Interview

‘In Cannes helpt de filmpers meesterwerken om zeep’

Thierry Frémaux

Cannes, het grootste filmfestival ter wereld, viert deze week zijn 70ste verjaardag. Directeur Thierry Frémaux verwelkomt dan voor de tiende keer de filmsterren op zijn rode loper.

Tien jaar leidt directeur Thierry Frémaux het filmfestival van Cannes. Foto AFP/Joel Saget

Tien jaar leidt Thierry Frémaux nu het filmfestival van Cannes. Eind 2016 werd hem een promotie aangeboden: de Franse film- en bioscoopgigant Pathé wilde hem als directeur. „Heel lastig”, erkent hij in Parijs, waar we hem in januari spreken. „Maar ik koos voor Cannes.”

Onder Frémaux (1960) is Cannes een bastion van traditionele filmbeleving: hij houdt audiovisuele ontwikkelingen als tv-series, 3D of virtual reality af. Al zet Cannes juist dit jaar de sluizen op een kiertje met het programmeren van een virtualrealitybeleving van Alejandro Iñárritu, twee tv-series en twee films van Netflix, het streaming platform dat geldt als de aartsvijand van de bioscoop.

Zover is Frémaux in januari nog niet, de maand waarin de filmselectie van Cannes serieus begint. „Ik heb nog maar tachtig films voor 2017 gezien”, zegt hij dan. „Die zijn zelden helemaal klaar. Soms pik je op intuïtie een film die niet af is en blijkt het eindresultaat helaas een catastrofe.”

Roddelen met Quentin Tarantino

Thierry Frémaux koestert al tien jaar zijn dubbelfunctie: baas van Cannes, baas van het Institut Lumière in Lyon, dat de erfenis van de gebroeders Lumière beheert, de Franse filmpioniers. Hoe hij dat combineert? Frémaux licht een tipje van de sluier op in zijn zojuist gepubliceerde dagboek Sélection officielle. Het bevat zijn dagelijkse notities van Cannes 2015 tot en met 2016. Daar kan je lezen hoe Frémaux op 16 maart de druk pareert om Michael Dudok de Wits animatiefilm The Red Turtle naar zijn hoofdcompetitie te promoveren. „Een heel goede film, maar wat gladjes, op het kwetsbare af.” Of dat Elle van Paul Verhoeven heel vroeg het groene licht krijgt: afwijzing van zo’n controversiële cineast is „ondenkbaar” voor Cannes, „waar het draait om diepe liefde en haat”.

Frémaux schrijft zoals hij praat: kwikzilverig en charmant, humoristisch zonder het achterste van zijn tong te laten zien. Een niet van ijdelheid verstoken filmdiplomaat die ons ook laat weten hoe goed het is om Thierry Frémaux te zijn: van filmfestival naar Los Angeles, een snelle lunch met filmbons Harvey Weinstein, dan via bluetooth met Quentin Tarantino roddelen terwijl je op je mountainbike langs de Seine rijdt.

Waarom schreef u dit dagboek?

„Ik wil laten zien hoe het proces werkt, hoe we in een jaar tijd van ruim 1.800 films tot een selectie van bijna 60 films komen. Je leest daar veel mythes over. Mijn God, wat zou ik graag lezen hoe dat er in de jaren zeventig aan toeging.”

Wilt u zichzelf rechtvaardigen?

„Nee, al begint het wel met Cannes 2015, volgens de Franse pers een waardeloos jaar vol foute keuzes. Voor mij bestaat Cannes uit vier punten: de glamour, de filmauteurs, de filmmarkt en de pers. In Frankrijk denken ze dat ik moeite heb met de filmpers. Mais non! Ik ben dol op de filmkritiek. Maar als iemand zegt: ‘Hoe kon u dat stuk stront selecteren’, dan duw ik terug. Ik vind dat elke film respect verdient, iemand heeft daar twee, drie jaar aan gewerkt. Zoals Louis-Ferdinand Céline schreef: ‘Je legt je huid op tafel’.”

