Cultuur

Interview

Interview

Portret van Martin van Geel, technisch directeur van bij Feyenoord.

Andreas Terlaak

Hoe Feyenoord weer tot leven werd gewekt

Martin van Geel, technisch directeur

Hij is een van de architecten van de revitalisatie van landskampioen Feyenoord. „Gio, we moeten iets doen, het wordt nu bijna onhoudbaar.”

Het is dinsdagmiddag 31 januari, de laatste dag van de winterse transferperiode. Roerige dag in de voetbalwereld, maar niet voor Martin van Geel, technisch directeur van Feyenoord. Hij heeft alle tijd. We zitten in businessunit 30, ter hoogte van de middenlijn. Luxe ruimte in de 80-jarige Kuip.

In eerdere jaren was hij op deze dag druk met onderhandelen, deals, papierwerk. Vaak tot middernacht, samen met mede-directieleden. Zijn vrouw Annet haalde dan Chinees. Dit jaar niet, vorig jaar ook niet. „We hebben weer geen Chinees vanavond”, zegt de woordvoerder tegen Van Geel.

Het tekent de rust rond Feyenoord. Koploper vanaf de eerste speelronde en op jacht naar het eerste kampioenschap sinds 1999. De markt weet: Feyenoord laat nu geen spelers gaan en haalt ook niks. Stabiliteit moet leiden tot de titel.

Twee keer interviewen we Van Geel (56) tijdens de tweede seizoenshelft. Hij wordt gezien als een van de architecten van de revitalisatie van Feyenoord na het bijna-faillissement in 2010. We willen inzicht krijgen in zijn rol in dat herstelproces, de druk op zijn positie een jaar geleden en de toekomst van Feyenoord. En: de mens achter de bestuurder Van Geel.

In de totaal vier uur die de gesprekken in beslag nemen is hij ontspannen, open, anekdotisch, en soms joviaal. Als je hem een vraag stelt is hij zo tien minuten aan het woord. Hij is intelligent, hij zat op het atheneum voordat hij een stap terug deed naar de havo zodat hij zich kon richten op het voetbal. Zijn tegenstanders zullen zeggen: hij is sluw. Zelf zegt hij: „Ik denk over alles na.”

Als technisch directeur is hij bij Feyenoord verantwoordelijk voor de gehele ‘voetbalketen’: de selectie, de technische staf, de medische staf, de jeugdopleiding, scouts. „Tien, twintig procent” van zijn werk bestaat uit het aan- en verkoopbeleid. In de media ligt daar het vergrootglas op. „Ze denken dat je vanaf 1 februari niks meer te doen hebt.”

Het ene jaar wordt hij geroemd als vakman, de tovenaar die van een stuiver een euro maakt. In mindere jaren is het al snel: miskoper en kop van Jut. Hij is de meest ervaren technisch directeur in de eredivisie, 22 jaar doet hij dit vak. Zijn netwerk is omvangrijk, zijn telefoonlijst bestaat uit zo’n 2.000 nummers.

Noem zijn werk geen werk. „Het is mijn levenswijze.” Op vakantie komt hij er niet los van, voetbal domineert zijn bestaan. „Ik ben heel eenzijdig geïnteresseerd.” Hij heeft vorige zomer de biografie van Vincent van Gogh gelezen, dat was het verdiependste op niet-voetbalgebied de afgelopen jaren. De nieuwe wereldorde, de verkiezing van Donald Trump, het is geen thema binnen Feyenoord. „Wij hebben het daar zelden of nooit over.”

Familie

Van Geel is beschermd opgevoed in een sober, rooms-katholiek arbeidersgezin in Goirle, onder Tilburg. Zijn vader was automonteur bij een militaire werkplaats en talentvol wielrenner. Hij had een „gruwelijke hekel” aan zijn werk. „Op zondagavond zag hij er al tegenop: morgen weer.” Zijn moeder runde het huishouden en werkte in de avonduren als schoonmaakster bij de Rabobank. „Ging ze op het fietsje, na het eten. Jarenlang.”

