De snelle goal van Kuijt deed ook gezichten bij de politie ontspannen

Feyenoord kampioen Het gezag in Rotterdam bereidde zich maandenlang voor en schreef vele scenario’s voor de huldiging.

Op de Coen Moulijnweg op de dag van het kampioenschap. Foto Merlin Daleman/NRC

De gespannen gezichten van politiemensen die zich op het allerergste voorbereiden, zie je hier voor het laatst: zondagochtend in het politiebureau tegenover stadion de Kuip. Alles kan nog gebeuren. Om 11.00 uur is de briefing van de voetbaleenheid van zo’n dertig mannen en enkele vrouwen die weten hoe je met fanatieke supporters moet omgaan. Ze zijn wel wat gewend, maar dit? Hun voorman waarschuwt: „De sfeer in de Kuip is straks wat je niet eerder hebt gezien. Het is Feyenoord-Ajax maal vijf.”

Met plastic bekertjes in de hand kijken ze geconcentreerd naar een luchtfoto van het stadion. Ze zien waar bij verlies de vijf pelotons van de ME staan. Gele plofwolken: daar zal de onrust ontstaan. De massa wordt dan – rode pijlen – deze kanten op „geveegd”. Vandaar die afgesloten trap voor het stadion. Supporters moeten omlopen.

De voorman praat in korte zinnen. „De inzet is fors, heel fors.” Er wordt rekening gehouden met het ergste: rellen in het stadion of zelfs een bestorming van het hoofdgebouw. Bij uitzondering is de ME ook ín het stadion. Hij laat een foto van de antiterreureenheid zien. „Ook zij horen vandaag bij ons.” Het belangrijkste: „Blijf bij elkaar.”

Vanaf hier zullen ze gezamenlijk vanuit de garage naar de Kuip lopen. Een stoet van zwart en geel gestreepte uniformen. Bewapend, met zwarte stevige schoenen. In de zon lopen ze langs vrolijk uitgedoste gezinnen, in de richting van rook en harde knallen. Hier hebben ze al die tijd voor getraind. Maanden bereidden ze zich voor. Het is de goal van Dirk Kuijt in de eerste minuut die de gezichten doet ontspannen. Dit komt goed.

NRC mocht vanaf maart meekijken met de politie en de gemeente. Het leidde tot dit verhaal over de voorbereidingen op 14 mei, de dag van het kampioenschap en van het bombardement in 1940 – beide onderdeel van de Rotterdamse identiteit – en van de huldiging de dag erna.

Opluchting bij de hoofdofficier van justitie, de politiechef en de burgemeester na de eerste snelle goal van Dirk Kuijt. Foto Merlin Daleman/NRC

Een open rijtoer

Niets is zeker. Maar in de winter krijgt bij het gezag langzaam de gedachte vorm dat Feyenoord wel eens kampioen zou kunnen worden.

Burgemeester Ahmed Aboutaleb, de politiechef en de hoofdofficier van justitie praten er op 14 februari voor het eerst over, in wat ‘de driehoek’ heet. Feyenoord staat vijf punten voor, met nog twaalf wedstrijden te gaan.

De burgemeester ziet het al voor zich. Een kampioenschap met beelden die de wereld over gaan. Goed voor het toch al stijgende zelfvertrouwen van de stad. Politiechef Frank Paauw is bedaard. Hij weet als geen ander wat kan gebeuren. Bij de Nationale Politie is hij verantwoordelijk voor alles rondom voetbal.

De stad zal de club een feest aanbieden, maar waar? En hoe organiseer je een huldiging waarvan je niet weet of het doorgaat, wanneer het zal zijn, of hoeveel mensen erop af zullen komen? In tegenstelling tot Amsterdam of Eindhoven kan Rotterdam geen draaiboeken afstoffen.

De driehoek bespreekt een open rijtoer van de spelers door de stad, een boottocht van de Kuip naar het centrum en een huldiging op een ponton in de Maas – maar op de kade passen te weinig mensen. De rijtoer is een idee van de burgemeester, vertelt hij. Hij zag het in Spanje. „Ik was in 2012 met mijn vrouw op vakantie in Madrid en raakte per ongeluk in de kampioensdrukte verzeild.”

Iemand noemt nog de Kuip. Maar tegen die tijd valt al vaak het woord ‘sentiment’ en dat ze daar nu eenmaal mee te maken hebben. Stel je voor, na al die jaren.

Natuurlijk wordt het de Coolsingel.

Het is een even logische als beladen plek, in het hart van de stad, voor de deur van het stadhuis en met aan de overkant een door supporters geliefd plein. Voor hen is de Coolsingel synoniem aan het kampioenschap van de club. Het is ook de plek waar het al eens mis ging.

In 1999 werd Feyenoord voor het laatst kampioen. Direct na de huldiging braken rellen uit. De politie zag stenen, flessen en fanatiekelingen op zich af komen en loste schoten op een overvolle Coolsingel. Ruiten sneuvelden, mensen raakten gewond. „Shooting at soccer riot”, berichtte The New York Times.

De rellen zijn uitgebreid onderzocht en beschreven. Dit nooit meer. En de straat zal dit voorjaar ook nog eens opengebroken zijn. De tramsporen moeten worden vernieuwd, uitstel is geen optie.

Ze doen het er maar mee.

Politieagenten houden overzicht bij een roadblock in verband met de veiligheid tijdens de huldiging van landskampioen Feyenoord. Foto Marten van Dijl/ANP

Hoge werkdruk

Zondag 26 april. Feyenoord wint met 2-1 van PSV.

De politie heeft het al zo druk. Elk weekend is er wel wat, „zoals recentelijk het bezoek van Geert Wilders in Spijkenisse”, mailt politiechef Paauw op 1 maart aan zijn eenheid. Hij probeert de werkdruk „behapbaar” te maken. Met het OM sprak hij af „het aantal aan te leveren verdachten naar beneden bij te stellen”. Verder komen er geen evenementen bij, worden nachtvergunningen afgewezen, evenals een verzoek van de KNVB om in september een duel in de Kuip te spelen. „Mag er dan niets meer bij? Nou vooruit, ééntje dan. Er is een grote regeling die ik ons nog wel gun. Dat is de huldiging van Feyenoord…”

Na de gezamenlijke briefing van de voetbaleenheid en de stewards, in de buurt van Kuip. Foto Merlin Daleman/NRC

De harde kern

Zondag 2 april. Ajax wint van Feyenoord. Het veroozaakt onrust in de stad, met arrestaties. Het verschil is nog drie punten.

Op de telefoon van Rupesh Ramkisoensing, gemeentelijk projectleider Huldiging, is in het harde groen en geel van Teletekst pagina 819 te zien hoe goed Feyenoord het doet. Hij maakte er zijn schermafbeelding van, al op de eerste speeldag van het seizoen. Elk weekend ververst hij de afbeelding trouw. Handig voor zijn werk. Maar hij had ook jarenlang een seizoenskaart. Die gaf hij op toen hij zijn bezoeken aan de Kuip niet meer kon combineren met zijn eigen voetbalwedstrijden bij SVS in Capelle aan den IJssel.

Dit is het plan, zegt hij: de kampioenswedstrijd is op zondag, de huldiging op maandag. Na de wedstrijd zullen heus óók supporters naar de stad komen, maar niet de massa die naar de huldiging komt. „We rekenen op 100.000 tot 120.000 mensen.” Het drank- en pillengebruik zal in de ochtend minder zijn. Hopelijk komen er veel gezinnen. De burgemeester zal vooraf kunnen zeggen dat als het uit de hand loopt, de huldiging niet doorgaat. En het kost 12 uur om alles op te bouwen. Dat gaat net.

In de stad komen poorten, hekken en vakken. Dat geeft minder kans op verdrukking, maar het maakt ook dat de Coolsingel op een stadion gaat lijken.

Feyenoord heeft de grootste fanschare én de grootste harde kern van alle Nederlandse clubs. Het is een verdeelde groep. Eentje waarmee het volgens betrokkenen lastig afspraken maken is. En dus gelden tijdens de huldiging de gedragsregels van het stadion. De bekende politiegezichten van de voetbaleenheid lopen rond. Feyenoord levert zevenhonderd stewards. De stadionomroeper is ceremoniemeester, Lee Towers zingt. Supporters weten zo wat van hen verwacht wordt en zullen zich hopelijk voorspelbaar gedragen.

„Fans van ver zullen al vroeg met thermosfles en tuinstoel komen”, verwacht Edwin Boer. „De harde kern komt als laatste, die weet toch wel een plek te veroveren.” Boer is algemeen commandant Huldiging. Er is ook een commandant voor het andere stafteam voor grootschalige optredens (SGBO’s) van de politie. Die gaat over de kampioenswedstrijd.

