Die ouders hebben ook geen ervaring met leven en dood

Brugklassers

Leeftijdsgenoten van de zieke David denken dat volwassenen kinderen te weinig serieus nemen. „Ze geloven niet dat kinderen nadenken.”

Leerlingen uit een gymnasium brugklas van het Bonoeffer College geven hun mening over de rechtzaak rond de 12 jarige jongen met kanker die geen chemotherapie meer wil. Vlnr: Anne-Roos, Tessa, Celine, Lennard, Finette, Pieter, Hannah en staand: Jesse. Foto Bram Budel

Als je iemand ziet overgeven, weet je dat diegene misselijk is. Maar je weet niet hoe die persoon zich voelt. Daarom, vindt Pieter Beeldman (13), kun je je nooit helemaal in een ziek persoon verplaatsen. Ook al ben jij volwassen en is de zieke persoon pas twaalf jaar oud.

Acht brugklasleerlingen van het Bonhoeffercollege, een oecumenische school in Castricum, praten op verzoek van NRC over de dilemma’s rond de rechtszaak die de vader van de 12-jarige zieke David aanspande. Kan een kind van 12 zelf beslissen een chemokuur te weigeren? En wat weten kinderen van leven en dood?

Ja, een kind kan zelf een keuze maken over een medische behandeling, vinden leeftijdgenoten van David uit gymnasiumklas B11 – net als de rechter. „Als je ergens veel van weet, kun je zelf kiezen”, vindt Anne-Roos Haandrikman (13). „Híj krijgt de bijwerkingen, niemand anders.” Jesse Bodaar (12): „Je moet de consequenties kennen. Dan kun je kiezen.”

Dat de grens van wilsbekwaamheid wettelijk op 12 jaar ligt, vinden de leerlingen „vreemd”, in de woorden van Hannah Schotborgh (12). „Het ligt niet altijd aan je leeftijd hoe serieus je bent in het leven”, zegt Pieter. Finette Vermeulen (11): „Nu zouden mijn ouders over mij beslissen omdat ik 11 ben. Gelukkig verschillen we meestal niet erg van mening, maar dat had ik toch minder leuk gevonden. Ik denk wel dat als je heel vaak zegt dat je geen chemotherapie wilt, je ouders dat accepteren.”

Kwaliteit van leven kan een goed argument zijn een chemokuur te weigeren, denken de leerlingen. „Misschien dat die jongen door de bijwerkingen dingen zou missen in zijn leven waar hij graag bij wil zijn”, zegt Anne-Roos. „Misschien dat hij liever een korte tijd heel goed wil leven, dan een langere tijd net iets minder.”

Lennard de Pagter (12) vult aan: „Als je net niet dat topje kan aanraken in je leven dat je zou willen, zorgt dat voor frustratie.”

Anne-Roos: „Je wilt iets bereiken. Dan kunnen bijwerkingen in de weg zitten.”

Lennard: „Iedereen heeft iets wat-ie heel leuk vindt in het leven, een bepaald beroep of een toekomst. Wat heb je nodig om dat doel te bereiken? Daar moet je goed over nadenken. Uiteindelijk weet David zelf het beste wat hij met zijn leven wil.”

Je hebt niet zoveel te willen

De leerlingen begrijpen dat de vader van David een rechtszaak aanspande om ervoor te zorgen dat zijn zoon de chemokuur toch zou ondergaan. Maar ze zijn het er niet mee eens. Anne-Roos: „Als je bestraald moet worden, heb je niet zo veel te willen. Je gaat het ziekenhuis in en ondergaat de behandelingen. Nu mag die jongen eindelijk zijn eigen keuze maken. Ik vind het absurd dat hij een van zijn ouders moet overtuigen van zijn mening.” Finette: „De vader houdt zo veel van zijn zoon dat hij wil dat hij blijft leven. Dat vind ik goed, maar ik zou toch aan de kant van mijn kind blijven staan.” Lennard: „Ik begrijp zijn reactie, maar het is niet zijn leven. Het is het leven van zijn zoon.”

