Column

Hoe conservatief zijn onze geldschieters?

Ondernemers hoor je het zelden zeggen. Daarom was de ontboezeming van mede-oprichter Kees Koolen van Booking.com zo opmerkelijk. Hij had half spijt van de buitenlandse overname van ‘zijn’ bedrijf. De verkoop van Booking door de oprichters en de medewerkers in 2011 aan de Amerikaanse onderneming Priceline had zo zijn nadelen. „Een gemiste kans voor Nederland”, zei Koolen vorige week in NRC. In Amsterdam zorgt Booking wel voor banen, maar de winsten gaan naar Amerika. Als Booking Nederlands was gebleven „hadden we een heel groot ecosysteem gehad voor innovatie in Amsterdam”, analyseerde Koolen.

Dat is een geluid dat je in de discussie over buitenlandse overnames meestal ook niet hoort. Het gaat wel over banen, duurzaamheid en onderzoek, niet over een heel ecosysteem.

Als Booking niet was verkocht, had Nederland volgens Koolen nu misschien wel tien of twintig technologiebedrijven extra gehad. Want zo werkt een ecosysteem. De opeenhoping van ambitie, kennis, kapitaal, mensen en ondernemerschap levert nieuwe bedrijven en producten op. Hét voorbeeld: Silicon Valley. Daar kun je vliegensvlug met je product van de kraamkamer naar de eredivisie. Een top-of-flopcultuur met waaghalzen en mislukkingen. Planners, politici en financiers over de hele wereld proberen dat voorbeeld te kopiëren.

Waarom verkochten de oprichters Booking? Een tekort aan investeringskapitaal in Europa voor de grote doorbraak. Dat klinkt raar, zeker in Nederland dat alleen al 1.400 miljard euro pensioenkapitaal heeft gespaard. Toch is bankkrediet de cruciale financieringsbron van het bedrijfsleven. In slechte tijden, zoals de kredietcrisis in 2008 en de daaropvolgende jaren, droogt de ondernemingsfinanciering meteen op. Weg kans op economisch herstel.

Vandaar dat de overheid een reeks (fiscale) stimuleringsregelingen voor risicokapitaal in het leven heeft geroepen. Dat moet de afhankelijkheid van bankkrediet verminderen. Zo schatrijk als Nederland is, moet hier overheidsinmenging de particuliere markt openbreken. Blijft raar.

Het tekort aan serieus risicokapitaal is al jaren een klacht bij ondernemers. Dan gaat het niet eens over het kapitaal zelf, maar vooral over de risicoperceptie van financiers. „Het Europese kapitaal is conservatief”, zei topman Peter Wennink van chipmachinefabrikant ASML in Veldhoven eind 2015 bijvoorbeeld in de Financial Times. Start-ups zonder risico bestaan niet.

Nederland is schatrijk en toch steunt de overheid de markt voor risicokapitaal

Het is de vraag of de angst voor risico’s nog steeds zo overheersend is. ASML is onderdeel van het ecosysteem Brainport, het samenstel van een rijk scala industriële en technologische ondernemingen in en rond Eindhoven plus bijbehorend onderzoek, universiteit en publieke steun. Brainport is midden- en kleinbedrijf, maar ook beursgenoteerde giganten (ASML, Philips en Philips Lighting), familieconcerns als VDL en diverse grotere ondernemingen met buitenlandse eigenaren. Kennelijk is het ecosysteem Brainport wel zo stevig dat buitenlandse overnames à la Booking in Eindhoven geen afbreuk doen aan de groeidrift.

Maar dat is niet het hele verhaal. Want ook dit succesvolle ecosysteem legt een claim op de overheid om risicokapitaal te verschaffen. Voor het ‘opkweken’ van nieuwe industriële eindproducten vraagt Brainport op korte termijn minimaal 500 miljoen euro van het volgende kabinet. Heerst onder financiers dan een ‘Jan Saliegeest’ zodat zij dat geld niet op tafel willen leggen? Ook raar.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie