Hoe drones een hype werden in de televisiewereld

Drones Dankzij cameradrones kunnen tv-makers nu beelden maken die eerder niet mogelijk waren. „Door die hype zien we nu te veel van dit soort shots op televisie.”

Een still uit Wie is de Mol

Het shot begint bij presentator Jan Versteegh. Daarna stijgt de camera de lucht in, om hoog boven een plein te vliegen. Op de grond zien we duizenden kung fu-studenten die bij een Shaolin-tempel in China dezelfde beweging oefenen. Zonder de drone waren zulke unieke beelden niet mogelijk geweest, zegt cameraman Jeroen Werkhoven, die de scène filmde voor het reisprogramma Trippers (BNN-VARA).

Naast Trippers gebruiken ook programma’s als The Minds of the Universe, Tegenlicht en Himmlers hersens heten Heydrich drones. De onbemande vliegtuigjes zijn een belangrijk onderdeel geworden van het televisiemaken en onder cameramensen wordt het een must om ermee te kunnen vliegen, zegt Werkhoven.

Niet alleen zien we meer droneshots, de kwaliteit neemt ook verbazingwekkend snel toe, zegt Dirk de Jong, oprichter van VideoDrone. Zijn bedrijf maakt dronebeelden voor internationale televisieprogramma’s, films en commercials.

De revolutie komt volgens hem door de sterk verbeterde kwaliteit van de camera’s onder de drones en het steeds stabielere beeld. „Een drone hangt niet stil in de lucht, maar slingert zachtjes heen en weer door de motoren en de wind. Verbeterde stabilisatietechnieken hebben het beeld steady gemaakt.”

Voor het afgelopen seizoen van Wie is de Mol filmden drones op tweehonderd meter hoogte tussen, onder en boven hete luchtballonnen. De openingscène draaiden we in een dicht bos, zegt Rick McCullough, regisseur van het programma. „Een paar jaar geleden was dat praktisch niet te doen geweest.”

Wie is de Mol begon in 2012 als een van de eerste televisieprogramma’s met drones. Destijds hingen er geen HD-camera’s onder en moest er slimme software aan te pas komen in de montage om het gefilmde beeld achteraf stabiel te krijgen. „Verschrikkelijk was het”, zegt De Jong, wiens bedrijf VideoDrone destijds de camera onder de drone schroefde voor het tv-programma. „Gefilmde shots van toen kunnen echt niet meer.”

Maar het kan ook gevaarlijk zijn

Toch zitten er haken en ogen aan het gebruik van een drone. Zoals het risico dat het toestel neerstort. Bij opnames van De Trek – een reisprogramma door Zuid-Afrika gepresenteerd door Bram Vermeulen – sloeg de drone op hol nadat hij een elektriciteitskabel raakte. Het vliegtuigje bleef op anderhalve meter hoogte bij een kruispunt hangen, een groot risico voor het verkeer, totdat de drone het besturingssignaal van de piloot weer opving.

Internationaal zijn hachelijker voorbeelden bekend, zo stortte een drone van de Duitse piratenpartij vlak naast Angela Merkel neer. Bij een festival in Virginia raakten vier mensen gewond toen een filmende drone uit de lucht viel. „Cameramensen zijn zich goed bewust van de gevaarlijke kant”, zegt Werkhoven.

In Nederland is vliegen boven groepen mensen of dichte bebouwing streng verboden. Dronepiloten zijn verplicht om drones altijd in het zicht te houden en niet hoger dan 120 meter te vliegen. Commerciële aspirant-piloten, onder wie cameramensen, moeten zelfs een theoriecursus volgen voordat ze het luchtruim in mogen.

Elk land heeft z’n eigen droneregels. De gemene deler is grofweg: vlieg alleen overdag en niet te hoog, ontwijk vliegvelden en stedelijke bebouwing. Ook belangrijk, val mensen niet lastig met drones, zeker op hun eigen privé-terrein zoals de tuin.

China is een uitzondering, vertelt Jacko van ’t Hof, cameraman voor verschillende VPRO-programma’s. „Vliegen boven bebouwing is er geen enkel probleem.” Niet toevallig werd in februari de grootste droneshow ter wereld gehouden in de Chinese stad Guangzhou. Maar liefst duizend drones vlogen daar in formatie door de nachtelijke lucht.

In Iran blijf ik uit de buurt van kazernes of andere militair bewaakte plaatsen. Ik vrees dat ze m’n drone anders uit de lucht schieten.

Waar Van ’t Hof drie jaar geleden Onze man in Teheran filmde met één camera op de schouder, gaat voor het nieuwe seizoen een drone mee in de koffer. „In Iran blijf ik uit de buurt van kazernes of andere militair bewaakte plaatsen. Ik vrees dat ze m’n drone anders uit de lucht schieten.”

Programmamakers volgen vaak de regels, maar soms wordt een shot stiekem gemaakt om moeite te voorkomen. Lokale dronepiloten zijn een populair alternatief: zij kennen de regels in hun land.

Hoe anders was het in de niet-gereguleerde begintijd, zegt De Jong. Boven Nederlandse steden vliegen kon gewoon en wie in de buurt van vliegtuigen kwam, meldde dat aan de verkeerstoren op Schiphol. „Nu is dat ondenkbaar.”

Drones worden steeds slimmer

Nieuwe software maakt drones ook veiliger. Zo weigeren veel drones bij vliegvelden op te stijgen, of remmen ze af wanneer ze een voorwerp dreigen te raken. Steeds ‘slimmere’ drones geven programmamakers sowieso mogelijkheden die je niet bij de ouderwetse camera op de schouder vindt.

Veel drones hebben inmiddels een follow me-functie, zegt Werkhoven. „Je kan daarbij een persoon aanklikken op je scherm en de drone volgt hem of haar dan automatisch. Handig bij het racefietsen of hardlopen.” Een andere optie is de drone automatisch perfecte rondjes laten vliegen, bijvoorbeeld rond een kerktoren.

Al met al een „hele verrijking voor de set”, zegt Van ’t Hof. Wat voorheen met dure helikopters of filmkranen werd gefilmd, kan nu met de vele malen goedkopere drone. Hij noemt de Fantom 4 Pro van de Chinese fabrikant DJI (ongeveer 1600 euro) als voorbeeld. De drone slingert nauwelijks nog en de camera is prima bruikbaar voor televisie of „zelfs voor het grote doek.”

Hoe mooi de beelden inmiddels ook zijn, door de hype zien we nu te veel droneshots op televisie, vindt Van ’t Hof. „Ik zag recent een nieuwsitem over bootvluchtelingen in Griekenland, de drone hing boven een boot terwijl vluchtelingen aan land stapten.” Het stuitte hem tegen de borst: hij vond het „te glossy” voor het onderwerp.

„Droneshots hebben iets afstandelijks en commercialachtigs.” Hoe hoger je komt, hoe platter het beeld, zegt ook De Jong. „Het geeft een soort Google Maps-effect.” „Als maker moeten we oppassen dat we niet te veel in de ‘geiligheid’ van zo’n ding trappen,” zegt Van ’t Hof. Volgens hem is het een bekend fenomeen bij een nieuwe technologie in de televisiewereld. „In het begin is het een hype, totdat we eraan gewend raken en we de gadget alleen gebruiken wanneer het echt iets toevoegt.”