Zijn vader werd in 1953 bij de Watersnoodramp geëvacueerd nadat hij meerdere mensen wist te redden, vertelt Van Geel. „Maar hij heeft zijn neef zien verdrinken. Daar wilde hij nooit over praten. Mijn vader was geen prater. Zelfs op het eind niet.” Zeven jaar geleden overleed hij. Darmkanker. Hij schakelt even over naar zijn Brabantse accent. „Hij is tachtig mogen worre.” Hij slikt. „Hij had er ook nog mogen zijn van mij.”

Zijn moeder is 83, elke woensdag gaat hij bij haar langs. Hij is het oudste kind, hij spreekt van een „extreem verantwoordelijkheidsgevoel”. Hij verschilt van karakter met zijn drie jaar jongere broer: „gedisciplineerd” tegen meer „lang leve de lol”. „Als ik al op stap ging, was ik om half twaalf thuis. Hij ging om half twaalf weg.” Zijn broer werkt nu twintig jaar als cipier en was voorheen bouwvakker en vrachtwagenchauffeur.

Hij heeft drie kinderen uit zijn eerste huwelijk, hij trouwde op zijn twintigste. Zijn huidige vrouw Annet, met wie hij in 1999 trouwde, zit altijd naast hem op de tribune bij wedstrijden. „Dat beleven we samen.” Zij geeft les op een sportschool en is geïnteresseerd in voetbal. Hij bespreekt de zaken rond Feyenoord met haar. Klankborden, noemt hij het. „Ik deel alles met haar, echt alles. Ook dit gesprek ga ik vanavond met haar bespreken.” Haar steun is belangrijk. „Als je al 22 jaar technisch directeur bent zijn er veel moeilijke momenten, dan is zij er altijd.”

Het begin bij Feyenoord

Mei 2011 begint hij bij Feyenoord. Van Geel heeft enkele artikelen meegebracht uit die tijd. Het AD, toen: Martin van Geel moet gaan toveren in de Kuip. De gemiddelde verwachting van de kenners in de VI-seizoensgids 2011-2012: Feyenoord wordt negende.

Het feitencomplex op dat moment: Feyenoord eindigt het seizoen ervoor als tiende, er is met 10-0 verloren bij PSV, de schuldenlast bedraagt 43 miljoen euro, er is een negatief eigen vermogen van 35 miljoen, de club is geplaatst in de zorgencategorie 1 van de KNVB en jeugdtalenten Georginio Wijnaldum en Leroy Fer vertrekken naar respectievelijk PSV en FC Twente.

Van Geel: „Daar begin je. Succes ermee.”

De zaakwaarnemers van Fer en Wijnaldum zeggen tegen hem: „Martin, jij gaat aan een dood paard trekken. Dat gaat daar niet.” Feyenoord is diep gevallen, de redenen die de spelers geven voor hun vertrek: „Wij kunnen ons niet doorontwikkelen bij Feyenoord. Wij kunnen niet in de top van Nederland spelen met Feyenoord. En wij kunnen geen international worden bij Feyenoord.”

Van Geel realiseert zich: als vertrekkende spelers deze argumenten over drie jaar nog geven heeft hij „gefaald”.

Het rumoer op en rond de club is groot, die maanden. De Feyenoord-supportersvereniging zegt kort na zijn entree het vertrouwen op in de directie. „De toenmalige manager van de supportersvereniging, Joop Verschuuren, stak zijn hoofd bij mij om de deur: hij zei ‘Martin, dat geldt niet voor jou hé’. Ik zei: ‘Joop, dat zou onderhand kunnen, want ik ben er al twee weken’. Zo ging dat.”

Twee maanden na zijn komst zegt de spelersgroep het vertrouwen op in coach Mario Been, na een geheime stemming tijdens een trainingskamp in Ermelo. Van Geel weet van niets, zegt hij. „Hoe diep kun je zinken? Een stemming van spelers, ongekend. Ik heb tegen de spelers gezegd: ik zou het niet doen, geef het een kans.” Maar Been is onhoudbaar: hij vertrekt.

