Netflix houdt voet bij stuk, ondanks vrijages Cannes

Moet Netflix mee kunnen doen met de competitie in Cannes? Als het aan de videodienst ligt wel, maar dat is zo makkelijk nog niet.

Het was één spagaat te veel, zelfs voor Thierry Frémaux, de o zo soepele directeur van Cannes. Op de 70ste verjaardag leek ’s werelds grootste filmfestival – en bastion van traditionele filmbeleving – voor de nieuwe realiteit te zwichten. Twee speelfilms van SVOD (streaming video on demand)-platform Netflix mochten meedoen aan Cannes’ hoofdcompetitie: Okja van Bong Joon-Ho en The Meyerowitz Stories van Noah Baumbach.

Een ridderslag voor een ‘nouveau riche’, maar Cannes moet wel. Nu Hollywoodstudio’s zich toeleggen op platte blockbusters, bieden VOD en SVOD filmauteurs als Woody Allen, Paolo Sorrentino, Martin Scorsese en David Lynch honderden miljoenen dollars, ongekende vrijheid om eigenzinnige films en tv-series te maken én een ongehoord bereik. Je kan als regisseur nog zo gehecht zijn aan het goeie oude filmhuis, maar weegt dat op tegen Netflix’ bijna 95 miljoen abonnees in een wereld waarin de datemovie plaatsmaakt voor „Netflix & chill”?

Frémaux hoopte kool en geit te sparen: hij verzocht Netflix om een Franse bioscooprelease voordat Okja en The Meyerowitz Stories online gingen. Maar Netflix liet zich door Cannes’ vrijages niet afbrengen van zijn ‘digital first’-strategie: Okja is vanaf 28 juni te zien in de huiskamer en mag dan ook best in wat Franse filmzalen draaien. Volgde fel protest van de Franse bioscoopbond FNCF, dat eiste dat Cannes beide Netflix-titels alsnog uit de competitie haalde.

Een probleem is dat de Franse wet stipuleert in welke volgorde en tijdsspanne een film op verschillende platforms te zien is. De „chronologie des médias” van 2009 bepaalt dat een film drie jaar na zijn bioscooprelease pas op SVOD te zien is. Dat model valt niet vol te houden, maar de Franse filmcultuur staat op het spel. De huidige Franse film is zo rijk, divers en vitaal dankzij directe belasting op elk verkocht bioscoopkaartje: zo betaalt Hollywood mee. Netflix legt een bom onder dat model.

Onder druk haalde Frémaux vorige week bakzeil: vanaf 2018 moeten films in zijn competitie aantonen dat ze later ook in Franse bioscopen draaien. „Het establishment loopt tegen ons te hoop”, reageerde Netflixbaas Reed Hastings. Cannes speelt zo met vuur, want Netflix en andere SVOD-diensten kunnen gewoon naar de concurrentie uitwijken. Berlijn, Venetië en Toronto betuigen Cannes steun, maar de realiteit is meer: sterkte! Ze staan uiteraard met open armen klaar.

Lees ook een interview met Thierry Frémaux: „Cinema creëert herinneringen, televisie vergetelheid”

Cannes’ leidende positie stond al onder druk. Het is ’s werelds grootste filmfestival met een mix van mondiale auteurscinema, blockbusters en Amerikaanse prestigefilms. Die Oscarkandidaten waren al op weg naar de uitgang: je hoort Frémaux nu wel erg vaak zeggen dat een spannende Amerikaanse titel „helaas nog niet af was”. De realiteit is dat Hollywood de festivals van Venetië en Toronto in september prefereert om zijn Oscarkandidaten te lanceren. In Cannes dreigen ze „te vroeg te pieken” en is de filmpers bovendien fameus lichtgeprikkeld en veeleisend.

Dus wat nu? Een idee is Netflixfilms in Cannes voortaan wel een rode loper en gala te gunnen, maar alleen ‘Out of Competition’. Maar of dat voor Netflix volstaat? Wie investeert in kwaliteitsfilms, wil ook prijzen.