‘Cocaïne – iedereen heeft het altijd’

Drugsgebruik Uitgaan? Lijntje coke. In Amsterdam lijkt het de gewoonste zaak van de wereld. Drie studenten willen anoniem over hun cokegebruik vertellen.

De jongen die studeert en als kok werkt: „Je loopt niet meer zo lekker. Je bent of te vroeg gaan pieken, of je wilt nog langer doorgaan. Het ding met alcohol is dat je verdoofd wordt, en sloom.”

Het meisje dat Gauloises rookt: „Je wilt nog gezellig doen, terwijl je eigenlijk al te moe bent.”

De student met afgetrapte Nikes: „Je begint je te dronken te voelen. Dan denk je: misschien een klein beetje, dan kunnen we tenminste nog wat langer door.”

De kok: „Wij zeggen altijd: inkakken is bijnakken.”

De Gauloises-rookster: „Een nakkie is een lijntje. Sos is coke.”

De afgetrapte Nikes: „Van alle soorten drugs die je kunt kiezen, voel je coke eigenlijk het snelst. Dat is het ook gevaar van cocaïne, het is altijd meteen de beste oplossing.”

De kok: „Je moet altijd appen. Vooral sinds WhatsApp de vergrendelde functie heeft, is dat veel moeilijker te traceren.”

De Gauloises-rookster: „Je mag nooit in je appje zeggen wat je precies wilt, en ook niet hoeveel. Hij antwoordt dan hoelang het ongeveer duurt. Dat is handig, want in de tussentijd moet iemand gaan pinnen.”

De kok: „Mijn dealer staat altijd binnen vijftien minuten voor de deur.”

De afgetrapte Nikes: „Het duurt hooguit een half uurtje.”

De kok: „Midden in de nacht komt hij nog steeds. Overal. Anderen werken meestal tot een uur of één.”

De afgetrapte Nikes: „Als je iets heftigers wil hebben dan het normale, dan moet je dat een paar dagen van tevoren aangeven. Coke hebben ze allemaal.”

De kok: „Coke en xtc hebben ze allemaal wel.”

De afgetrapte Nikes: „Wil je iets bijzonderders dan het normale: coke, xtc, 4-FMP en nog een paar, dan moet je het ruim van tevoren aangeven. Lsd of zo.”

De kok: „Bij een paar dealers die ik heb, vraag je de eerste keer: ‘Hé, heb je dat en dat voor me?’ Dan sturen ze een hele lijst.”

De Gauloises-rookster: „Cocaïne kost altijd vijftig euro.”

De kok: „Vijftig euro voor een gram. Of zestig. Bij die van zestig merk je dat één snuif meteen op je hersenen werkt.”

Dealers

De Gauloises-rookster: „Mijn vaste dealer ziet er heel normaal uit. Hij had een vriend van me kunnen zijn. Hij is intelligent. Hij draagt redelijk nette, hippe kleding.”

De kok: „Als je niet gepakt wilt worden als drugsdealer, kleed je je niet als een drugsdealer en gedraag je je niet als een drugsdealer.”

De Gauloises-rookster: „Het is gewoon een leuke jongen die altijd vrolijk is en leuk kan kletsen.”

De afgetrapte Nikes: „We hebben een klein beetje smalltalk, en daarna wissel je uit wat je hebt.”

De kok: „De dealers die ik ken, zijn niet per se studenten, maar wel mensen die iets met hun hersenen doen, of een poging tot een studie hebben gedaan.”

De Gauloises-rookster:Mijn dealer kwam een keer langs toen we een feestje hadden en hij is een uur gebleven. Hij vond het leuk om met mijn vrienden te kletsen. Het is fijn als je een soort band met je dealer hebt.”

De kok: „Het is zoals je met een Thuisbezorgd-bezorger zou omgaan. Hetzelfde idee.”

De afgetrapte Nikes: „Ze komen met de scooter of met de auto.”

De kok: „De coke ligt altijd op een slimme plek in het vervoermiddel.”

De kok: „Het wordt de halve wereld over gesmokkeld, er zitten negen tussenpersonen tussen Colombia en ons in. Hoe meer mensen ertussen zitten, hoe slechter de coke. Elke tussenpersoon kan er troep bijgooien.”

De afgetrapte Nikes: „Soms versnijden ze het met cafeïne.”

De kok: „Met paracetamol.”

De afgetrapte Nikes: „In het begin voelt het hetzelfde als goede coke, maar uiteindelijk merk je wel het verschil. Als je slechte coke hebt, voel je je de eerste twee minuten chill en daarna zakt het gevoel ook weer heel snel weg.”

De kok: „Als het ziek versneden is, voel je je neus een beetje branden en weet je dat het shit is. Dan is het echt niet meer dan: kan sporen van cocaïne bevatten.”

De Gauloises-rookster: „Bij de dealers in Amsterdam kun je maar één soort kiezen. Ze versnijden het allemaal zelf, dat maakt het verschil in kwaliteit.”

De kok: „Als het heel puur is, verlamt het je neusholte en ook je tong een beetje.”

De Gauloises-rookster: „Mijn dealer heeft een gekleurd merk op zijn envelopjes. Zo weet je dat de kwaliteit van zijn coke bij zijn merk hoort.”

De kok: „De dealer van de rapgroep Yung Internet heeft hun laatste album en hun logo op zijn pakjes gezet. Anderen zetten er Scarface op. Dat is meer vermaak. Soms zijn die Scarface-pakjes net zo slecht als de meest versneden coke.”

De Gauloises-rookster: „Voor Kerst en Oud en Nieuw stuurt mijn dealer altijd speciale berichtjes. ‘We hopen dat er deze kerst weer veel witte poeder valt, maar hou er rekening mee dat het druk kan worden.’ Dan moet je vroeg bestellen.”

De kok: „Soms krijg je aanbiedingen. ‘Deze maand is het voor een gram een tientje eraf als je me tussen die en die tijd belt of zo.’”

Langzaam beginnen

De kok: „Op een gegeven moment ga je een beetje blowen. Persoonlijk vond ik blowen nog wel oké. Xtc was nog een beetje eng, maar daar begon je ook wel aan. Maar coke, dat was echt heel ver weg.”

De afgetrapte Nikes: „Als je net in de puberteit belandt, is roken tof. Daarna wordt blowen tof, daarna wordt het je eerste pil en daarna coke. Ik geloof dat je dat soort dingen moet doorlopen.”

De Gauloises-rookster: „Bijna iedereen die ik in Amsterdam ken, heeft het wel eens gedaan.”

De kok: „Ik zie om me heen meer mensen die het wel gebruiken dan die het niet gebruiken.”

De Gauloises-rookster: „Als je vrienden veel uitgaan, kom je er sowieso mee in aanraking. Als je vrienden helemaal niet uitgaan of als ze bij een vereniging zitten, kom je er meestal niet mee in aanraking.”

De afgetrapte Nikes: „Het is nog steeds iets wat je gebruikt als je uitgaat. Het is niet van: goh, we gaan het even lekker thuis doen.”

De Gauloises-rookster: „Maar als ik drie keer per week zou uitgaan, zou ik niet drie keer per week gebruiken.”

De afgetrapte Nikes: „Op een gegeven moment gebruikten mijn vrienden wel redelijk vaak.”

De Gauloises-rookster: „Ik zou het ook niet overdag doen. Dan moet je jezelf afvragen of je een probleem hebt.”

De kok: „In een periode waarin ik het vaak deed, één keer per week, merkte ik dat het je emotioneel helemaal opfokt.”

De Gauloises-rookster: „Elke week vind ik vaak. Soms heb ik periodes dat ik het drie maanden lang niet doe, soms doe ik het één keer in de maand.”

De kok: „Je kunt niks meer nuanceren, je wordt superparanoia.”

De afgetrapte Nikes: „Het is alsof je nooit helemaal rust voelt.”

De kok: „Je eet ook niet meer goed.”

De afgetrapte Nikes: „Het is een combinatie van slaaptekort, weinig eten en drie keer zoveel drinken als je normaal zou kunnen. Van alle drie word je prikkelbaar.”

De kok: „Je wilt niet aan jezelf toegeven dat het door coke komt.”

De afgetrapte Nikes: „Uiteindelijk heeft het invloed op je relaties, school, werk. Soms richt je je tegen je vrienden.”

De kok: „Op een gegeven moment kom je in een cirkel terecht waarin iedereen alles behalve nuchter wil zijn: doe maar iets van drugs. Coke is altijd het meest toegankelijke. Iedereen heeft het altijd.”