Jeugdjaren

Van Geel speelt eind jaren tachtig anderhalf seizoen bij Feyenoord, een van zijn betere periodes als prof. Hij is van jongs af aan Feyenoord-fan, als tienjarige jongen gaat hij met zijn vader en oom naar de Kuip. Jeugdidool is Willem van Hanegem, zijn kamer hangt vol met diens posters. Hij ziet in de Kuip Coen Moulijn afscheid nemen in 1972 en is bij de eerste grootschalige supportersrellen op Nederlandse bodem in de finale van de UEFA Cup in 1974 tegen Tottenham Hotspur. „Ik zag de stoeltjes hier van de tweede ring naar beneden vliegen.”

Van Geel debuteert op zijn zestiende bij Willem II, op de fiets gaat hij naar thuiswedstrijden. Hij geldt als een talentvolle, hardwerkende middenvelder. Twee jaar later vertrekt hij naar Ajax. De periode daar ervaart hij als „struggle for life”. Als jongen uit de provincie moet hij concurreren met gevestigde namen als Dick Schoenaker, Søren Lerby, Frank Arnesen. Fysiek komt hij tekort, hij forceert, pleegt roofbouw.

Twee seizoenen houdt hij het vol, dan vertrekt hij naar Roda JC. Het zijn de jaren tachtig, de tijd dat je er als modale prof soms nog iets naast deed. Van Geel, met enkel een havo-diploma op zak, probeert zich maatschappelijk te ontwikkelen. Hij doet in Kerkrade een avondcursus boekhouden en een LOI-cursus journalistiek. Als leerling-verslaggever voor het Limburgs Dagblad draait hij avonddiensten en schrijft hij artikelen over amateurwedstrijden.

Hij proeft aan meer vakgebieden. In zijn nadagen, bij Willem II, volgt hij een opleiding public relations & voorlichting en een cursus marketing. Hij werkt bij een bedrijf – De Veer Automatisering – als verkoper van computersupplies en bij een andere firma doet hij de sales van kantoorartikelen. Hij verzorgt de advertentieverkoop voor een Tilburgs businessmagazine, wordt commercieel manager bij Willem II, coördineert de clubkrant – en voetbalt daarnaast.

Bottom line: het leidt in 1995 – op zijn 34ste, met een lichaam dat topsport niet meer verdraagt – tot een functie die voor hem gemaakt lijkt, technisch directeur van Willem II. In een tijdsgewricht dat clubs professioneler worden: transferbeleid was tot die tijd iets dat de voorzitter erbij deed.

Hij vormt in Tilburg een twee-eenheid met coach Co Adriaanse. Willem II rukt op, wat in 1999 leidt tot een tweede plek en plaatsing voor de Champions League. Het is het succes van Adriaanse – dat ook afstraalt op Van Geel.

Wat volgt: hernieuwd succes met Adriaanse bij AZ; sportief magere jaren bij Ajax dat in 2007 op één goal de titel mist en een rapport van de commissie-Coronel met harde kritiek op Van Geels functioneren; gevolgd door zijn rehabilitatie bij Roda JC, dat opleeft onder zijn regie. Clubs weten: als het slecht gaat bel je Van Geel, die trekt je eruit.

Koeman, de grondlegger

Dat is ook de opdracht bij Feyenoord, zomer 2011. Van Geel staat voor de zwaarste klus als technisch directeur: club in nood, geen geld, geen trainer. Hij moet op instinct handelen: wie haalt hij nu? En, misschien nog complexer: wie wil hier überhaupt instappen?

Het wordt Ronald Koeman. Het blijkt Van Geels meest bepalende zet. „We hebben elkaar op het juiste moment gevonden. Wij waren gemankeerd, Ronald was gemankeerd.” Van Geel wijst erop: Koeman is ontslagen bij AZ en eerder bij Valencia en maakt privé, vanwege de ziekte van zijn vrouw Bartina, een moeilijke periode door.

Er heerst bij zijn komst in 2011 een excuuscultuur bij Feyenoord, vindt Van Geel. Vaak hoort hij: de ploeg is te jong, er moet niks verwacht worden en er zijn geen mogelijkheden. Koeman en Van Geel proberen daarmee af te rekenen. De afspraak die ze maken, in het geval van een slechte reeks: hij dekt de coach en Koeman vraagt niet om versterkingen – want daar is geen geld voor.