Buiten de commandokamer in de De Kuip op de dag van het kampioenschap.
Foto Merlin Daleman/NRC
De commandokamer in De Kuip op de dag van het kampioenschap.
Foto Merlin Daleman/NRC
De commandokamer in De Kuip.
Foto Merlin Daleman/NRC
Het commandocentrum van de politie in De Kuip op de dag van het kampioenschap.
Foto’s Merlin Daleman/NRC

Iedereen in piket

Zondag 9 april. PEC Zwolle uit, 2-2 en Ajax wint. Nog maar één punt verschil. De eerste graafmachines op de Coolsingel. Er is een aanslag op de spelersbus van de Duitse club Borussia Dortmund.

Er zijn vier scenario’s: kampioen uit, kampioen thuis, kampioen worden zonder zelf te spelen, kampioen bij Excelsior – het doemscenario. Het kleinste stadion van de eredivisie ligt bij een wijk met statige gebouwen. Ook hier ligt de tram eruit. Maar vooral is het een uitwedstrijd in de eigen stad, een logistieke nachtmerrie. De massa zal zich op en tussen nog meer plekken begeven.

En er komen scenario’s bij. Voor mooi weer, voor slecht weer. Voor een aanslag als die op de spelersbus in Duitsland. En op maandag deze: het ‘teleurstellingsscenario’. Bij winst gaan fans naar de stad. Bij verlies zullen ze naar de Kuip gaan om verhaal te halen. Elke wedstrijd is vanaf nu een dubbel risico, bij winst én verlies.

Het lukt de politie niet meer om de roosters vol te krijgen. Het is Pasen, het is meivakantie. De cao schrijft voor dat roosters zes weken vooraf bekend zijn, maar niets is nog zeker. En dus wordt besloten dat alle Rotterdamse agenten verplicht in een piketregeling komen en dus oproepbaar zijn. Dat is ongekend. „Beste collegae”, mailt Paauw zijn eenheid op 11 april. „Het zal jullie niet ontgaan dat de operationele druk in deze periode zeer hoog is.” Opnieuw vraagt hij om begrip.

Op dinsdagochtend trilt Paauws grijze Nokia 6310 keer op keer op de tafel in zijn werkkamer. De kampioenswedstrijd noemt hij dan nog „niet meer dan een spontaan feest dat we in goede banen moeten leiden”. Alleen, aan ‘Excelsior’ wordt nog gewerkt. Er komen schermen in de Kuip om de druk van het kwetsbare stadion weg te nemen. Maar, zegt Paauw ook: „Laten we eerlijk zijn. Nog drie wedstrijden te gaan. Het opbouwen van de Kuip is niet zo moeilijk. En het stadion van Excelsior is zo klein, daar hoef ik niet allerlei slotgrachten of containers omheen te zetten of dat soort flauwekul.”

Maar wat te doen als er rellen uitbreken? „Het vervelendst is dat mensen verwachten dat we met chirurgische precisie weten: deze meneer wel, die meneer niet. Maar ik heb slecht nieuws. Als ze naast elkaar staan en wij voeren een charge uit en ze gaan niet weg, krijgen beiden klappen.”

Een kleine duizend agenten voor een huldiging van een uur op enkele vierkante meters. Dat zijn er evenveel als met oud en nieuw voor heel het gebied van Hoek van Holland tot Leerdam. En de zondag ervoor nog eens achthonderd. Is dit het nog steeds waard? Paauw, professioneel: „Ik gun het de stad en ik gun het de club.”

In het politiebureau bij de Kuip op de dag van de kampioenswedstrijd. Foto Merlin Daleman/NRC

Zorgen over ‘prehuldiging’

Zondag 16 april. Feyenoord en Ajax winnen. De dag ervoor is er een congres van Palestijnen in de Doelen, op zondag de uitslag van het Turks referendum.

Er komt toch een extra ring aan hekwerk om Excelsior, voor de kaartcontrole. Misschien zelfs een derde ring. Te veel fans willen erbij zijn. Algemeen commandant Kampioenswedstrijd Peter Homminga vertelt het zijn team van zestien mannen en vrouwen in het bureau aan de A20.