Leerlingen uit een gymnasium brugklas van het Bonoeffer College geven hun mening over de rechtzaak rond de 12 jarige jongen met kanker die geen chemotherapie meer wil. Jesse.
Foto Bram Budel
Leerlingen uit een gymnasium brugklas van het Bonoeffer College geven hun mening over de rechtzaak rond de 12 jarige jongen met kanker die geen chemotherapie meer wil. Lennard.
Foto Bram Budel
Leerlingen uit een gymnasium brugklas van het Bonoeffer College geven hun mening over de rechtzaak rond de 12 jarige jongen met kanker die geen chemotherapie meer wil. Anne-Roos aan het woord.
Foto Bram Budel

Pieter benadrukt dat we niet het hele verhaal kennen van David en zijn ouders. „Misschien zegt zijn moeder de hele dag tegen hem: doe die chemo niet. Dat weten we niet. Zijn vader kent haar wel.”

Voor het maken van een goede beslissing, zegt Tessa Metselaar (12), is het belangrijk dat je je niet te veel laat beïnvloeden door je ouders. Maar de ouders van David zijn gescheiden en dan kan zoiets wel gebeuren, weet Pieter, wiens ouders uit elkaar zijn. „Soms denk ik: ik zou best wat vaker naar mijn vader willen. Maar dat vind ik een beetje zielig voor mijn moeder. Medelijden kan je keuze beïnvloeden.”

Eigenlijk, zegt Lennard, zouden de emoties van ouders geen rol moeten spelen bij de keuze van een kind. „Maar als je er een muur tussen zou zetten, gaan ouders gekke dingen doen, omdat ze zo veel van hun kind houden. Dan wordt een vader bijvoorbeeld depressief. Je moet iets vinden waar iedereen mee kan leven.”

Ze vinden het heftig voor David dat het tot een rechtszaak is gekomen. Een ruzie met je ouders voelt al vervelend, laat staan een rechtszaak die ook nog groot nieuws is. „Het gaat om zijn privéleven.”

Op de vraag of volwassenen kinderen wel serieus genoeg nemen, schudden acht hoofden stellig van nee. „Volwassenen geloven dat minderjarigen niet over dingen nadenken”, zegt Jesse. „Zeker als het over het leven gaat”, zegt Finette. Misschien, zegt Hannah, komt dat ook wel omdat kinderen niet uiten dat ze nadenken over leven en dood. „Elk kind denkt daarover na, de een wat meer dan de ander. Kinderen zijn verstandiger dan het lijkt.”

De reis is belangrijk

Maar de meeste volwassenen zien de overeenkomsten niet. „Als ik aan tafel zit met mijn ouders”, zegt Anne-Roos, „vertellen we eigenlijk hetzelfde, alleen dan op een andere manier. Zij hebben het bijvoorbeeld over ruzie op werk, ik over ruzie op school. Zij gebruiken andere woorden maar ze bedoelen hetzelfde.” Wat wel verschilt: hoe je situaties meemaakt. „Bijvoorbeeld als je een slecht cijfer hebt en je bent er helemaal kapot van, denken je ouders: waar maak je je druk om? Maar bij jou gaat het om je leven en je reputatie.”

De leerlingen vinden het kortzichtig dat volwassenen soms lijken te denken dat gebeurtenissen in hun jonge levens minder belangrijk zijn. „De reis is belangrijker dan de eindbestemming”, zegt Lennard. Ja, knikt Finette. Anne-Roos: „Misschien is het voor David wel heel belangrijk een bepaald stukje van zijn reis zonder bijwerkingen mee te maken.”

Ouders kunnen over veel situaties goed advies geven omdat ze langer leven, besluit Lennard. „Maar ze hebben geen ervaring met keuzes over leven en dood.”