Feyenoord verrast onder Koeman. De ploeg wordt bij de hand genomen door de Zweedse sensatie John Guidetti, die van Manchester City wordt gehuurd. Nadat Feyenoord zich bij SC Heerenveen verzekert van de tweede plek wachten er bij terugkeer in de Kuip 20.000 fans. Het is dan mei 2012. Van Geel: „Die zijn er nu niet als we tweede worden. Dat was eenmalig, dat mag nooit meer gebeuren.”

Het zijn de eerste stappen van de opleving, met Koeman als grondlegger. Van Geel: „Ronald heeft geweldig werkt verricht.” Van Geel krijgt ook lof. Als hij met zijn vrouw over de Erasmusbrug loopt, zet een fan zijn auto aan de kant en omhelst hem. „Toen zei Annet: ‘Martin, je beseft toch wel dat als het volgend jaar minder is, diezelfde man uitstapt en jou hier over de reling de Maas in flikkert’. Dat realiseerde ik mij, zo dicht zit het bij elkaar.” Om die reden hangt er ook geen naambordje bij hun huis. „Dat heb ik nergens gehad. Je weet het nooit.”

Hij ziet het zo: „Feyenoord is een ongelofelijk mooie auto, en ik rijd erin. En fans zijn bang dat de auto niet heelhuids terugkomt in de garage. Want dat is hun leven, Feyenoord. Ik, met nog veel mensen, moet zorgen dat de auto ongeschonden en als eerste in de garage terugkomt.”

Agressie in zijn richting maakte hij niet mee, al is de sfeer in de Kuip soms grimmig. „Als we met 1-0 achterkomen, staan er op sommige vakken bij wijze van spreken meer mensen met hun gezicht naar ons toe dan dat ze naar het veld kijken. Daar probeer ik mij voor af te sluiten, ik kijk eroverheen. Zij moeten hun frustratie en teleurstelling kwijt. Dat is het makkelijkste richting de technisch directeur, die een andere spits had moeten halen.”

Pellè, het kantelmoment

Feyenoord wordt in 2010 – vier dagen na de 10-0 bij PSV – gered door een injectie van De Vrienden van Feyenoord, een vermogende groep ondernemers. Zij steken 30 miljoen in de club, in ruil voor 49 procent van de aandelen. Zo wordt een groot deel van de schulden weggewerkt – en door flink te saneren. Maar het vet op de botten is nog mager. De opdracht voor Van Geel: eerst voor twintig miljoen euro aan spelers verkopen, pas daarna kan hij gaan herinvesteren.

Dat eerste moment komt in januari 2013. Feyenoord heeft Graziano Pellè een half jaar eerder gehuurd van Parma, als vervanger van Guidetti. Met succes, de Italiaanse spits is ideaal aanspeelpunt en afmaker. Zijn status groeit, waar hij eerder mislukte bij AZ. Van Geel: „Ik zei: nu moeten we hem kopen, straks gaat hij overal opvallen.” Feyenoord betaalt 2,1 miljoen, in twee termijnen. „Onze eerste investering.” Dat kon eindelijk, Feyenoord had voor 20 miljoen verkocht. Kantelmoment? „Ja.”

In de media circuleert een verhaal over hoe Pellè als huurling bij Feyenoord terecht is gekomen: op het strand van Ibiza komt de aanvaller een kennis tegen die de zoon van Koeman (Tim) kent, via die route zou Pellè bij Koeman hebben aangegeven dat hij graag in Rotterdam wil spelen. Van Geel: „Een groter onzinverhaal is er niet.”

Zijn versie: hij zit in de zomer van 2012 met algemeen directeur Eric Gudde te brainstormen: geen geld, we moeten iemand huren, wie? „Eric zegt in één keer: die Pellè, die zit op de bank bij Parma. Ik zeg ja: het is een sterke jongen. Ronald heeft met hem gewerkt bij AZ. We brachten hem in de vergadering in. Ronald zei: ja, potverdorie, sterk, kan een bal vasthouden, kopper, goede jongen. Maar ja, meer dan twaalf zal hij er niet maken.”

Hij lacht. „Zo ging het letterlijk. Maar ja, met de spelers eromheen, Lexie Immers, misschien kom je dan tot wat.” Met Pellè, en onder Koeman, eindigt Feyenoord derde (2013) en tweede (2014). Langzaam wordt Feyenoord weer een topclub – althans, zo lijkt het.

