De koffie dreigt op te raken door klimaatverandering

Koffie en klimaat

Terwijl de vraag sterk stijgt, bedreigt klimaatverandering de koffieplant, vooral de verfijnde arabica-soort, en daarmee de inkomstenbron van miljoenen kleine boeren.

Foto Wikimedia Commons

Iedere dag worden wereldwijd meer dan twee miljard koppen koffie gedronken. In ruim tien jaar is dat aantal met zo’n 40 procent gegroeid en aan die groei komt voorlopig waarschijnlijk geen einde. Koffie behoort daarmee tot de meest verhandelde grondstoffen ter wereld. De exportwaarde bedraagt zo’n 20 miljard dollar per jaar en 25 miljoen koffieboeren – van wie velen met kleine bedrijfjes in ontwikkelingslanden – zijn voor hun levensonderhoud van de koffieteelt afhankelijk. Daarnaast werken er nog eens 100 miljoen mensen in de koffieverwerkende industrie.

Het zijn indrukwekkende cijfers, die verdoezelen dat het helemaal niet goed gaat met de koffie. Klimaatverandering veroorzaakt toenemend problemen. Vooral de arabica-variant heeft er last van. Die wordt veruit het meest gedronken (70 procent) omdat hij lekkerder is, verfijnder en minder bitter dan de robusta, de andere grote koffiesoort. Maar de Coffea arabica is ook gevoeliger voor ziektes, voor hogere temperaturen en voor neerslagschommelingen. Een toenemend deel van het arabica-plantages dreigt ongeschikt te worden voor de koffieteelt. De robusta kan, zoals de naam al zegt, beter tegen een stootje. Robusta, officieel Coffea canephora, is goedkoper en wordt vooral gebruikt voor instantkoffie en voor het aanlengen van arabica.

De bekende Italiaanse koffieproducent Andrea Illy vatte de situatie vorig jaar als volgt samen:

„We verwachten dat we twee keer zoveel koffie nodig hebben, waarschijnlijk zelfs drie keer zoveel, tegen het einde van de eeuw, met niet meer dan de helft van de nu beschikbare grond. We hebben een probleem dat dringend om een oplossing vraagt.”

Gevoelige plant

Koffie is een gevoelige plant. Hij gedijt het best bij een gemiddelde temperatuur tussen de 18 en 22 graden Celsius. Hij kan niet tegen vorst, maar de nachtelijke temperatuur mag niet te lang boven de 16 graden blijven.

„Toen ik jong was, viel de regen niet in zulke hoeveelheden”, vertelde een Mexicaanse koffieboer een paar jaar geleden aan een onderzoeker van de universiteit van Californië. „De planten geven tegenwoordig minder koffie. Bladeren en bessen vallen soms af door hagel en zware neerslag.”

De Nederlandse landbouwkundige Piet van Asten doet al jaren onderzoek naar koffie en is sinds kort hoofd koffie agronomie van Olam, een van de grootste koffiehandelaren ter wereld. In een skype-gesprek vanuit Kampala vertelt hij dat het niet zozeer de totale jaarlijkse neerslag zelf is die voor problemen zorgt, als wel de trend waarmee de verdeling van de neerslag verandert. „De regen valt minder mooi verspreid over het jaar”, zegt Van Asten.

„In de droge periode slaapt de koffieplant, zou je kunnen zeggen. Als er dan ineens een flinke bui komt, verschijnen er bloesems. Maar als het daarna weer weken droog is, verwelken ze voordat er een besje kan ontstaan.”

Volgens een studie van Van Asten en collega’s in het tijdschrift Agricultural and Forest Meteorology daalde de opbrengst van de koffieplantages in Tanzania sinds de jaren zestig van 500 kilo per hectare naar iets meer dan 300 kilo. Er is een rechtstreeks verband met de temperatuurstijging van ongeveer 0,3 graden Celsius per decennium.

