genoeg aan je ‘persoonlijke groei’?

Lang niet alle groei is vooruitgang, schrijft Japke-d. Bouma in haar wekelijkse column over kantoorclichés.

Als ik de managementgoeroes moet geloven zijn we allemaal veel te klein en wordt het hoog tijd dat we groeien. Dat is tenminste wat ik vaak lees op inspiratieblogs, wat ik hoor van jobcoachers en wat ik zie op de sites van organisatieadviesbureaus: dat je moet „blijven investeren in je persoonlijke groei”, dat je „stagneert” als je dat niet doet, dat „stilstand achteruitgang is” en dat we ons hele leven zouden moeten werken aan ons „persoonlijke groeiplan”. Alsof we een plant zijn ofzo.

Wat mij altijd opvalt aan mensen die het vaak over persoonlijke groei hebben, is dat ze heel andere criteria hebben voor persoonlijke groei dan ik. Zij vinden dat ik persoonlijk groei als ik naar seminars voor persoonlijke groei ga, als ik cursussen doe met kleuren, yoga, familieopstellingen en rollenspellen. Terwijl ik dan juist vind dat ik een dag heb lopen verspillen en dat op het eind ervan alleen de portemonnee van de trainers is gegroeid.

Ik heb het niet zo op groei en al helemaal niet op persoonlijke groei. Jullie als kleine opdondertjes weten dat niet, maar met mijn 1,84 meter kan ik jullie vertellen dat persoonlijke groei een enorm pijnlijk proces is. Ik ben ooit in twee jaar tijd veertien centimeter gegroeid en ik werd elke nacht gillend wakker van de pijn. Bij persoonlijke groei denk ik ook meteen aan een vleesboom of aan wild vlees. Google daar maar eens een plaatje van, dat wil je echt niet.

Maar ik snáp dat gehamer op groei ook nooit zo. Als je het goede wilt bewaren, moet je juist níet groeien. Kijk naar onze planeet, wat heeft al die economische groei ons gebracht – dat je spullen verouderen en je steeds iets nieuws moet kopen. Bossen die gekapt worden, broeikasgassen die de atmosfeer in worden gepompt. Afvalbergen tot aan de hemel. Niet alle groei is vooruitgang mensen.

Ja, ego’s. Die zie ik vaak groeien als mensen het over persoonlijke groei hebben. Mensen gaan vaak ook meer praten als ze vinden dat ze persoonlijk gegroeid zijn. Ik vind dat zelden een verbetering.

Duurzame groei bestaat natuurlijk al helemaal niet. Net zoals jouw

persoonlijke groei ten koste gaat van je collega’s, gaat duurzame groei net zo hard ten koste van iets anders. „Ik sta even stil en dat is een hele vooruitgang”, zei Bertolt Brecht al. Hadden ze dat in zijn tijd maar wat meer gedaan.

Wat is er mis met stagneren? Het bevalt mij prima. Stagnatie is zelfs hip. We zijn allemaal dol op winkeltjes waar in vijftig jaar niks is veranderd. We luisteren weer naar grammofoonplaten, laten onze baarden weer groeien alsof we nog neanderthalers zijn en zelf heb ik bijvoorbeeld een oldtimer.

Volgens mij wordt het ook een zootje als iedereen maar een beetje persoonlijk gaat zitten groeien op kantoor. Je komt door groei ook snel tegen glazen plafonds aan te zitten, ga maar eens in de tuinbouw kijken. Maar bovenal: waar stopt het? En wie zegt dat er genoeg is gegroeid en hoe bepalen ze dat?

Ik zou daarom zeggen: we stoppen een tijdje met al dat gegroei en gaan eens wat meer bewegen en afslanken. Want naast stilstand vind ik ook beweging erg fijn.

Zonder beweging groeit alles vast.

Meer #kantoorclichés via @Japked op Twitter