Advocaat, de bliksemafleider

Het is crisis, februari 2016: de zevende nederlaag op rij van Feyenoord, uit bij PEC Zwolle. De positie van coach en kind van de club Giovanni van Bronckhorst begint te wankelen. Een paar uur na het verlies belt Van Geel met Van Bronckhorst.

„Ik zeg, Gio, we moeten iets doen, want het wordt nu bijna onhoudbaar. Ik heb dit idee: Dick Advocaat erbij als een soort adviseur. Denk daar eens heel goed over na, dan drinken we morgenochtend om negen uur een bak koffie bij mij op kantoor.” De achterliggende gedachte: Advocaat moet als bliksemafleider dienen. „We moesten tijd kopen. De aandacht moest er even af.”

Van Bronckhorst stemt in, die avond spreken ze bij de coach af in Krimpen aan den IJssel: Van Geel, Gudde en Advocaat. „Dick zei: ik doe het. Een dag erop vroeg ik: potverdorie Dick, wat moet dat kosten? Ik weet niet wat een adviseur kost, heb ik niet zoveel ervaring mee. ‘Nou Martin’, zei hij, ‘als we Europees voetbal halen zou ik heel graag een platenbon willen.’” Schaterlach. „Ik zeg: een platenbon? Ik weet niet of ze nog bestaan, maar die krijg jij van mij.”

De troefkaart Advocaat slaagt. Feyenoord richt zich op en wint de KNVB-beker. In retroperspectief: Van Geel houdt vast aan Van Bronckhorst, net als hij in 1997 in een kritieke fase vasthield aan Adriaanse toen die net was begonnen bij Willem II. Van Geels criteria in vraagstukken als deze: staat de kern van de spelersgroep nog achter de coach en heb je zelf nog het vertrouwen dat het op termijn goed komt. Beide vragen kon hij bevestigend beantwoorden.

De ingreep met Advocaat is indirect ook van belang voor van Van Geels eigen positie: als Van Bronckhorst, die hij aanstelde, had moeten vertrekken was het ook het falen van de technisch directeur geweest.

Ontevreden vrienden

Het ettert, de eerste helft van 2016. Het AD en Voetbal International schrijven dat Van Geels vertrek onvermijdelijk is. De onrust komt met name uit de hoek van de Vrienden van Feyenoord, waar een kleine groep van zo’n dertig investeerders ontevreden is over het transferbeleid en de grote achterstand op Ajax en PSV. De gemene deler in de kritiek: nu er eindelijk weer voor miljoenen geïnvesteerd kan worden, blijft succes uit.

Van Geel zit in de verdrukking. Miljoenenaankopen als Marko Vejinovic en Bilal Basacikoglu renderen niet of nauwelijks en de spitspositie is een zorgenkind: Colin Kazim-Richards (die tussentijds vertrekt) en Michiel Kramer zijn niet de voltreffers zoals Pellè of Guidetti dat waren.

Als Van Geel in die tijd ergens een afspraak heeft gaat het de eerste twintig minuten alleen maar over zijn positie. „Dat moet geen maanden duren, want dan gaat het ook ten koste van de club. Ik moet ook een bepaalde autoriteit hebben, intern en extern. Ik kreeg vragen als: zit jij hier volgend jaar nog wel? Dat zijn toch geen soort van afspraken.”

Wat erboven hangt, in Van Geels optiek: in het Koeman-tijdperk is er aan succes geproefd, de felicitaties zijn ontvangen, een terugval past voor de betrokkenen niet in het script. Hij wist dat dit ging gebeuren, op enig moment. „Ik had het al eens voorspeld, aan Eric Gudde.” Van Geel in zijn algemeenheid, hij wil niet op namen ingaan: „Ze willen wel met je winnen, maar niet meer met je verliezen. Dat is het verschil met mij: ik win met ze en ik verlies met ze.”

