Recensie

Kees van Amstel laat zijn verhalen glanzen

De nieuwe voorstelling van Kees van Amstel bevat veel zelfbeschimping, zonder door te slaan. Zijn verhalen gaan over zijn mislukte pogingen iets van het leven te maken.

Het is een specifiek soort cabaret dat Kees van Amstel maakt: ambachtelijk vertelde verhalen over zijn leven met een wrange grondtoon. Alleen over hemzelf. Hij zet in met een verwijzing naar de titel van zijn derde avondvullende programma: hij heeft niet zoals hij vroeger dacht, inmiddels vrouw, kinderen en een vaste stek op de camping in Frankrijk. Nee, Kees van Amstel, van 1965, is single. En dat wil zeggen: niet echt gelukkig.

De schets van zijn leven bevat veel zelfbeschimping, zonder door te slaan, want het komt aan op de mislukte pogingen iets van het leven te maken. In dat falen zit de grap van zijn verhalen – evenals als de opspelende boosheid en de ergernissen over wat er op zijn pad komt. Als tegenwicht vertelt hij na de pauze uitvoerig over de vier momenten in zijn leven dat hij wel gelukkig was.

De onderwerpen zullen op papier versleten aandoen: internetdaten, zwarte piet, de aanstellerige mores van een gegoede, witte enclave in Amsterdam, tot en met de kampvuurverhalen over seks en vrouwen die mannen elkaar opbiechten als ze denken dat hun uur heeft geslagen. Diepgravend is het niet, maar Van Amstel vindt steeds net een fraaie uitdrukking of een gekke metafoor die het verhaal optilt en de lach ontsteekt. Zoals wanneer hij hevig verlangt naar een hamburger van goed, vers vlees bij de patatboer: „Ik wil pijn horen in dat vet!”

Bovendien is zijn timing en frasering ijzersterk. En belangrijk: de energie die hij in zijn verhalen legt is hoog en doet denken aan Lebbis – niet toevallig zijn regisseur. Tegen het einde wordt het meer leedvermaak dan zelfspot, en daarmee minder dwingend – eindigend bij zijn ervaringen als mbo-docent. Maar dan nog houdt die vaart de voorstelling overeind.