Nederland zakt op ranglijst kinderrechten

Nederland zakt naar plaats 15. Problemen zijn volgens Kidsrights nog steeds niet aangepakt, andere landen doen het beter.

Marc Dullaert, voormalig Kinderombudsman en oprichter van Kidsrights. Foto Koen van Weel/ANP

Nederland is opnieuw gezakt op de internationale ranglijst voor kinderrechten van de organisatie KidsRights en de Erasmus Universiteit. Kidsrights publiceerde op maandagochtend de volledige ranglijst. Vorig jaar viel Nederland abrupt van plaats twee naar plaats dertien op de ranglijst. In 2017 zakte het verder naar de vijftiende plek, onder Thailand, Tunesië en Slovenië.

Dat betekent niet dat de kinderrechtensituatie in Nederland in de praktijk slechter is dan in die landen. De index meet in hoeverre landen hun best doen in verhouding tot wat ze kunnen doen. Volgens oprichter Marc Dullaert is er bovendien geen sprake van een significante verandering in de score van Nederland.

Landen als Thailand en Slovenië klommen echter omhoog in de lijst en streefden Nederland voorbij. Deze landen kennen veel minder welvaart dan Nederland, maar doen met beperktere middelen beter hun best om de levensomstandigheden van kinderen te verbeteren.

Bezuinigingen

Net zoals vorig jaar kan de relatief lage positie van Nederland vooral worden toegedicht aan bezuinigingen die vaak arme gezinnen raakten. Volgens het CBS leefden in 2015 één op de elf huishoudens onder de lage-inkomensgrens, 1030 euro per maand voor een alleenstaande en 1930 euro per maand voor een twee-oudergezin met twee kinderen. In totaal vielen in 2015 meer dan 300.000 kinderen onder de lage-inkomensgrens, waarvan 60 procent kinderen van werkende ouders.

Volgens Dullaert is er niet afdoende actie genomen om die situatie te verbeteren. Hij zegt dat er sprake is van een “structureel probleem” waar de Nederlandse overheid ook “structureel in moet blijven investeren”. “Anders blijft armoede van generatie tot generatie overgaan. Wij hebben een morele plicht om dit aan te pakken, maar ook een praktische: het kost ons veel geld.”

Ook de kwaliteit van de jeugdzorg is volgens Kidsrights nog steeds een probleem, omdat veel gemeenten het jeugdzorgbeleid na de decentralisatie nog niet op orde hebben. De organisatie uitte vorig jaar al zorgen over de jeugdzorg. “Door de recente decentralisatie van de jeugdzorg in Nederland verschillen het aanbod en budget per gemeente, waardoor kinderen in Nederland mogelijk ongelijke toegang tot die jeugdzorg hebben”, zei een woordvoerder toen.

Index

Portugal voert dit jaar voor het eerst de lijst van 165 landen aan. Noord-Europese landen doen het goed op de index, maar ook Thailand en Tunesië kregen hoge scores. Het jaarlijkse onderzoek van Kidsrights kijkt naar verschillende domeinen, waaronder onderwijs en gezondheidszorg. Ook wordt gekeken of een land aangenomen kinderrechtenwetgeving ook echt implementeert.

Volgens ANP waarschuwde staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA, Volksgezondheid, Welzijn en Sport) in 2016 dat de lijst een “vertekend beeld” geeft omdat landen niet met elkaar vergeleken worden.

Dullaert zegt dat Kidsrights zich houdt aan dezelfde criteria als het VN-Kinderrechtencomité. “Wij meten relatief naar draagkracht van een land en wij kijken zowel naar financiële contributies als de concrete inspanningen van een land”, aldus Dullaert.

De meest opvallende daling op de lijst is die van het Verenigd Koninkrijk. Dat land kwam in 2016 nog op de elfde plek uit. Door sterk verslechterde beleidsvoering op onder andere het gebied van discriminatie en budget voor kinderzaken zakte het land echter naar plek 156. Het land “investeert bij lange na niet zoveel in kinderrechten als het zou kunnen”, aldus het rapport.