De „interne waardering” van de werkvloer houdt hem op de been. „Externe waardering is leuk, maar is ook vluchtig. Vandaag dit, morgen dat. Als de interne waardering gaat schuiven, dan krijg je het lastig.” Hij gaat in het tegenoffensief. Op het hoogtepunt van de machtsstrijd, kort voor de bekerfinale tegen FC Utrecht, zit hij bij FOX Sports’ De Tafel van Kees en verschijnt hij bij de NOS. „Ik dacht: dan winnen we die beker en is het weer klaar.”

En zo geschiedt. Van Geel blijft. Een meerderheid steunt hem in de vijfkoppige raad van commissarissen, waarin twee vertegenwoordigers zitten van de Vrienden van Feyenoord. Van Geel: „Als je de beker niet wint, dan had ik het nog niet zo geweten in alle eerlijkheid. Wie we daarmee behouden hebben voor de club, ik heb geen idee.”

Hij heeft niet overwogen op te stappen. Maar hij zegt ook: als het zo nog maanden was doorgegaan, „komen er mechanismen op gang, dan weet je niet of die bal nog gaat stoppen. En of je het zelf nog wel leuk vindt”.

De discussie rond zijn positie raakt hem. „Dan komt er toch een stukje ego boven. Dan denk ik, jongens, zijn jullie nou helemaal vergeten” – hij wijst op de VI-seizoensgids 2011-2012 – „waar we vandaan zijn gekomen? En dan ben je vijf jaar verder, je wordt derde, wint de beker. Telt dat dan allemaal niet? Oké, dat kan. Ben ik altijd keurig voor betaald, nooit een dag voor hoeven wachten. Maar de manier waarop deed mij wel een beetje pijn.”

Martin van Geel, ‘td’ van Feyenoord. „Ik geef correct antwoord op vragen, ik geef de primeurs niet. Daardoor is mijn imago misschien niet geweldig. Ik ben niet van de etalage, ik ben van de inhoud van het bedrijf.”. Andreas Terlaak

De media en de lijntjes

Het is ook een mediaspel, de voetbalwereld. Van Geel is er „niet goed” in, zegt hij. „Ik heb de lijntjes niet. En die wil ik ook niet hebben. Je wordt op een bepaalde manier afhankelijk van iets, men verwacht op een gegeven moment iets van je terug. Dat is misschien een tekortkoming. Ik geef correct antwoord op vragen, ik geef de primeurs niet. Daardoor is mijn imago misschien niet geweldig. Ik ben niet van de etalage, ik ben van de inhoud van het bedrijf.”

Hij leest het AD en VI niet meer. „Ik ben daar klaar mee. En dan mis je wel eens wat. Al die analyseprogramma’s rond het weekend, ik zie er niet een. Voortafelen niet, natafelen niet. Het brengt mij niks, inhoudelijk. Voetbal Inside ben ik acht jaar geleden al mee gestopt.”

We spreken over Feyenoords topsportklimaat, dat vaak bekritiseerd is, ook door eigen trainers. Op detailniveau zou de club achterlopen op Ajax en PSV. Van Geel houdt een A4’tje omhoog met 25 handgeschreven punten, ‘professionalisering bij Feyenoord’ staat erboven. „Dit is waarom we presteren.”

Het betreffen maatregelen die in zijn tijdperk zijn doorgevoerd, zegt hij. Voorbeelden: de technische staf die van 3,5 fte is gegroeid naar 8, de mogelijkheid tot het bekijken van wedstrijdbeelden in de rust, de invoering van een programma om de gemoedstoestand van spelers te monitoren, niet meer lopend naar het trainingsveld maar vervoer per busjes, de aanstelling van een gedragsanaliste bij de jeugdopleiding.

Van Geel, fel: „Journalisten die hier zes dagen per week rondlopen schrijven daar nooit een letter over. Dan denk ik: dat doe je bewust, of je ziet het niet. Het gaat alleen maar over het enkeltje dat verstuikt is of dat het ergens niet goed gaat.”

Of over prullenbakken die niet op tijd worden geleegd, zoals Koeman eens zei. „Dat is nog steeds zo, trouwens. De prullenbak wordt één keer in de twee dagen geleegd. Dat gaan we niet veranderen, dat kan best wel.” Of over Gudde en Van Geel die spelers zouden hebben gecomplimenteerd na een gelijkspel bij Ajax – „klopt helemaal niks van”. Van Geel: „Dat vind ik jammer, dat alles herhaald wordt.”

