Recensie

Vermetele trip, vrij naar Brahms-requiem

Componist Yannis Kyriakides stak ‘Ein deutschen Requiem’ van Brahms in een totaal nieuw jasje. Het is een muzikale trip die je niet snel vergeet.

Stel, je bent van plan om Ein deutsches Requiem van Brahms te bewerken voor kamerkoor, met in plaats van groot orkest een begeleiding van harp en elektronica. Dan zijn er ongetwijfeld genoeg mensen die je dat met klem ontraden. Met alle respect voor harp en elektronica, maar hoe kunnen die de leemte van Brahms’ orkestratiekunst vullen?

Dit boude idee van het Nederlands Kamerkoor resulteerde evenwel in veel meer dan een geslaagde bewerking van Brahms: een tamelijk verpletterend nieuw werk van Yannis Kyriakides, getiteld Ein Schemen, met een hoofdrol voor de jonge harpavonturier Remy van Kesteren.

IJzingwekkend sopranengesnerp

Brahms zelf deed het ook anders dan anders – hij schoof het traditionele Kerklatijn terzijde en schreef zijn requiem niet voor de doden maar voor de nabestaanden. Kyriakides laat de teksten die Brahms verzamelde aanvankelijk grotendeels intact en aan het begin van de voorstelling kun je nog denken dat het daadwerkelijk om een bewerking gaat. Het koor staat in het donker rondom het publiek opgesteld, er suist wat elektronica, Van Kesteren speelt een Brahms-motief en dan bloeit heel subtiel het Selig sind, die da Leid tragen op, bedwelmend mooi gezongen.

Maar Kyriakides’ ingrepen worden steeds vermeteler – schitterend organische clusters en klankwolken in het vierde deel, een ijzingwekkend sopranengesnerp op Ihr habt nun Traurigkeit, gevolgd door een gruizig elektronisch doemcrescendo. Na de striemende chaos keert plotseling Brahms’ harmonie terug bij de vraag: Hölle, wo ist dein Sieg?

Harpgeselingen

Het verbrokkelende slot biedt loutering. Wat rest is bewondering voor zo’n vindingrijke transpositie van Brahms’ spanningsboog naar het digitale heden.

NKK-chef Peter Dijkstra houdt de disparate elementen met zijn elegante techniek strak in toom, en zijn koor zingt voortreffelijk. Van Kesteren strooit met guirlandes of geselt de snaren, altijd met een randje aan zijn klank en een compromisloze intensiteit. Na afloop wil je dit requiem niet direct opnieuw ondergaan, murw gebeukt door de mokerslagen van Kyriakides’ visie, maar deze post-Brahms-trip zal je niet licht vergeten.