1.000 miljard lost niet alle problemen op

Infrastructuur

China investeert wereldwijd miljarden in infrastructuur. Dat is goed nieuws voor Chinese bedrijven. Maar dat gaat niet automatisch goed.

De miljarden die jaarlijks in nieuwe spoorlijnen, havens en centrales worden geïnvesteerd, zijn niet genoeg om de overcapaciteit in de staalindustrie terug te dringen. Foto Thomas Peter / Reuters

De presidenten en regeringsleiders van Chili tot Suriname, van Zuid-Afrika tot Algerije en van Spanje tot Hongarije hoorden de Chinese president en partijleider Xi Jinping zondag beloven dat China nog eens 124 miljard dollar (114 miljard euro) investeert in de plannen om de tweeduizend jaar oude Zijderoutes ter land en ter zee opnieuw op te bouwen, voor zover dat al niet gebeurt.

In de mist van Xi’s grandioze visie op de wereld als één harmonieuze familie, de overweldigende Chinese propaganda en de onwil van Chinese ministers om concrete vragen te beantwoorden, bleef veel onduidelijk. Bijvoorbeeld waar een groot deel van de miljarden die Xi over de hoofden van zijn gasten strooide vandaan komt.

14,4 miljard gaat naar het nieuwe Chinese Zijderoute-fonds, dat al over 40 miljard dollar beschikt en dat in Azië, Afrika en Latijns-Amerika de infrastructuur gaat moderniseren of van de grond af gaat opbouwen. Nog eens 38 miljard komt van de Chinese Ontwikkelingsbank, die voor het Eén Gordel, Eén Weg-project 1.000 miljard dollar heeft gereserveerd. Waar de overige 72 miljard vandaan komt, is niet bekend.

Onduidelijk was ook welke projecten werkelijk nieuw zijn en welke spoorwegen, havens en kerncentrales al waren afgesproken. „Er valt nog heel veel te studeren op deze Chinese plannen. Er is hier vandaag lang en goed gesproken, maar wanneer en waar precies geïnvesteerd zal worden, weten wij nog niet”, aldus een ambassadeur van een EU-land.

Reusachtige witte olifant

De voorzitter van de EU-Kamer van Koophandel in Beijing, Jörg Wüttke, formuleerde het onlangs op een van de tientallen symposia over Eén Gordel, Eén Weg als volgt: „Is dit plan werkelijk het begin van een nieuw hoofdstuk in de opmars van China in de wereldeconomie of een reusachtige witte olifant?”

Een aantal projecten, zoals het spoor naar het hart van Europa en het spoor van Zuid-China via Laos en Vietnam naar Singapore, is werk in uitvoering, net als de havens van Djibouti, Gladar en Sri Lanka. En over de noodzaak de Aziatische infrastructuur, en die van Afrika, Oost-Europa en Latijns-Amerika naar Chinees voorbeeld te moderniseren, twijfelt niemand.

De Nederlandse econoom Louis Kuijs van Oxford Economics zegt de vraag of Xi Jinping op een witte olifant rijdt nog niet te kunnen beantwoorden. „De belangrijkste vraag is hoe goed of slecht al deze projecten worden gemanaged. Hoe gaat China het aanpakken? Geven ze alles aan eigen bedrijven of ook aan bedrijven in landen waar geïnvesteerd wordt?”

Gaan Chinese bedrijven zo rücksichtslos en verspillend te werk zoals in China zelf, dan wacht Xi Jinping forse tegenwerking. Misschien niet in de autocratisch bestuurde Centraal-Aziatische landen, maar wel in Zuidoost-Azië, Zuid-Europa en Afrika. Het is nu al duidelijk dat Chinese bouwbedrijven het Eén Gordel, Eén Weg-project gebruiken om kapitaal het land uit te smokkelen en om er zelf schatrijk van te worden. „Hoe is anders te verklaren dat Chinese tycoons met Eén Gordel, Eén Weg-kapitaal Europese voetbalclubs kopen?”, aldus Wüttke in de Financial Times.

China investeert in buitenlandse infrastructuur in de hoop dat Chinese bouwbedrijven en Chinese staalfabrikanten de grootste orders krijgen. Dat zou het probleem van de overproductie in de Chinese staalsector oplossen. Kuijs gaat ervan uit dat China de komende jaren ongeveer 140 miljard dollar per jaar in spoor, havens, elektriciteitsnetwerken en centrales zal investeren. Daar kun je zo’n 22 miljoen ton staal voor kopen. De Chinese staalindustrie produceert echter 450 miljoen ton per jaar. „Dat probleem wordt dus niet opgelost en vermoedelijk alleen maar verergerd”, waarschuwt Kuijs.

Lees ook het achtergrondverhaal over het ‘Chinese Marshallplan’:
Alle wegen leiden naar Peking

Daar komt bij dat zelfbewuste of goed bestuurde landen nooit zullen accepteren dat alle grote klussen naar Chinese bedrijven gaan die hun eigen mensen en materialen invoeren. Dat zijn ook landen die geen grote schulden aan China willen opbouwen.

Gevecht tegen protectionisme

Voor Europa, dat verdeeld is in een sceptisch West-Europa en een enthousiast Zuid- en Oost-Europa, wordt de vraag van wederkerigheid nog actueler. Gewapend met nieuw Eén Gordel, Eén Weg-kapitaal zullen Chinese bedrijven het tempo van overnames kunnen opvoeren. Europa koopt jaarlijks 1 miljard dollar aan goederen in China, omgekeerd is dat nog geen 500 miljoen. China investeerde viermaal zo veel in Europa als Europa in China, aldus de EU-Kamer van Koophandel.

Zakendoen in China blijft voor Europese bedrijven een gevecht met protectionistische regels, wetgeving die van de ene op de andere dag kan veranderen en corrupte, weigerachtige bureaucraten.

De hoogste Europeanen in het Beijing Nationale Conventiecentrum zeiden daar niets over. De Griek Tsipras, de Hongaar Orbán en de Spanjaard Rajoy keken wel uit om de gulle gastheer en bouwer van hun nieuwe infrastructuur te mishagen.

Lees ook de reportage over het Eén Gordel, Eén Weg-forum:
Xi ziet kansen in tijdperk-Trump

Vertegenwoordigers van de Europese Commissie en Duitsland deden dat uiteraard wel. Van hen kwamen ook de opmerkingen en vragen over hoe mensenrechten zullen worden gerespecteerd bij de talrijke megaprojecten, die vaak voor boeren en anderen die in de weg zitten verkeerd kunnen uitpakken. Miljoenen Chinezen, onder andere de bewoners van de wijken waar nu het olympisch dorp in Beijing staat, kunnen daarover meepraten.

Aan de andere kant zijn de arbeidsomstandigheden in Chinese bedrijven de afgelopen tien jaar enorm verbeterd en houden Chinese bedrijven zich steeds beter aan internationale richtlijnen. Maar wie daarover op het Eén Gordel, Eén Weg-forum vragen stelde aan Chinese regeringsvertegenwoordigers, kreeg het ontwijkende standaardantwoord: „We zullen ons altijd aan de plaatselijke wetten houden.”