Resultaten MH17-onderzoek laten nog op zich wachten

Het onderzoek bevindt zich nu in de moeilijkste fase, schrijven de onderzoekers van het JIT.

Archiefbeeld van de rampplek. Foto Alexander Choedoteply/AFP

Het is nog altijd niet te zeggen wanneer het onderzoek naar de verantwoordelijkheid voor het neerhalen van vlucht MH17 kan worden afgerond. Het bevindt zich nu in de “moeilijkste fase”, en vordert “langzaam maar gestaag”, schrijven hoofdofficier van justitie Fred Westerbeke en Wilbert Paulissen van de politie maandag in een nieuwsbrief van het Joint Investigation Team (JIT). “Uw geduld moeten we helaas op de proef blijven stellen.”

Het JIT probeert te achterhalen wie verantwoordelijk is geweest voor de lancering van de Buk-raket die in juli 2014 aan 298 mensen het leven kostte. Daarmee bevindt het onderzoek zich volgens Westerbeke en Paulissen in de “laatste, tevens moeilijkste fase”.

Procedures

Nog altijd komt er nieuwe informatie binnen, onder meer van de Oekraïense autoriteiten. Hoewel sommige gegevens snel werden overgedragen, kon bijvoorbeeld een deel van de afgetapte telefoongesprekken volgens de Oekraïense wet alleen opgevraagd worden via complexe, tijdrovende procedures. Verder stuitte het JIT op vertraging bij het uitlezen van de Russische radargegevens. De speciale software die daarvoor nodig was, bleek alleen beschikbaar te zijn in het Russisch, zonder handleiding.

Volgens Rusland is op de radarbeelden te zien dat de raket niet gelanceerd kan zijn vanuit gebied waar de rebellen actief waren. Het JIT zegt dat op basis van deze gegevens niet direct te kunnen bevestigen. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de radar op dat moment gericht stond op een ander gedeelte van het scangebied.

De onderzoekers hebben Rusland verzocht de radargegevens aan te leveren in het internationaal gangbare ASTERIX-formaat. Ook heeft het team gevraagd om gegevens van een tweede radarstation van Rusland, in Boetoerinskaja, aldus het JIT:

blockquote>”Snel gaat het allemaal niet, maar stap voor stap boeken we vooruitgang. Het OM blijft van oordeel dat de Russische autoriteiten relevant materiaal voor de waarheidsvinding moeten overdragen. Het JIT laat zich echter niet vertragen in andere onderzoeksactiviteiten die de waarheid boven tafel kunnen halen.”

Het JIT bestaat uit onderzoekers van politie en justitie uit Nederland, Australië, België, Maleisië en Oekraïne. “Het doel van het onderzoek is zo hard mogelijk bewijs te vergaren dat voor iedere rechter, in welk land dan ook, stand houdt”, schrijft de groep in de nieuwsbrief. Dat onderzoek staat los van het onderzoek door de Onderzoeksraad voor de Veiligheid, dat in oktober 2015 al werd gepresenteerd. Daarin werden geen verantwoordelijken aangewezen.