Recensie

De Shoah gereduceerd tot een avontuurlijk sprookje

Un sac de billes zit vol cliches. Regisseur Duguay pepert de toeschouwer alles in: de muziek en dramaturgie benadrukken keer op keer wat je moet voelen.

Roman Joffo (Patrick Bruel) pepert zijn zoon Joseph (Dorian Le Clech) in tegen niemand te vertellen dat zij Joods zijn.

Deze Franse film, gebaseerd op een al eerder verfilmd boek van Joseph Joffo, begint in 1942, de tijd dat de Joodse bevolking nog betrekkelijk weinig gevaar liep. De kappersfamilie Joffo woont in Parijs. Vader Roman (zanger Patrick Bruel) knipt in zijn zaak zonder probleem Duitse soldaten, moeder Anna speelt Joodse melodieën op haar viool en hun jongste zonen knikkeren op straat en halen kattenkwaad uit. Alles verandert als de Jodenster wordt ingevoerd, waarna Roman zijn zoons Maurice en Joseph naar Zuid-Frankrijk stuurt, waar maarschalk Pétain het met de nazi’s collaborerende Vichyregime leidt. In 1943 is het nog een relatief veilige, vrije zone. Roman pepert zijn zoons in tegen niemand te vertellen dat zij Joods zijn.

Un sac de billes toont de tocht van Joseph en Maurice door Frankrijk vooral als een jongensavontuur, waarbij de twee tieners de ernst van hun situatie nog niet beseffen. Maar al snel leren ze door schade en schande dat de nazi’s toch echt het Joodse volk willen vernietigen. De situatie wordt nijpend als ze opgepakt worden en oog in oog komen te staan met een sadistische Duitse officier.

Dat Un sac de billes gebaseerd is op een waargebeurd verhaal zou je niet zeggen. Het is voer voor diegene die vindt dat je de Holocaust niet kunt verbeelden. Hier wordt de Shoah gereduceerd tot een avontuurlijk sprookje, met links en rechts clichés – van alpinopetjes en een ontkleurd palet tot schreeuwende Duitsers. Regisseur Duguay gelooft bovendien niet in terughoudendheid. Hij pepert de toeschouwer alles in: de muziek en dramaturgie benadrukken keer op keer wat je moet voelen.