Recensie

Verscheurende dilemma’s door opgepompte vastgoedmarkt

Little Men ontrolt zich langzaam en organisch, maar voor je het weet zit je toch middenin een plot vol dilemma’s.

De vriendschap van Jake (Theo Taplitz) met zijn onderburen komt onder druk te staan.

Little Men is jaloersmakend goed. De New Yorkse filmmaker Ira Sachs, een soort lo-fi Woody Allen, maakt al vijftien jaar ingetogen milde familiedrama’s. Maar niet zomaar. Op de achtergrond van de gewone dingen waar de meeste mensen mee te maken krijgen – relaties, sterfgevallen, werkloosheid, gesneefde dromen – schetst hij altijd trefzeker de sociaal-economische omstandigheden die het leven onnodig compliceren.

Zo zou je kunnen zeggen dat Little Men over rouwverwerking gaat – aan het begin van de film verandert immers alles door de dood van opa, waardoor de familie Jardine van Manhattan naar Brooklyn moet verhuizen. Of over het geworstel van New Yorkse kunstenaars – vader Brian is immers een acteur die al heel lang niet meer in een betaalde productie heeft gestaan. En de film gaat zeker over de vriendschap tussen de artistiek begaafde tienerzoon Jake en de streetwise Tony, zoontje van de Chileense kledingontwerpster die de winkelruimte op de begane grond van het familiehuis in Brooklyn huurt.

Hun klik gaat dieper dan woorden, het is vriendschap op het eerste gezicht, diep, intiem, pre-erotisch. En die vriendschap komt onder druk te staan door iets waar geen van de personages iets aan kan doen: de financiële gevolgen van de crisis voor de middenklasse en de opgepompte vastgoedmarkt in Brooklyn als gevolg van gentrificatie. De gebeurtenissen ontrollen zich langzaam en organisch, maar voor je het weet zit je toch middenin een plot vol dilemma’s. Dan is het te laat om nog partij te kiezen. Dan heb je je al met de levens van deze mensen verbonden, die door de druk van de markt op onontkoombaar verlies afstevenen.