Heeft u soms geen spijt van films die u selecteerde of liet lopen?

„Soms wijzen we een film niet af omdat hij slecht is, maar omdat Cannes slecht voor de film is. U, als filmcriticus, wordt in Cannes een ander mens. En niet noodzakelijk een beter mens. U rent van hort naar her, verzekert u zwetend van een plekje in zaal Debussy, waar het broeit en zindert. In die sfeer zijn in Cannes aanslagen gepleegd. Weet u nog hoe u Antichrist van Lars von Trier kapot floot? Of Irréversible van Gaspar Noé? Dat was moord! En nu zegt u: meesterwerken.

„Neem nou Intouchables, een heel charmante mainstream-komedie. Moet ik die programmeren? Absoluut niet, u had hem om zeep geholpen. En anders dan Von Trier of Noé, had dat Intouchables ernstig geschaad. Elk jaar lees ik: waarom selecteert Cannes geen komedies? Omdat u die ter plekke executeert.”

Wanneer bezocht u voor het eerst Cannes?

„In 1979. Ik studeerde geschiedenis, kluste bij de radio en deed mij voor als een journalist. Om kosten te besparen, sliep ik drie dagen in mijn auto, naast een tankstation. Niemand trapte erin, ik kwam nergens binnen, maar ik was in Las Vegas!”

U schrijft nu zelf filmhistorie door de films die u selecteert of afwijst.

„Toch wilde ik niet uit Lyon weg toen directeur Gilles Jacob van Cannes me polste als zijn opvolger. Jacob zei: ‘Dan hou je toch gewoon je voet tussen de deur bij Institut Lumière?’ Nu combineer ik de functies al tien jaar. Lyon profiteert van mijn netwerk, Cannes van mijn historische blik.”

In welk opzicht?

„Ik ben bewust terughoudend wat betreft tv-series, 3D of virtual reality. Een historicus houdt afstand. Medio jaren vijftig was 2D-cinema voorbij, dat stond toen vast. Zelfs Hitchcock stapte over naar 3D. Maar van 3D hoorde je een halve eeuw niks, tot het acht jaar geleden opeens weer de toekomst was. Hoort u er nog veel over? Historisch besef is best nuttig.”

Maar tv-series? Als David Lynch bij u aanklopt om ‘Twin Peaks’ te vertonen?

„O, dan ben ik direct om! [Cannes vertoont dit jaar inderdaad Twin Peaks, red.] David, David, wat spook je toch uit? Oh, ik ontwerp een website, maak muziek. Zo zonde! Een andere persoonlijke favoriet is Paolo Sorrentino (La grande bellezza). De Franse pers heeft geen hoge pet van hem op. Dat hij een Oscar won, maakt hem extra verdacht. Ja, ze zijn soms totaal geschift hier …”

Bent u niet bang dat de bioscoop voor spektakelfilms wordt en arthouse naar televisie verhuist?

„Cinema creëert herinneringen, televisie vergetelheid. Je herinnert je hoe lastig het parkeren was, die irritante lange kerel voor je. Maar een komedie is een zoveel rijkere ervaring als de hele zaal lacht. Thuis krijg je een telefoontje, je zet koffie, kijkt de helft en gaat dan naar het café.

„Ik kan me geen wereld voorstellen zonder bioscoop, concerthal en boekwinkel. Dus als u zegt ‘de bioscoop is passé’, dan geef ik u drie letters: N.E.E.! China wordt ’s werelds grootste filmmarkt, daar schieten de bioscopen uit de grond. Daar is film kennelijk wel de toekomst. Ik geef toe, mijn kinderen kijken de hele dag naar dat kleine schermpje van hun smartphone. Maar zeg ik: ‘Zaterdag naar de film’, dan is het nog steeds: ‘Hoera!’”