Paradijs verloren aan het Veerse Gat

Tentoonstelling

‘Het Dijkhuis’ haalt herinneringen boven aan een paar bewogen vierkante meters in Zeeland.

Links het strandje bij eb onder het Dijkhuis; rechts: het Dijkhuis in de jaren ‘30, op de plaats van de huidige jachthaven Oostwatering bij Veere. Foto’s Archief Frits Lensvelt sr/Museum Veere/Aviodrome

Achter de dijk, aan de overkant van de jachthaven, waar tot 1961 eb en vloed door het Veerse Gat trokken, ligt een strook basaltblokken met een lichtopstand. Niets aan te zien. Maar reis terug in de tijd. Daar stond sinds de Middeleeuwen een wachthuis voor dijkopzichters, dat al snel het Dijkhuis ging heten.

Het leek er voor altijd gestaan te hebben. Totdat de Duitsers het in de Tweede Wereldoorlog afbraken, omdat het in het schootsveld van hun kanonnen stond.

Dit ene stukje dijk-met-huis krijgt in Museum Veere nu een eerbetoon met een tentoonstelling. Met historische kaarten, notities van dijkgraven, foto’s, schilderijen en afbeeldingen van de galg die hier ook eens stond, op de ‘Galghenolle’, als vreeswekkend voorbeeld voor losbandige matrozen. Samensteller Ard Hesselink doorzocht twee jaar lang archieven om die paar vierkante meters Zeeland te doorgronden. Als een archeoloog gaat hij de diepte in.

De jaren twintig en dertig van de vorige eeuw waren de glorietijd van het huis, met zijn weelderige tuin met boomgaard, en zijn halvemaanvormige strandje bij eb. Bij noordwestenwind sloeg het water zelfs tegen het witte langwerpige huis.

In die jaren woonden Nell Brongers en Frits Lensvelt er, een echtpaar dat de drukte van Amsterdam was ontvlucht. Zij ontwierp kostuums en hij decors voor regisseur en theatervernieuwer Eduard Verkade in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Spannend wordt het als Lensvelt een deel ervan verhuurt aan de Amsterdamse kunstenares Claire Bonebakker. Een voyante verschijning en een „warme vrouw”, zoals Hesselink schrijft, die zich in menig „romantisch avontuur” stortte in het Veerse. Ook Lensvelt viel voor haar. Tussen het tweetal ontstaat een vurige briefwisseling, die tegelijk met de expositie verschijnt. In een brief van 5 maart 1940 vraagt Claire aan Lensvelt zijn bril af te zetten want „ik zou naar je willen kunnen kijken – je oogen zien”.

Voor de schilderes was het leven in het Dijkhuis paradijselijk. Haar werk is de kroon van de tentoonstelling. Op een aquarel van het strandje is in de verte de robuuste kerktoren van Veere te zien, met op de voorgrond een prachtig geschilderd lichtgeel tussengebied van water en land; grijze stenen en een rode waterlijn. Ook schilderde ze in grillige vormen de fruitbomen met hun bloesem.

Op 11 oktober 1944 bombardeerden de geallieerden de dijk, om Walcheren onder water te zetten. Een tekening van Lensvelt laat een weggevaagd stuk dijk zien met binnenstromend water. De kale takken van een boom. „Eens had een schilder een blank paleis/ Een hoekje van dit paradijs…”, dichtte Tine Mallekote, die als dienst- en kindermeisje werkte op het Dijkhuis. Op precies die plek zou later de haven worden gegraven waarin de caissons werden gebouwd, die in 1961 het Veerse Gat ten slotte voorgoed van de zee zouden afsluiten.

Het Dijkhuis. Een verdwenen stukje Veere. Museum Veere. T/m 27/8. Inl: museumveere.nl