Recensie

Vooral de eenvoudige vondsten slaan aan in ‘Hondenhartje’

Met ‘Hondenhartje’ presenteert De Nationale Opera opnieuw een ambitieuze jeugdvoorstelling die aansluit op de volwassen programmering. Maar opzet en libretto zijn voor de 8+ doelgroep wel erg complex.

‘Hondenhartje’ van De Nederlandse Opera, met Mitch Raemaekers (Arie), Ginger (Hond Sjarik) Foto Michel Schnater

Hoe beoordeel je een kinderopera? Is het goed als de kinderen het ‘leuk’ vinden? Of is leuk een lauw criterium als het leuker had gekund? Lastige, ongezellige vragen.

Vooropgesteld: het is een grote stap voorwaarts dat De Nationale Opera actief werkt aan het publiek van de toekomst. Hondenhartje is de derde kinderopera waarmee wordt aangehaakt bij volwassen voorstellingen. Ringetje kwam voort uit Wagners Ring, Reimsreisje uit Rossini’s Viaggio a Reims en Hondenhartje uit A Dog’s Heart –onlangs bij De Nationale Opera te zien.

De productie vaart op goede bedoelingen. Het is een „stoere parodie op een maatschappij waar leiders opiniepeilingen volgen in plaats van zich op te stellen als rolmodel voor nieuwe generaties” aldus de flyertekst – en daarmee is het puntje van de angel al ontbloot. Stoer is goed, en stoer ís ‘Hondenhartje’. Musici die met klarinet en al in touwen klimmen, uitstekende zangers als (o.a.) Jeroen de Vaal en Anthony Heidweiller die zich met huid en haar inzetten.

Koor van plofkippen

Maar kinderen zijn kinderen, en een plot rondom plastic soep en falend leiderschap zijn behoorlijk abstract. Vooral de eenvoudiger vondsten slaan dus aan: de koddige scheepshond (weinig leuker dan echte huisdieren op het toneel), de circusparade door kinderen van werkplaats Boost, het hilarische koor van plofkippen („wij zijn dubieus”).

Het (zeer knappe) libretto zelf illustreert vooral de makerspret van het duo Henkes en Bindervoet. Geen kind dat lachte om de razend virtuoze verbale bastonnades, en waarschijnlijk ontging hen ook de surrealistische humor van cyclische verhaalvorm, waarin alles wat krom loopt, hopla, gewoon weer recht wordt gezet. Bedoeld als extra laag om ook ouders te behagen, maar het gaf je soms ook het gevoel dat de grenzeloze mogelijkheden van het genre muziektheater over de hoofden van de 8+-doelgroep heen werd gecelebreerd.

De lekker eclectische muziek van meespelende componisten Oene van Geel en Florian M. Maier is meeslepend en energiek, soms zozeer dat het kinderen (in de lange stormscène bij voorbeeld) teveel werd en de aandacht verslapte. Maar het montere meezinglied ‘Wij willen varen’, dat op papier nog kansloos leek vanwege het complexe ritme, werd na afloop in de foyers door velen nagezongen. En elk ondervraagd kind vond Hondenhartje leuk. Zoals Oom Drosselmeyer zingt in de filmversie van De Notenkraker: „Alles is relatief.”