Column

De bal ligt nu bij één man. Hij heet Rutte

De eerste formatieronde was in zekere zin vooral armpje drukken tussen Buma en Pechtold. Tussen het Nederland van het platteland en het Nederland van de stad. De persoonlijke band van de CDA- en D66-leider is goed: als politici van het midden voelen zij er zelden voor hun verschillen uit te venten. Beiden zwegen de laatste weken gedisciplineerd over de onderhandelingen.

Maar er was niets geheims aan het belangenconflict dat daaronder besloten lag.

Pechtold wilde GroenLinks als vierde coalitiepartner om zijn cultureel progressieve achterban tevreden te stellen, en zag overwegend nadelen in samenwerking met de ChristenUnie.

Buma prefereerde de ChristenUnie om zijn cultureel conservatieve achterban tevreden te stellen, en zag overwegend nadelen in samenwerking met GroenLinks.

Buma heeft de eerste slag dus gewonnen. Dit stelt Pechtold voor een levensgevaarlijk dilemma. Van de D66-leider is bekend dat hij graag, misschien te graag, wil regeren. Maar de optie die nu bijna onvermijdelijk op tafel komt, een coalitie met de ChristenUnie, is voor de Democraten amper verdedigbaar. Al was het maar omdat de meerderheid van die coalitie in beide Kamers zo nipt is, dat D66 er in feite de gedoogsteun van erfvijand SGP bij moet accepteren. Dan wordt de prijs van regeren wel héél hoog.

VVD en CDA boerden op 15 maart goed door in de campagne de taal van de PVV te spreken. Nu het op regeren aankomt kunnen zij die taal niet vergeten. Tegelijk heeft het land cultureel progressieve partijen, zoals D66 en GroenLinks, die hun succes mede danken aan verzet tegen de PVV.

De opdracht van deze formatie is dat die verdeeldheid wordt overbrugd. Niet alleen tussen Buma en Pechtold, niet alleen tussen stad en platteland. Ook tussen geslaagd en gemiddeld Nederland. Tussen veranderingsgezind en behoudzuchtig Nederland. Tussen de milieuactivist en de boer. De hipster en de handarbeider. De bouwtycoon en de trucker.

Nu we weten hoe groot de kloof tussen die werelden is, komt het aan op leiderschap. „Normaal. Doen”, was de leuze van Rutte in de campagne. Toen waren het steeds anderen die normaal moesten doen van de VVD.

Ik zou zeggen: oké Rutte, nu ben jij aan de beurt.

Normaal doen voor een premier betekent onder dit soort omstandigheden: leiderschap tonen.

Niet meer afwachten. Stappen zetten, het eigen programma durven offeren, het goede voorbeeld geven – om dat verdeelde land weer iets dichter bij elkaar te brengen. Iemand moet het doen. Heel normaal, eigenlijk.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus.