Recensie

Opera in de sportschool tijdens de Operadagen Rotterdam

Muziektheater Op de Operadagen Rotterdam worden de grenzen van het genre verkend, maar het openingsweekend greep nog niet bij de keel.

Leuk aan de Operadagen Rotterdam is dat je vaak op onorthodoxe locaties verzeild raakt. Foto David van Dam

Wie een echte ouderwetse opera wil zien moet goed zoeken tijdens de Operadagen Rotterdam. Maar dat is juist de charme van het festival, dat doelbewust de grenzen van het genre aftast en die als het even kan overschrijdt, veelal in kleinschalige en experimentele voorstellingen. De kracht van Rotterdam is het tegenovergestelde van de aha-erlebnis. Het openingsweekend bood prikkelend muziektheater, al wist geen van de drie bezochte voorstellingen echt te overtuigen. Die traditionele opera’s zijn er overigens wel, zoals dinsdagavond Monteverdi’s Orfeo.

Het nadeel van experimentele nieuwe vormen is dat ze op papier soms beter werken dan op toneel. Dat is het geval met Het Kanaal, een dubbelmonoloog van schrijfster Gaea Schoeters over uitsluiting en de hoop op een beter bestaan. Een vluchteling wil vanuit Calais naar het beloofde Engeland zwemmen, terwijl een transseksuele vrouw op de krijtrotsen van Beachy Head op het punt staat afscheid te nemen van het leven. Dat uitgangspunt wordt gelardeerd met enkele Shakespearecitaten, op muziek gezet door Annelies Van Parys.

Redacteur Mischa Spel ontkracht in vier minuten de meest gehoorde clichés over opera. Bekijk de video: Deze vijf clichés over opera zijn niet waar

Parallel

De samenwerking tussen Schoeters en Van Parys leidde eerder tot het geslaagde Private View, maar ditmaal is de uitwerking helaas ongeloofwaardig en langdradig. Eén Shakespearefragment gaat over xenofobe rellen in zestiende-eeuws Londen, maar die parallel wordt amper uitgebuit. (De pr stelt dat het hier om een ‘recent teruggevonden’ Shakespearetekst gaat, maar de naam van The Bard werd al in 1871 aan dit fragment uit Sir Thomas More gekoppeld.)

Bijna anderhalf uur lang komen acteurs Katelijne Verbeke en Adams Mensah niet van hun plek terwijl ze zich ostentatief opmaken voor hun sprong in het diepe. De anticipatie wordt tot in het lachwekkende opgerekt. De meelopende tekstprojectie zuigt de spontaniteit uit de voordracht – je weet toch al wat ze gaan zeggen. Gelukkig bevatten de monologen momenten van oprechte ontroering (Mensahs woedende uitspatting, Verbekes eerste bezoek aan haar stugge vader), maar die zijn te schaars om de spanning vast te houden. De ridicule ontknoping is een affront voor de thematische ernst die men heeft proberen op te roepen. Het fijne spreekkoor van Naomi Beeldens, minimalistisch begeleid door luitist en gitarist Maarten Vandenbemden, geeft nu en dan wat lucht, zonder werkelijk te beklijven.

Volwaardige stem

Van Parys is een fijnzinnig stemcomponist die de kunst van kanttekening en commentaar tot in de finesses beheerst. Voor Muziektheater Transparant componeerde zij ook nieuwe muziek bij een enscenering van Dagboek van een verdwenene, de liedcyclus waarin de oude Janáček zijn liefde voor een jonge getrouwde vrouw sublimeerde. In Dagboek is die vrouw de zigeunerin Zefka geworden. Maar slechts in drie van de 22 liedjes komt ze aan het woord. Van Parys geeft Zefka een volwaardige stem, met krachtig effect maar subtiele middelen – van een fremdkörper is geen sprake, zo ingenieus zijn haar liederen geënt op Janáčeks idioom en de volksmuziek die hem inspireerde.

Ed Lyon (Janik) en Marie Hamard (Zefka) zingen hartstochtelijk en meeslepend, net als het onzichtbare vrouwentrio. Maar hun mooi raadselachtige bespiegelingen lijden onder het regieconcept van Ivo van Hove. Het bazaardecor staat vol projectoren en fotoapparatuur en het herinneringsthema wordt nog onderstreept door de verdubbeling van Janik-als-oude-man door acteur Hugo Koolschijn. Janik kijkt terug op zijn verzengende liefde en vraagt zich af of hij de juiste keuzes heeft gemaakt. Koolschijn declameert wat (in het Engels) en draagt ten slotte voor uit Janáčeks historische liefdesbrieven. Zo geraffineerd als Van Parys de cyclus muzikaal reliëf geeft, zo grofkorrelig is deze dramaturgische stijlbreuk. Het doet uiteindelijk afbreuk aan de klaarheid en emotionele impact van Dagboek van een verdwenene.

Sportschool

Leuk aan de Operadagen is dat je vaak op onorthodoxe locaties verzeild raakt. Zo moet je voor Liebesleid van Huba de Graaff naar sportschool Fit For Free. Geen lukrake keuze, want regisseur Andreas Scharfenberg weet uit ervaring dat samen sporten ondraaglijk liefdesverdriet verzacht: er komen gelukshormonen vrij. Terwijl rondom getraind en gezongen wordt aan de apparaten vertelt actrice Soetkin Demey het verhaal van haar liefdesbreuk. Ze doorloopt stadia van ongeloof en woede en verdriet, tot er een voorzichtige lach doorbreekt wanneer ze zich afpeigert op de loopband.

De muziek van De Graaff is niet opzienbarend, maar wel effectief: simplistische sportschoolbeats, een passend pompende en zuchtende soundtrack voor trombonesextet. Waar bij Het Kanaal het voorstellingsritme zoek is, overtuigt Liebesleid juist door de organische dramaturgie en het sterke spel van Demey.