Column

Onthecht naar voetbal kijken

Het was voor mij gisteren een raar voetbalmiddagje. Er stond een kampioenschap op het spel, maar ik voelde niet één zenuw door mijn keel gieren. Ik gunde Feyenoord de landstitel, al was het alleen al omdat het in Giovanni van Bronckhorst en Dirk Kuijt respectievelijk de sympathiekste trainer en vlijtigste voetballer van Nederland heeft.

Maar een club die in zijn laatste wedstrijden noch van Excelsior, noch van Heracles kon winnen, mocht eigenlijk geen kampioen worden, vond ik. Dan toch maar Ajax? Nou, liever niet, want daarvoor hadden de Amsterdammers dit seizoen te vaak onbenullig puntverlies geleden. Met die finaleplaats in de Europa League was Ajax al ruim genoeg beloond.

Mijn onthechtheid had ook met iets anders te maken. Op een hotelkamer in België had ik afgelopen donderdag naar Olympique Lyon-Ajax gekeken. Dat was een aanslag op mijn weerstandsvermogen die ik voorlopig niet te boven zal komen.

Er dreigde daar precies te gebeuren wat ik in de euforie na de eerste wedstrijd voorspeld had. Ajax zou enkele doelpunten simpel weggeven en vervolgens compleet instorten. De Fransen hoefden nog maar één doelpunt te maken, en dat zou gebeuren in de allerlaatste minuut, als de spanning me al te veel was geworden en ik met een hartverzakking van de bank was gegleden.

Toen dit angstvisioen die avond werkelijkheid begon te worden, nam ik uit zelfbehoud een dramatische maatregel. Ik ontsnapte naar de badkamer en verzocht mijn vrouw het geluid af te zetten, maar de tv aan te laten, zodat ze mij kon inlichten als alles achter de rug was. Dus terwijl Ajax met de moed der wanhoop voor zijn laatste kans vocht, zat ik op de wc-bril keihard te zingen, omdat mijn vrouw het knopje van het geluid niet zo gauw kon vinden.

Ik moest daarbij erg aan mijn vader denken die de laatste jaren van zijn leven niet meer naar sportwedstrijden durfde te kijken, omdat de spanning hem te veel dreigde te worden. Was het een erfelijke kwestie? Dat zou jammer zijn, want sport kan onderhoudend zijn, als je ervan durft te genieten.

Zo’n paniekerige vlucht naar de badkamer veroorzaakt ongetwijfeld de nodige reputatieschade. Er wordt straks in de familie méér over gefantaseerd dan je zou willen, daarom geef ik nu alvast mijn eigen waarheidsgetrouwe versie. Het bracht bovendien nog iets anders bij me teweeg: het voornemen voortaan zo afstandelijk mogelijk wedstrijden te beleven. Kon Feyenoord kampioen worden? Leuk voor Feyenoord. En als Feyenoord het niet werd? Dan was het leuk voor Ajax. Ja toch?

Ik vermoed dat het in levensverlengend opzicht een nog effectievere maatregel is dan stoppen met roken of drinken. De taferelen op en rond de velden waar Feyenoord de laatste weken speelde, versterken dat vermoeden nog. Die doodongelukkige fans na de nederlaag tegen Excelsior – huilend en krijsend alsof ze op één nacht hun hele familie hadden verloren. Vervolgens de krankzinnige vreugde toen het kampioenschap eindelijk een feit was – welk lichaam is ertegen bestand, vooral als het tot de kruin is gevuld met bier en wiet?

Volgens mij is het veel gezonder om supporter van een clubje als Heracles te zijn. Een matig budget met navenante spelers. Nooit pieken, weinig dalen. Om gelukkig te worden heb je geen Dirk Kuijt meer nodig.