Eerst wordt het „politiek beladen” weekend besproken. Iedereen stond paraat voor het Palestijnse congres . „Gelukkig liep het geen storm.” Ook het Turkse referendum bracht geen onrust. Iemand oppert dat de Turkse titelstrijd wellicht gelijk valt met de Nederlandse. Het valt stil. Daar heeft nog niemand aan gedacht.

Ook komend weekend is het druk. Een vrouw met de functie Informatievoorziening: „De verwachting is dat bij verlies vernielingen en rellen ontstaan.” Voor deze uitwedstrijd zullen de ME, de politie in het centrum en de politie op zuid klaar staan.

Dan gaat het alleen nog over Excelsior.

„Er zijn zorgen over een prehuldiging. Feyenoord wil dat de spelers na de wedstrijd teruggaan naar de Kuip om geëerd te worden.”
„De burgemeester zei vanochtend duidelijk: als Feyenoord het nodig vindt een prehuldiging te doen, komt er geen huldiging. De bus mag niet terug naar de Kuip.”

„Hoe gaan de supporters na afloop eigenlijk naar de stad? Gaan ze wandelen?”
„In de driehoek vanochtend is gezegd dat een corteo niet te voorkomen is. Zo’n stoet laten we gebeuren.”
„Je zal zien dat ze niet op het trottoir gaan lopen, maar op de rijbaan.”
„Laat het maar gebeuren. We moeten laagdrempelig zijn. Verbinden.”

„Kunnen de spelers geen oproep doen aan fans om het rustig aan te doen?
„De spelers doen dit niet. Ze willen zich concentreren op de wedstrijd.”
„Ook Kuijt niet?”
„Eerder Gio.”

In stadion Woudestein tijdens de wedstrijd tegen Excelsior. Foto Merlin Daleman/NRC

De week erop vergaderen de twee stafteams samen. „Wie er niet per se bij hoeft te zijn, kan beter later komen.” De zaal is te klein. Het aantal vergaderingen bij de politie én de gemeente neemt toe. De overleggen duren langer. Vraag maar aan Rupesh Ramkisoensing.

Zijn dagen zaten al stampvol. Daar komen de besprekingen over de huldiging bij, op donderdag. Zijn laatste overleg over de huldiging duurde zes uur. Het is het langste dienstenoverleg ooit en nog is niet alles besproken. Op vrijdagochtend vergadert hij verder. De roadblocks, de draagkracht van de betonplaten, de kabels die televisiezender Fox over de Coolsingel wil spannen. Een manager: „We zijn gewoon een nieuwe stad aan het opbouwen. Ongelofelijk”.

Door de antiterreurmaatregelen zal de binnenstad uren op slot zijn. Ramkisoensing: „Het is even niet anders. Achttien jaar hebben we op deze dag gewacht jongens.” Wat is zijn doemscenario? „Dat Feyenoord geen kampioen wordt.”

De Turkse competitie eindigt gelukkig later. Het verbod op een prehuldiging viel slecht bij Feyenoord. Een gemeentedirecteur en Feyenoord-directeur Eric Gudde belden er over. „Dat is niet helemaal netjes gegaan”, vertelt iemand.

Nog een paar weken te gaan. De draaiboeken krijgen vorm, tot aan de kleur van de taartjes toe – de gemeentelijke afdeling Protocol beslist daarover. Maar de politieroosters, de opbouw van het hekwerk, de volle straten, de agenda van Rupesh Ramkisoensing? Het zijn raderwerken waarvan je mag hopen dat ze niet vastlopen.

Een noodbevel

Zondag 23 april. Feyenoord wint van Vitesse. Ajax verliest.

Nu is het zeker. De kampioenswedstrijd is bij Excelsior, het doemscenario. In de stad gaat het nergens anders meer over: Feyenoord wordt kampioen. De eerste titeltatoeages zijn gezet. Ambtenaren bespreken wie de kinderen laat spijbelen. Onder supporters circuleren lijsten met aantallen fakkels en rookbommen. Ze zouden het stadion willen bestormen. De driehoek besluit bovenop alle politie-inzet de marechaussee te vragen het stadion te bewaken.

Tot zondagavond stelt de gemeente zich hard op tegenover Feyenoord. Nee, de spelersbus mag na afloop onder geen beding terug naar de Kuip. Er is maar één huldiging en dat is die op het stadhuis. Maar maandagochtend is alles ineens anders.