Het International Center for Tropical Agriculture (CIAT) in Colombia deed twee jaar geleden uitgebreid onderzoek naar de toekomst van de arabica koffie. De resultaten waren zorgwekkend. Zonder maatregelen is een kwart van de plantages in Brazilië, ’s werelds grootste producent, over een paar decennia ongeschikt voor de arabica-teelt. Ook in Midden-Amerika en Indonesië slinkt het gebied waar koffie verbouwd kan worden.

De koffieboorkever (hypothenemus hampei). Foto Wikimedia commons

Behalve door temperatuur en neerslag wordt de koffieteelt ook bedreigd door schimmels en insecten, waarvan de meeste volgens Van Asten profiteren van hogere temperaturen. Koffieroest veroorzaakte alleen al in Midden-Amerika tussen 2010 en 2014 een half miljard dollar schade. En de koffieboorkever, een beestje ter grootte van een sesamzaadje dat zijn eitjes legt in de koffievrucht, kwam in Tanzania tot de eeuwwisseling nauwelijks boven de 1.500 meter. Tegenwoordig is hij driehonderd meter hoger te vinden. „Het aantal insectenplagen neemt exponentieel toe bij hogere temperaturen”, vertelt Van Asten.

Zoals zo vaak is klimaatverandering vooral een katalysator van bestaande problemen. Natuurlijk helpt het als de aarde minder (snel) opwarmt. Maar om een koffiecrisis te voorkomen, moet gekeken worden naar de teelt zelf. Wat is bijvoorbeeld de invloed van het gebrek aan genetische variëteit van de koffieplanten? En hoe ga je om met het grote aantal kleine boerenbedrijven met weinig financiële armslag en weinig kennis en behoefte om te innoveren?

Onderzoekers van Kew Gardens, de vermaarde botanische tuinen in West-Londen, hebben in 2012 gekeken naar de diversiteit van de Coffea arabica. Ze constateerden dat de commerciële variëteiten een uiterst smalle genetische basis hebben. Je zou kunnen zeggen dat er sprake is van ‘inteelt’, zei onderzoeker Justin Moat toentertijd tegen de BBC.

Bij het CATIE, het kenniscentrum voor tropische landbouw in Costa Rica, bewaren ze de grootste toegankelijke genenbank ter wereld voor koffie. Een analyse van hun maar liefst 870 arabica variëteiten liet echter twee jaar geleden zien dat de genetische verwantschap tussen al die zaden veel groter was dan gedacht. Volgens de onderzoekers van Kew is dat deels historisch te verklaren. Toen Nederland bijvoorbeeld in 1718 in Suriname koffieplantages wilde aanleggen, werd slechts één koffieplantje naar Suriname verscheept vanuit de botanische tuin in Amsterdam.

Hoe brengt klimaatverandering de koffieproductie in gevaar, en andersom?

Volgens Timothy Schilling van het World Coffee Research Institute is er nooit veel wetenschappelijke belangstelling geweest voor de koffieplant. Tot voor kort waren er niet meer dan enkele tientallen koffieveredelaars – tegenover duizenden voor maïs, rijst en tarwe. „Rijke landen kopen, branden en drinken koffie”, aldus Schilling, maar ze hebben nauwelijks geld over voor onderzoek. Dat is pas aan het veranderen sinds bedrijven als Illy en Starbucks inzien wat er op het spel staat.

Daar komt bij dat Ethiopië de hoogvlakten van de Riftvallei, de bakermat van de arabica, angstvallig gesloten houdt. Uit economische overwegingen en uit vrees voor biopiraterij is Ethiopië niet toegankelijk voor veredelingsprogramma’s, ook al zien de autoriteiten in het Afrikaanse land inmiddels wel de noodzaak van meer onderzoek. Zeker nadat Kew Gardens in 2012 concludeerde dat in de tweede helft van deze eeuw 85 procent van de wilde arabica in Ethiopië mede door klimaatverandering dreigt te verdwijnen – in het ergste geval zelfs meer dan 99 procent.

Kleinschalige koffieboeren

Maar ook met voldoende kennis en innovatie is de koffiemarkt niet gered. Het blijkt lastig om nieuwe technologieën over te dragen aan de miljoenen kleinschalige koffieboeren. Ze hebben er niet het geld voor en de koffieprijs is bovendien zo laag, dat investeren niet erg aantrekkelijk is.

