Een eerste kans

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: vrijwilligers geven gevangenen bijles, over sterrenhemels die ze nooit zien.

Illustratie Eliane Gerrits

Het is vrijdagavond. Uitgelaten studenten in preppy kleding lopen vrolijk de universiteitspoort uit. De restaurants en terrasjes zitten vol; er staat een lange rij voor de bioscoop. Maar de tengere jongen met de grote krullenbos die ik bij de bushalte tref, heeft andere plannen. Hij gaat de avond achter tralies doorbrengen. Hij wacht op een busje dat hem naar Garden State brengt, een jeugdgevangenis in Trenton, om bijles te geven aan gevangenen. Op zijn knalgroene T-shirt staat „Petey Greene Program”.

„Ik doe dit nu een jaar”, vertelt hij, „en het is het beste keus die ik heb gemaakt. Op de universiteit praat iedereen altijd over alle mooie kansen in de toekomst. Wat we aan ondersteuning krijgen aangeboden is ongelooflijk. Maar om de mensen die ik in de gevangenis ontmoet, heeft nooit iemand zich bekommerd. Verkeerd milieu, armoede, school niet afgemaakt. Ik schrok van het niveau.

„De jongen die ik help kon niet 20 door 4 delen. Hij is 19, net zoals ik, heeft al een dochtertje van vijf. Toen ik een rekensom probeerde uit te leggen met dollarbiljetten, bleek hij al jaren geen geld te hebben gezien. We bereiden hem nu voor op een highschooldiploma.”

Het idee om les te geven aan gevangenen begon tien jaar geleden in Princeton, uit onvrede met het gevangeniswezen. Het was meteen een succes. Inmiddels doen honderden studenten uit zeven staten mee.

Petey Greene (1931-’84) was een legendarische figuur. Als arme, zwarte jongeman belandde hij in de gevangenis voor een gewapende roofoverval. Maar zijn vlotte babbel redde hem. Hij kreeg een medegevangene zover zich op het dak te verschansen en met zelfmoord te dreigen, zodat hij hem ‘eraf kon praten’. Het leverde hem vervroegde vrijlating op. Daarna werd hij een inspirerende talkshowhost die ras, geweld en armoede op de kaart zette.

Een meisje komt bij ons staan, ook met een Petey Greene-shirt aan. Onder haar arm houdt ze een dikke sterrenatlas geklemd.

„Mijn leerling wil alles van het heelal weten”, zegt ze, „maar er is daar geen bibliotheek. Ook geen internet trouwens. En de sterrenhemel ziet hij ook nooit.”

Wat vindt ze van het recente voorstel van de minister van Justitie om drugscriminelen harder te straffen?

Ze schudt haar hoofd. „In Amerika zitten 2,2 miljoen mensen gevangen, de helft voor niet-gewelddadige vergrijpen. Al die gevangenen verdoen hun tijd. Niemand schiet er iets mee op. Zijzelf niet en de maatschappij ook niet. Gedetineerden die twee cursussen volgen, hebben al 43 procent minder kans te recidiveren.”

Maar ze doet het niet alleen voor hen, zegt ze. „Ik ben er zelf een beter mens van geworden. Al mijn vooroordelen konden de prullenbak in. En ik heb mijn eigen passie ontdekt. Tijdens een van mijn lessen merkte ik dat poëzie een snaar raakte bij een gevangene. Hij begon rapteksten te schrijven. Zo geweldig! Ik wil nu docent Engels worden.”

„Het is mooi dat jullie hun een tweede kans geven”, zeg ik als het busje stopt.

„Tweede?”, zegt de jongen. „Dit is hun eerste kans.”

Reacties naar pdejong@ias.edu