Als je hem door de regels hoort, is het in sommige periodes geen benijdenswaardig bestaan, technisch directeur. Hij knikt, je moet een dikke huid hebben. Succesvolle aankopen zijn ‘geluk’, miskopen al snel ‘wanbeleid’, zegt hij, enigszins sarcastisch. „Als ze aan mij vragen: ben je verantwoordelijk voor de aankopen, dan zeg ik: alleen voor de miskopen. De andere spelers komen zogenaamd op een andere manier, via de zoon van Koeman.”

Na de diamanten Pellè en Guidetti volgen er mindere keuzes – zie Vejinovic, Basacikoglu, Kazim-Richards. Dit seizoen heeft Van Geel weer succes, met spits Nicolai Jørgensen, keeper Brad Jones en buitenspeler Steven Berghuis. Zijn wetmatigheid, qua transfers: „Als je vijf spelers haalt, slagen er drie, één is twijfel en één haalt het niet. Daar moet je een hele dikke handtekening voor zetten.”

De financiële balans in zes seizoenen Van Geel, naar eigen zeggen: 80 miljoen verkocht tegen 22 gekocht (bruto bedragen), al bestaan er ook conservatievere berekeningen op basis van onofficiële cijfers.

De toekomst

De titel is binnen, Van Geels eerste kampioenschap als ‘td’. Een seizoen met Champions League wacht. Een drukke transferzomer wacht. Feyenoord zal zich in de breedte moeten versterken wil het dit succes kunnen continueren – dit seizoen kwam het aan op een kern van twaalf spelers. Veel bepalende spelers hebben bijgetekend de afgelopen maanden, al vertrekt aanvaller Eljero Elia.

Feyenoord zit nu op een omzet van 60 miljoen, achter Ajax (93 miljoen) en PSV (95 miljoen). Door de Champions League is Feyenoord verzekerd van grofweg vijftien miljoen euro startpremie. Maar die miljoenen zijn moeilijk in te bouwen in het salarishuis. „Dat is een eenmalige inkomstenbron, daar kun je niet drie-, vierjarige contracten op afsluiten.”

De verwachtingen groeien door de titel. „Je kunt niet zeggen: derde begroting, derde plek is onze doelstelling volgend jaar. Wij moeten mee blijven strijden om de koppositie, dat blijft een grote uitdaging.”

Foto Andreas Terlaak

De salarisgrens van Feyenoord ligt op één miljoen euro. Dit vormt soms een beperkende factor. „Je merkt dat spelers en zaakwaarnemers zeggen: er wordt hier wat gepresteerd en ik ben international. Dat moet wel gewaardeerd worden. Want dáár en dáár. Een paar jaar geleden zeiden we: dit is het, en meer hebben wij niet vrienden, want anders zijn we volgende week failliet, bij wijze van spreken. Dat kun je nu niet meer vertellen. De verwachting van de andere kant wordt steeds hoger. En niet onredelijk, maar of we het kunnen invullen is een ander verhaal. Ons daarin zomaar weer met Ajax en PSV vergelijken, dat kunnen we nog altijd niet. Ga dat maar eens managen en vertellen. Zeggen ze: hoezo niet dan?”

Hij vertelt een verhaal over Bruno Martins Indi, tot 2014 speler van Feyenoord. „Wij verlengen zijn contract en hij was zo blij, zijn vrouw en kind waren erbij, die zette hij op tafel. We liepen bijna de polonaise. ‘Dat had ik nooit verwacht dat ik zo’n contract hier zou tekenen’, zei hij. Een paar weken later wordt hij geselecteerd voor Oranje. Zegt Sneijder tegen hem: en Bruno, wat verdien jij? Bruno gaf zijn salaris. Zegt Sneijder: per maand? Bruno loopt de week erop bij mij binnen. Martin, zegt hij, wat heb ik gedaan? Ik zeg: Bruno jongen, dit is een hartstikke mooi contract voor jou bij Feyenoord. Hij zegt: ja maar daar verdienen ze meer.”

Van Geel zucht. „Tevreden in deze wereld, dat zijn er niet veel.”