Column

Was het maar altijd campagnetijd in Iran!

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.

Iran staat onderaan alle lijstjes die met vrijheid te maken hebben: vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vergadering, vrijheid van wat dan ook. Maar wie de huidige verkiezingscampagne heeft gevolgd, zou dat bepaald niet zeggen. Was het maar altijd campagnetijd in Iran!

President Rohani, die vrijdag zijn presidentschap verdedigt, negeert dezer dagen bijna alle rode lijnen. Alleen opperste leider ayatollah Ali Khamenei bleef ongemoeid tijdens campagnebijeenkomsten en in de drie debatten met zijn tegenstanders die live op tv waren. Maar bijvoorbeeld de machtige waakhond van de revolutie, de Revolutionaire Garde, kreeg ervan langs. Rohani wees erop dat de Garde had gepoogd het nucleaire akkoord tussen de wereld en Iran te saboteren door anti-Israëlische leuzen te schilderen op raketten en daarmee provocerende proeven te houden. Dat hebben wij allemaal ook kunnen zien, maar dat soort dingen wordt in Iran niet gezegd.

Hij haalde ook keihard uit naar zijn tegenstander en medegeestelijke Ebrahim Raesi, wiens leidende rol bij de massamoord in 1988 op duizenden (vermeende) tegenstanders van het islamitische regime vorig jaar in de publiciteit kwam. De kiezers, zei hij, willen geen president die sinds de revolutie van 1979 „alleen maar mensen heeft opgehangen en gevangengezet”.

Grootayatollah Hossein Ali Montazeri, inmiddels wijlen, maakte destijds fel bezwaar tegen het bloedbad in de gevangenissen, dat het imago van de islamitische republiek volgens hem voor eeuwig zou bezoedelen. Zijn zoon publiceerde vorig jaar de geluidsband waarop dat te horen was. De geluidsband werd natuurlijk meteen verwijderd op last van justitie, en de zoon, zelf ook geestelijke, kreeg zes jaar gevangenisstraf, wat wel aangeeft hoe gevoelig deze kwestie ook nu nog ligt. Vooral zo gevoelig, denk ik, omdat Raesi als een favoriet van de opperste leider wordt gezien, en als een leidende kandidaat voor diens opvolging.

Rohani kritiseerde ook het doorgaande huisarrest voor de hervormingsgezinde presidentskandidaten van 2009, Mousavi en Karroubi, en het verbod op publiciteit voor ex-president Khatami. Zijn tegenstanders, zei hij, bieden alleen maar nóg minder vrijheid aan. „Zij die tongen afhakken en lippen dichtnaaien, hebben het over vrijheid van meningsuiting en over kritiek. U heeft de laatste jaren alleen maar het woord ‘verbod’ uitgesproken: verbod van woorden, verbod van beelden.”

Wil dat zeggen dat als Rohani wordt herkozen, de hemel van de meningsuiting en andere vrijheden voor de gewone Iraniër open gaat (want de leiders uiten zich allemaal allang vrijelijk op Twitter en andere sociale media)?

Helaas, nee. Vier jaar geleden vond hij ook dat de Iraniërs „kritiek zouden moeten kunnen leveren zonder aarzeling en gehakkel”. In een tweetwisseling met Jack Dorsey, medeoprichter van Twitter, kondigde hij toen ook aan: „my efforts geared 2 ensure my ppl’ll comfortably b able 2 access all info globally as is their #right”. Dus met andere woorden: om de mensen toegang te geven tot sociale media. Maar het lukte hem niet om zijn beloften te verwezenlijken. „Ik ben mijn beloften van 2013 niet vergeten”, zei hij vrijdag, „maar ze verhinderden het”. ‘Ze’: de verdedigers van de oude revolutionaire ideologie. Ja, die blijven sterk, onder andere omdat ze de rechterlijke macht controleren. Maar had Rohani toch niet meer kunnen bereiken?

Ik ga niet voorspellen wie vrijdag wint. Het gaat ook om de economie, en die blijft in slechte staat. Het gaat om de armen en om de opkomst. Maar: ja, inderdaad, in tegenstelling tot elders in het Midden-Oosten staat de uitslag niet vast.

En dat is al iets.