Waarom ruimtemonster Alien onverwoestbaar is

Alien Ruimtemonster Alien heeft sinds zijn bloedige geboorte in 1979 talloze mutaties ondergaan. Deze week is de nieuwste te zien, Alien: Covenant. Wat maakt dit monster zo onverwoestbaar? Een korte geschiedenis.

1. Body horror

Het begon allemaal met reclamefilmer Ridley Scott. Hij brak in 1979 door met Alien, een unieke combinatie van sciencefiction, industriële gotiek en body horror die ook de namen vestigde van actrice Sigourney Weaver en surrealist H.R. Giger, die de Alien ontwierp.

In de jaren zeventig leverde angst voor besmetting en reproductie – en uitholling van de filmcensuur – een golf fysieke en bloederige horrorfilms op. Alien dreef die ‘body horror’ op de spits door seksuele nachtmerries over penetratie en misgeboorte naar de ruimte te verplaatsen. Decor was de Nostromo, een door ruige astronauten bestuurd vrachtschip van mijnconcern Weyland-Yutani vol stoom, ratelende kettingen en schaduwen. Als de bemanning na een alarmsignaal het wrak van een neergestort buitenaards ruimteschip onderzoekt, vindt astronaut Kane (John Hurt) in het dampende, baarmoederachtige ruim rijen leerachtige eieren. Uit zo’n ei springt een ‘Facehugger’ hem in zijn gezicht, een combinatie van krab, spin en schorpioen.

De Facehugger, met bijtend zuur als bloed, sterft aan boord van de Nostromo: Kane lijkt er met de schrik vanaf te komen. Maar tijdens de lunch blijkt hij oraal bevrucht met een fallisch ogende parasiet die zich een uitweg door zijn ribbenkast baant: de schokkendste filmscène van de jaren zeventig.

Die baby groeit rap uit tot de klassieke Alien: een bipedaal, insectachtig monster met lange staart, rijen tanden, uitklapkaak, langwerpige schedel en overdadige slijmproductie. Een darwinistische moordmachine die slechts spaarzaam in beeld komt: van Jaws leerde Ridley Scott dat suggestie enger is dan het monster zelf.

Enige overlevende is Ellen Ripley (Sigourney Weaver), die danig wordt gehinderd door de mensachtige robot Ash en ‘Moeder’, de boordcomputer: zij zijn geprogrammeerd om buitenaards leven tot elke prijs levend terug te brengen voor studiedoeleinden.

Lees ook de recensie van Alien: Covenant: Strakke mix van actie, horror en naïeve astronauten.

2. Reaganesk oorlogsavontuur

Maar wie legde de eitjes? James Cameron kaapt de Alien-franchise voor de neus van Scott weg. Camerons Aliens blijkt in 1986 in de geest van de Amerikaanse herbewapening onder Ronald Reagan een militaristisch actiespektakel.

57 jaar na dato ontwaakt heldin Ripley uit haar hyperslaap en begeleidt een peloton ruimtemariniers als een mensenkolonie door Aliens onder de voet is gelopen. Aliens blijken een zwermvolk, met werkbijen die onder leiding van een kolossale koningin in slijmcocons gewikkelde kolonisten laat bevruchten door Facehuggers, wat nieuwe Aliens oplevert.

De broeierige, geseksualiseerde ondertoon van de eerste film maakt in Aliens plaats voor een wilde adrenalinerush van schietpartijen, achtervolgingen en rondspattend zuur. Concern Weyland-Yutani, nu in persoon van een wezelachtige manager, wil opnieuw een levende Alien bestuderen als mogelijk biowapen: Ripley blaast hun nest evenwel op met een atoombom. Een robot kiest ditmaal de kant van Ripley: in het tijdperk van de personal computer oordelen we milder over artificiële intelligentie.

3. Genetica

Eind goed al goed, tot het jonge talent David Fincher in zijn sombere filmdebuut Alien 3 (1993) Ripley laat neerstorten op gevangenisplaneet Fury 161. Ze blijkt in haar slaap bevrucht door de ontsnapte Alienkoningin, dus is het wachten op de blijde bevalling terwijl ongewapende gedetineerden worden opgejaagd door een nieuw type Alien op vier poten. Diens draagmoeder is een hond: Facehuggers planten geen embryo in hun drager, maar injecteren een virus dat uit diens dna een embryo recombineert. In de finale stort Ripley zich met haar Alien-baby in een trog kokend metaal om het biowapen eens te meer uit handen van het bedrijfsleven te houden.

