Vooral gedrag zal verkeerde kanten van gelobby op moeten lossen

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.

In politiek Den Haag staat het bekend als ‘de draaideur’: het verschijnsel dat Tweede Kamerleden of bewindspersonen direct na hun vertrek voor dezelfde sector gaan werken als die waarmee zij zich eerder als politicus bezighielden.

Treffendste voorbeeld is de CDA’er Camiel Eurlings. Tot oktober 2010 was hij minister van Verkeer en Waterstaat, het departement waaronder de voor Nederland en de KLM niet onbelangrijke luchtvaartsector valt. Een half jaar later vertrok Eurlings, inmiddels ex-politicus, naar de raad van bestuur van de KLM om twee jaar later voorzitter van dit college te worden. Het werd geen succes, maar dit ter zijde.

Het demissionaire kabinet kondigde vorige week aan één aspect van het draaideurmechanisme te willen aanpakken. Ministeries zullen geen gesprekken aangaan met een oud-bewindspersoon die komt lobbyen voor een bedrijf, semipublieke organisatie of lobbyorganisatie op zijn voormalig beleidsterrein. De ‘afkoelingsperiode’ geldt voor twee jaar.

Met deze maatregel neemt het kabinet de suggestie over uit een initiatiefnota van de (voormalige) Tweede Kamerleden Bouwmeester en Oosenbrug (PvdA) over beïnvloeding van politiek en bestuur. De bedoeling is, zoals eerstverantwoordelijk minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) stelt dat „voorkomen” moet worden dat „bewindspersonen hun kennis en positie op onwenselijke wijze benutten voor de belangen van een organisatie waar zij na hun aftreden gaan werken”.

Het is goed dat het kabinet poogt op het vaak duistere terrein van het lobbywezen enige normering aan te brengen. Tegelijk moet er van regels en convenanten weer niet al te veel worden verwacht, om de eenvoudige reden dat juist op dit vlak niet alles in regelingen valt te vatten. Het is bovendien ook niet wenselijk. Kennis delen kan heel nuttig zijn.

Voor ex-politici geldt nu al één duidelijke gedragsregel: de schijn van belangenverstrengeling dient vermeden te worden. Tevens zijn zij gehouden aan bepaalde geheimhoudingsverplichtingen. Dan nog is er sprake van een immens grijs gebied. Het is aan ex-bewindspersonen en hun afnemers zelf om verstandig te zijn en de grenzen van algemeen aanvaard gedrag aan te houden. Als de overheid daarbij enigszins kan helpen, zoals de nu aangekondigde afkoelingsperiode voor lobbyactiveiten, prima. Maar bedacht dient te worden dat lobbyen pas een werkelijk probleem wordt wanneer sprake is van oneigenlijke beïnvloeding.

Optimale transparantie is de voor de hand liggende remedie. Met wie praten ministers en hun departementen allemaal? Op dit terrein valt nog heel wat te winnen.