De noodzakelijke aanpassingen (zoals terrassen maken en zorgen voor schaduw en waterreserves) zijn zeer arbeidsintensief, vertelt Maarten van Zonneveld, bioloog voor Bioversity International, per skype vanuit Costa Rica.

„Boeren vertellen dat bemesting steeds duurder wordt, net als pesticiden. Ze gebruiken onvoldoende, waardoor de opbrengst afneemt.”

Daar komt bij dat nieuwe koffieplanten, die bijvoorbeeld beter resistent zijn tegen schimmels of insecten, eerst een paar jaar nodig hebben om te groeien voordat ze vrucht dragen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld maïs of andere gewassen die je jaarlijks kunt zaaien en oogsten. Een overstap naar de gemakkelijker te telen robusta, waarmee in buurland Nicaragua sinds kort noodgedwongen wordt geëxperimenteerd, betekent een verlies aan kwaliteit en daardoor een (nog) lagere prijs.

Voor de lekkerste koffie hoef je niet per se dure cupjes te kopen. De beste koffie brand je zelf (na wat oefening)

Starbucks is in september 2015 gestart met een ambitieus programma om één nieuwe koffieplant te doneren voor iedere zak (van 60 kilo) koffiebonen die ze van een bedrijf afnemen. Het gaat om zo’n tien miljoen planten per jaar die beter resistent zijn tegen koffieroest. Het programma helpt volgens topman Craig Russell „het levensonderhoud van de boeren en de stabiliteit van de markt” te garanderen.

Een oplossing voor wie?

Volgens Van Zonneveld hangt de vraag naar de oplossing van het probleem af van het perspectief. „Een oplossing voor wie?” vraagt hij zich af. „Voor kleinschalige boeren, voor grootschalige koffietelers, voor koffiekopers en verwerkers, of voor consumenten?”

Zelf houdt Van Zonneveld zich vooral bezig met kleine koffiebedrijven. „Het belang van koffie voor lokale gemeenschappen is groot. Niet alleen omdat koffie, ondanks de relatief lage prijs, nog steeds een belangrijke inkomstenbron is. Maar de plant speelt ook een grote rol in het landschapsbeheer en de lokale watervoorziening.”

De kleinschalige koffieteelt in Midden-Amerika is een vorm van agroforestry, legt Van Zonneveld uit. De koffie staat tussen bomen die zorgen voor schaduw en dus verkoeling voor de plant, en die het water vasthouden. Dat is belangrijk voor het hele gebied. Als het koffie-agrosysteem om wat voor reden dan ook wordt vervangen door maïs of sorghum, leidt dat tot verschraling. Het betekent minder vocht in de bodem, meer erosie, meer aardverschuivingen en op termijn ook meer klimaatverandering.

Het risico bestaat dat koffieboeren hun heil hoger in de bergen gaan zoeken, waar het koeler is – iets wat overigens voor het vlakke Brazilië geen oplossing biedt. Niet alleen is er hogerop minder grond beschikbaar, vaak gaat het ook om belangrijke bosgebieden. Ainhoa Magrach, onderzoeker aan de technische hogeschool in Zürich, bracht twee jaar geleden in kaart welke natuurgebieden door de teelt van arabica koffie bedreigd zouden kunnen worden. Een gebied van 2,2 miljoen hectare regenwoud staat op het spel – een gebied ter grootte van Wales.

Na een aantal slechte jaren, mede door een uitbraak van koffieroest, is 2016/17 voor het eerst weer is een goed koffiejaar. Toch is er geen reden om achterover te leunen, vindt Mario Cerutti, directielid van de Italiaanse koffiebrander Lavazza. „Er hangt een zware wolk boven ons hoofd”, zei hij op een conferentie in Milaan. „De situatie is ernstig. Klimaatverandering kan op de korte termijn gevolgen hebben. Het gaat niet meer over de toekomst. Het gaat over het heden.”