Dat lijkt nogal definitief, toch is in Alien: Resurrection (1997) Ripleys nachtmerrie alsnog gerealiseerd. Twee eeuwen na dato hebben genetici dna uit haar lichaamscellen met die van de Alien gerecombineerd tot allerlei frankensteincreaties. Decor is een militair ruimtelab: daar kweekt men uit gekidnapte burgers tevens een intelligent Alienras.

In dit barokke deel staat de angst over op hol geslagen genetica centraal: 1997 was het jaar van het gekloonde schaap Dolly. Onder regie van Jean-Pierre Jeunet (Amélie) gaat Ripley geholpen door een idealistische robot de wangedrochten te lijf, brandt een lab vol Alien-Ripley-combi’s op sterk water plat en vermoordt haar eigen kleinkind, een larfachtige, witte Alien met droeve mensenogen in een doodskop. „Mijn prachtige, prachtige vlinder”, koerde een geneticus nog bij diens geboorte.

4. Mislukte clash met Predator

Na de millenniumwisseling besloot 20th Century Fox zijn monster uit te melken via zogeheten mash-ups. De Alien neemt het nu op tegen een ruimtemonster uit een andere filmfranchise; de Predators, een intelligent, reptielachtig jagersvolk met rastavlechten. Alien vs Predator (2004) laat zich inspireren door Erich von Dänikens Waren de goden kosmonauten? De Zwitserse pseudo-wetenschapper Von Däniken beweert dat buitenaardse wezens – hier de Predators – ooit mens en cultuur op de aarde hebben gebracht. In bloedbad Alien vs Predator: Requiem (2007) crasht een schip vol Aliens en Predators in Colorado, waar een zinloze en onsmakelijke slachtpartij volgt. Enig novum is een Predalien, een kruising van Alien en Predator.

5. Artificiële intelligentie

Met de Alien door slechte films in diskrediet geraakt, hoopte James Cameron in 2007 op een doorstart met de ster van de oorspronkelijke film, Sigourney Weaver. Ditmaal won zijn oude rivaal Ridley Scott het pleit. In ‘prequel’ Prometheus (2012), die zich twintig jaar vóór de eerste Alienfilm afspeelt, keren de ideeën van Von Däniken terug, maar is kunstmatige intelligentie het echte gevaar.

Miljardair Peter Weyland hoopt eind 21ste eeuw onze buitenaardse voorouders te vinden: de Ingenieurs. Zoals Prometheus het vuur van de goden stal, zo hoopt Weyland hun het geheim van het eeuwige leven te ontfutselen. Hij beseft niet dat hij een onsterfelijke, wrokkige god heeft geschapen: zijn ‘enige zoon’, de mensachtige robot David.

Expeditieschip Prometheus treft ter plekke een verlaten researchlab annex ruimteschip. De Ingenieurs stonden op het punt de mensheid uit te roeien. Tot hun biowapen, een pikzwarte gelei die monsterlijke mutaties veroorzaakt, zich tegen hen keerde: de overlevende Ingenieur ligt nu in hyperslaap te wachten op betere tijden.

Maar de sinistere robot David slaat zelf aan het scheppen en besmet een bemanningslid met een druppel gelei – ‘uit een klein begin ontstaan grote dingen’. Dat levert via bevruchting van antropologe Elizabeth Shaw (Noomi Rapace) een Trilobiet op. Die groeit na een nipte zelfabortus uit tot een rozige, octopus-achtige alien die de ontwaakte Ingenieur weer oraal bevrucht. Hij baart op zijn beurt de ‘Deacon’, een proto-Alien.

Een nieuwe levenscyclus, maar niet de laatste mutatie van de Alien, blijkt nu in Alien: Covenant. Daar ontmoeten we zijn schepper, maar als het aan Ridley Scott ligt, is pas over nog twee films de cirkel rond en keren we terug naar vrachtschip Nostromo. Tot die tijd woekert de Alien voort: een succesverhaal met vele vaders.