‘Ik wil een grootse ervaring bieden’

Drie jonge componisten

Ze zijn nog geen dertig, maar componeren al voor Concertgebouworkest en het Radio Filharmonisch. Ze komen alle drie met nieuw werk.

Jan-Peter de Graaff

Jan-Peter de Graaff

HIj schreef orkestmuziek op de vierkante millimeter (Six Miniatures) en een avondvullende opera (All Rise!). Jan-Peter de Graaff (1992) is een muzikale alleskunner en schrijver van gelaagde partituren, zij het „altijd op een transparante manier”. Dat belooft wat voor het orkestwerk Café de nuit dat begin 2018 te horen is in de ZaterdagMatinee.

De Graaff is een stilistische omnivoor. Zijn nieuwe celloconcert voor Hans Woudenberg en Asko|Schönberg heet Rimpelingen en is een mengelmoes van dodecafonie (twaalftoonmuziek), Mozart en een vleugje jazz, aldus De Graaff. Waarom jazz? „Jazz werkt voor mij fysiek, klassiek eerder geestelijk. Als die twee werelden samenkomen dan kan het effect gigantisch zijn. Brains and booty, zeg maar.”

Ondertussen is Rimpelingen ook een studie in „instrumentale machtsverhoudingen”. Iets met een cello die sporen nalaat in het ensemble, zoals de rimpelingen van een steen in een vijver, totdat het ensemble plotseling de overhand neemt. De Graaffs denken over „muzikaal-dramatische spanningsbogen” werd aangescherpt door de twee opera’s die hij in ruim een jaar schreef. Beide hebben een politiek thema: achterkamertjespolitiek in All Rise!, de vluchtingenproblematiek in De Grens.

De Graaff: „We leven in een politiek turbulente tijd en krijgen zoveel informatie over ons uitgestort dat het lastig is om zaken te overzien. In het muziektheater doe ik een poging om een perspectief te formuleren.”

Rimpelingen, 18/5, 20.15, Muziekgebouw aan ’t IJ. Inl: janpeterdegraaff.com

Mathilde Wantenaar

Mathilde Wantenaar

De afgelopen maanden werkte ze aan het stuk Fantasie voor viool en orkest voor violiste Merel Vercammen. Zaterdag 20 mei gaat het in première bij het Alkmaars Symfonie Orkest. De Amsterdamse Mathilde Wantenaar (1993) componeert graag voor amateurgezelschappen: „Bij amateurs staat het spelplezier voorop. Prachtig om dat te mogen faciliteren.”

Ook professionals weten Wantenaar steeds vaker te vinden. Voor violiste Liza Ferschtman schreef ze een strijkoctet, waarin ze de klankwerelden van Berg en Ravel verbindt met een consequent doorgewerkt viertoonsmotief.

In Schemering, voor deFilharmonie (Antwerpen), klinkt laatromantiek en Bartók-achtige volksmuziek. „Als ik iets mooi vind, dan gebruik ik dat”, verklaart ze de fin-de-siècle-echo’s in haar muziek.”

Vorig jaar was Wantenaars eerste kameropera, Personar, te zien tijdens het Opera Forward Festival. De bezoeker werd meegezogen in een ietwat getroebleerde, ontheemde binnenwereld. „Ik schrijf niet autobiografisch, ook niet als ik inspiratie put uit mijn eigen emoties. Ik probeer gevoelens te verklanken die herkenbaar zijn voor iedereen.”

Haar grootste wens: „Een sprookjesopera! Ik houd van de kinderlijke magie die eigen is aan sprookjes en die ook volwassenen kan betoveren. Het is een soort verwondering. Een pure eenvoud, zonder opsmuk, die tegelijkertijd ongrijpbaar is.”

Fantasie voor viool en orkest, 20/5, 20.15 uur, Vrijheidskerk, Alkmaar. Inl: mathildewantenaar.tumblr.com

Bram Kortekaas

Bram Kortekaas

Als tiener zette Bram Kortekaas (1989) eens wat noten op papier. Dat het meteen een pianoconcert werd, tekent zijn fascinatie voor het symfonieorkest. Uitgekiende instrumentaties en felle kleurcontrasten vormen sindsdien de kern van zijn muzikale dna.

Neem Foreign Body, waarin trommelvliestergende climaxen een tegenhanger vinden in de hallucinante klankzwenkingen van een waterphone. Of The Pillars of Creation, een ballet van kosmische klanknevels rond trage bastonen.

In oktober maakt Kortekaas zijn debuut in de ZaterdagMatinee met Voetnoten bij de menselijke komedie. De teksten ontleende hij aan de Volkskrant-columns van Arnon Grunberg. „De kwetsbare positie van het individu tegenover de staat is een belangrijk thema”, zegt hij.

Kortekaas’ muziek is niet los te zien van zijn studie politicologie. Zijn Leonard Bernstein, Security Matter – C, in opdracht van het Concertgebouworkest, ging uit van dossiers van de FBI die de componist jarenlang volgde. Toch is het hem niet te doen om politieke stellingname: „Ik wil vooral goede muziek schrijven.”

Zoals mag worden verwacht van een componist die put uit uiteenlopende bronnen als Ravel, Stravinsky en Adams gaat hij daarbij zo ondogmatisch mogelijk te werk: „Stilistisch gezien kun je vandaag de dag schrijven wat je wilt. Stijl is geen criterium meer. Bottom line is dat je je publiek een meeslepende ervaring biedt.”

Voetnoten bij de menselijke komedie, 14/10 Concertgebouw, Amsterdam. Inl: bramkortekaas.com