Column

Op zoek naar het Lam Gods

Toen ik vertelde dat ik voor het eerst naar Gent ging, luidde de standaardreactie: „Het Lam Gods.” Gent bezoeken zonder het Lam Gods te aanschouwen, was pure culturele barbarij, begreep ik. Omdat mijn hotel ook nog zo ongeveer naast het Lam Gods bleek te staan, had ik geen excuus meer om het kunstwerk te mijden.

Nietsvermoedend begaf ik me naar de Sint-Baafskathedraal, waar dit befaamde, uit twaalf panelen bestaande, altaarstuk van de gebroeders Hubert en (vooral) Jan van Eyck uit de vijftiende eeuw zou berusten. Het kon niet missen, voor het gebouw stond een groot bord met foto’s en de tekst: „Toch steekt één werk erboven uit: het wereldberoemde Lam Gods van Hubert en Jan van Eyck uit 1432.”

In een hoek van de kathedraal verwees een bord bij de kassa met een pijl naar een kleine ruimte erachter: „Lam Gods – Der Genter Altar.” Voor 4 euro mocht je doorlopen naar het kunstwerk. Uit een klein afgedrukte tekst op een mededelingenbord begreep ik dat het elders voor een deel gerestaureerd werd, maar welke panelen precies werd niet duidelijk. De ruimte achter de kassa stond vol met fotograferende toeristen. Ik vroeg een suppoost of het grote centrale paneel, voorstellende de aanbidding van het lam, het origineel of een kopie was. „Nee, het origineel”, verzekerde hij me. Ook andere toeristen kregen dit te horen.

Geïmponeerd bekeken we allemaal vooral dit belangrijkste paneel. Goed gedaan, Hubert en Jan, het was de 4 euro meer dan waard! Voldaan verliet ik de kerk, voortaan kon ook ik iedereen die nog naar Gent moest, aanbevelen: „Het Lam Gods!”

Nu de culturele belangstelling aangewakkerd was, kon een bezoek aan het Museum voor Schone Kunsten van Gent er nog wel bij, vond ik. Daar hingen nog veel meer grote jongens: van Rubens en Jordaens tot Van Rysselberghe en Ensor.

Het was er aanzienlijk stiller dan in de Sint-Baafskathedraal. Wie nog eens ongestoord belangrijke schilderijen wil bekijken – tegenwoordig een zeldzaamheid – moet spoorslags naar dit museum in het Citadelpark afreizen.

Ontspannen drentelde ik door de vele zalen tot ik in een ruimte belandde waar een man, afgezonderd in een grote glazen cel, geconcentreerd een geschilderd paneel onder handen nam. Naast hem stond een groot paneel dat mij zeer bekend voorkwam: het centrale paneel van het Lam Gods! Uit een tekst op de wand begreep ik dat hier een aantal panelen van het Lam uit de Sint-Baafskathedraal gerestaureerd werd.

Ik vroeg enkele suppoosten wie en wat ik moest geloven. Ze reageerden glimlachend. Ze kregen er regelmatig vragen over van stomverbaasde toeristen, die ook dachten dat ze in de kathedraal het origineel hadden gezien. Ze zouden daar bevreesd zijn dat de lucratieve toeristenstroom afneemt zodra al te duidelijk wordt dat het originele centrale paneel alleen in het Museum voor Schone Kunsten te bewonderen valt.

Een katholiek leugentje om bestwil? Of een onopzettelijke slordigheid in de communicatie?

Ik herinnerde me hoe geboeid ik naar die fotokopie in de kathedraal had gekeken. Wéér een illusie armer. Misschien hebben ze in het Rijksmuseum ook wel een kopie van De Nachtwacht hangen, peinsde ik, omdat de directeur hem liever op zijn slaapkamer heeft. Wie zou het verschil zien? Ik in ieder geval niet.