In een overleg tussen Excelsior, Feyenoord en de gemeente, weet Feyenoord ineens te vertellen dat de spelersbus na afloop toch naar de Kuip gaat. De schaal mag er worden uitgereikt. De club zou de gemeente die ochtend een beter voorstel hebben gedaan, over de opstelling van schermen en de kaartverkoop. Ook de politie had er nadrukkelijk om gevraagd: de druk moet van Excelsior af.

Er wordt gewerkt aan een noodbevel in het oosten, het zuiden en het centrum van de stad. Dat houdt grofweg in dat de burgemeester hier mag doen wat hij maar nodig vindt om de orde te handhaven.

De voetbaleenheid vertrekt naar de Kuip, 14 mei 2017. Foto Merlin Daleman/NRC

„Kijk”, gebaart Ahmed Aboutaleb op het balkonnetje in zijn werkkamer. Hij strekt zijn arm uit. „Links tot aan het kruispunt, rechts tot aan de fontein. Dat zijn de zichtlijnen. Voor alle anderen hebben we schermen.”

Hij is opvallend ontspannen. Een trotse burgemeester. „Eindelijk na achttien jaar weer kans op een titel. Daar gaan we rustig in mee. We laten ons niet opfokken.”

Had hij de wedstrijd naar de Kuip kunnen verplaatsen? Hij noemt het competitievervalsing, maar dit speelt ook mee: „een mondiale stad moet zulke vraagstukken aankunnen”, zegt hij. „We zijn de tweede stad van Nederland. We kunnen dit.”

Wat een kampioenschap de stad gaat kosten? „Ik weet het niet”, zegt hij. „Ik zie de rekening achteraf wel komen.” De burgemeester noemt de gesprekken met Feyenoord „goed, maar pittig”.

Op vrijdag blijkt het arboretum naast Excelsior ineens een open dag te houden tijdens de wedstrijd. De nabije speeltuin wil schermen plaatsen. Ook dat nog. Ambtenaren adviseren beide buren dringend om de plannen te wijzigen.

De hekken zijn op

Nog een week te gaan. De bekerfinale is in de Kuip. Andere clubs hebben rust.

Het hekwerk raakt op. En dus wordt per hek en per deur bekeken waar die het hardst nodig is. De stevige stagebarriers zijn allemaal nodig voor de huldiging. De gewone hekken zijn niet tegen hunkerende supporters bestand. En dus komen er alsnog containers rondom Excelsior.

De vraag is wie die moet bewaken. Bij de marechaussee is niemand beschikbaar, die moet al vliegvelden bewaken. De piketregeling volstaat niet. Er komt bijstand uit Groningen, Tilburg en Den Haag. En nog is het niet genoeg. De politie kent een arbeidstijdenwet en dus heb je voor een bezetting van zo’n 1.800 agenten die twee dagen veel meer dan 1.800 mensen nodig. In deze laatste week gaat de politie met een stofkam nóg maar eens de roosters door.

Ongeregeldheden in het Centrum van Rotterdam na het 3-0 verlies tegen Excelsior. Foto Merlin Daleman/NRC

In de kamer van de voetbaleenheid zit de chef in een grijs T-shirt aan tafel, onder felgekleurde sjaals. Hij is een oud-marinier en wil als enige hier niet bij naam genoemd worden. De belangrijkste supporters hebben zijn nummer en weten wie hij is. „Maar niet alleen ónze supporters lezen dit.” Al weken geleden benaderde zijn team de belangrijkste zes of zeven informele leiders. Hoe zagen zij een kampioenschap voor zich? „We hebben te maken met de vijfde generatie supporters”, zegt hij. Elke generatie heeft een eigen wapenfeit, maar deze nog niet. En dus willen de tieners en jonge twintigers zich bewijzen. „De beschadigde fontein in Rome is er een voorbeeld van.”

Wat verwacht hij van de wedstrijd? „Iedereen wil erbij zijn, maar niet iedereen kan erbij zijn. Als de schaal eenmaal is uitgereikt, haal ik opgelucht adem.”

Het station is vol

Een politievrouw met lang, rood haar loopt op commandant Peter Homminga af. „De sfeer op het station is zo grimmig dat we moeten ingrijpen. Anders wordt het treinverkeer misschien stilgelegd.”

