Politieagent D. zocht wel heel vaak naar informatie over zijn neef

Justitie verdenkt de man van het lekken van vertrouwelijke politie-informatie. Hij zou hier ongeveer 117.700 euro mee hebben verdiend.

Ter illustratie: vrouwe justitia ANP / Lex van Lieshout

Oud-rechercheur Mike D. uit Kerkrade was „24 uur per dag, zeven dagen per week” politieman. Met zo’n beroepsopvatting controleer je vaak gegevens over personen in interne bestanden, verklaarde hij dinsdag in de rechtbank. Zo kon hij goed geïnformeerd zijn politiewerk doen. Nooit zou hij gegevens aan criminelen doorspelen, bezwoer de Kerkradenaar.

Het Openbaar Ministerie (OM) denkt er anders over. Justitie verdenkt D. van het lekken van vertrouwelijke politie-informatie tegen betaling, vervalsing van zijn uren- en vakantiedagenregistratie en lidmaatschap van een bende die in soft- en harddrugs handelde. Volgens het OM zou de oud-rechercheur ongeveer 117.700 euro hebben verdiend met zijn activiteiten.

De rechter bevroeg D. scherp, want zijn stellige ontkenning staat haaks op zijn uitlatingen tijdens politieverhoren. Eerder bekende hij fouten te hebben gemaakt, informatie te hebben opgezocht en die te hebben gedeeld met derden.

Naast D. werden de afgelopen jaren meer lekkende agenten ontmaskerd. De meest geruchtmakende zaak is die van politiemol Mark M. uit Weert. Criminelen konden zich ‘abonneren’ bij Mark M. Hij zou er volgens justitie zo’n acht ton mee hebben verdiend. Zijn zaak kwam vorige week nog voor in Den Bosch en wordt na verhoor van getuigen begin volgend jaar voortgezet.

Zwijgrecht

Mike D. uit Kerkrade werd begin 2015 aangehouden. Tijdens het onderzoek maakte de politie gebruik van undercoveragenten. De oud-rechercheur zou een van hen ook informatie hebben verkocht. Voor die beschuldigingen beriep D. zich vandaag op zijn zwijgrecht.

„Je bent toch geen politie-informant?”, vroeg D. een van de undercoveragenten. De rechtbank kon deze uitspraak niet rijmen met zijn verklaring dat hij alleen voor zijn werk in politiebestanden grasduinde. „Als dat zo is, waarom ben je dan bang voor politie-informanten?”, vroeg de rechtbank.

„Je bent toch geen politie-informant?”, vroeg D. een van de undercoveragenten

D. zou opvallend vaak hebben gezocht naar info over zijn neef en over een bekende van de politie die ook klant was in de kapsalon van D.’s vrouw. Deze man kwam daar wekelijks en zou tussentijds ook langs zijn gekomen om gel te kopen. Over deze man wilde D. alleen achter gesloten deuren wat zeggen. Na een vraag over mogelijke telefoon- en sms-contacten beriep hij zich opnieuw op zijn zwijgrecht.

De onduidelijkheid over zijn urenregistratie weet D. aan geschuif met werkroosters op het laatste moment. Volgens hem komt dit regelmatig voor bij de politie. D. wordt het kwalijk genomen, bij zijn oud-collega’s wordt er geen zaak van gemaakt, zei hij. „Anders zou er vandaag geen politie op straat lopen.”

De rechtszaak tegen D. gaat 18 september verder. Dan moeten ook D.’s medeverdachten verschijnen en maakt het OM bekend hoeveel inkomsten het van D. opeist.