Het is twaalf uur. De wedstrijd moet nog beginnen. Maar het centraal station is al vol, met mensen, vuurwerk en rook. „We komen mogelijk uit op het scenario van verdrukking op CS.”

Ze bevindt zich op verdieping twintig van het World Port Center aan de Maas. De politiestaf Kampioenswedstrijd vergadert nu elk uur. Dozen Feyenoord-tompoezen worden binnengereden.

De Kuip voor de kampioenswedstrijd van Feyenoord op 14 mei 2017. Foto Merlin Daleman/NRC

Tegen alle verwachtingen in verliest de club. De sfeer in de stad slaat om, met als gevolg rellen op en om de Coolsingel en ruim honderd arrestaties. In de middag bestelt de politie bovenop de geplande acht pelotons ME nog maar eens anderhalf peloton extra. Achter het stadhuis worden kabels terug in de vrachtwagen geladen. Geen kampioenschap, geen huldiging.

Hoe het nu verder moet? Alles komt nu aan op de laatste zondag. Een landstitel in Rotterdam of Amsterdam. Met in de ene stad uitzinnige vreugde en in de andere diepe teleurstelling. En dus een politiemacht zoals nu in beide steden? Homminga: „Dat is onmogelijk. Daar moeten we het over gaan hebben.”

Om zes uur komt Frank Paauw binnen, kalm. Hij grapt tegen een collega over de rellen: „Tja, sterker door strijd hè?” Het is het motto van Rotterdam. In de kamer ernaast staart Rupesh Ramkisoensing nog altijd met een bedrukt gezicht naar de schermen. „Balen”, zegt hij.

Ongeregeldheden in het Centrum van Rotterdam na het 3-0 verlies tegen Excelsior.
Foto Merlin Daleman/NRC
Ongeregeldheden in het Centrum van Rotterdam na het 3-0 verlies tegen Excelsior.
Foto Merlin Daleman/NRC
Ongeregeldheden in het Centrum van Rotterdam na het 3-0 verlies tegen Excelsior.
Foto Merlin Daleman/NRC
Na het verlies tegen Excelsior komt het tot ongeregeldheden in de stad
Foto’s Merlin Daleman/NRC

Tien pelotons

Nóg meer agenten, besluit de driehoek. Een duizelingwekkende hoeveelheid. Duizend agenten op zondag, duizend agenten op maandag.

Tien pelotons ME in Rotterdam en ruim 1,5 peloton in Amsterdam, het is zo’n beetje het maximale dat de Nationale Politie kan ophoesten. Mogelijk beslissen enkele pelotons gedurende de dag naar welke stad ze gaan. De uitwedstrijd van Ajax is in Tilburg.

De dagen van de twee stafteams van de politie worden verlengd. Bij winst komt er zelfs een nieuw, derde stafteam bij, voor in de late avond en nacht.

Maar die eerste goal van Kuijt zorgt niet alleen voor ontspanning bij de politie. De 45.799 bezoekers in het stadion zingen en springen en zullen daar niet snel mee ophouden. Aan het begin van de avond is in het World Port Center de indruk dat de sfeer „nog steeds goed is”. Er zijn dan enkele tientallen arrestaties verricht, dronken mensen zijn van abri’s gehaald, er zijn wat vechtpartijen, een vuurwerkbom. „Maar niets verontrustends.”

Foto Merlin Daleman/NRC

Het kan dus wel

Meer dan 150.000 mensen komen zonder grote problemen de stad in – en weer uit.

Misschien dat mensen bij een huldiging op de Coolsingel nu niet meer aan 1999 denken, zegt Paauw. „Het was de ingewikkeldste klus in de recente geschiedenis van de eenheid. Maar de kras op de ziel van de stad is hiermee uitgewist.”

Ramkisoensing is tevreden en moe. „Op een gegeven moment zit je er toch doorheen. Dan valt de spanning van je af.” De komende tijd houdt de afhandeling hem nog wel bezig. Maar nu wil hij nog even als supporter gaan genieten. „Dat Feyenoord kampioen is, is nog maar nauwelijks tot me doorgedrongen.”

Dirk Kuijt, burgemeester Ahmed Aboutaleb en Giovanni van Bronckhorst met de kampioensschaal op de Coolsingel. Foto Olaf Kraak/ANP

Fotoredactie Arjan de Jongh en Evert Hermans. Vorm Koen Smeets.