Column

Moederdag

Vanwege Moederdag belde ik mijn bejaarde moeder. Wij kwamen weer niet op visite wegens te druk. Op de achtergrond stond de televisie op het hoogste volume, dus we schreeuwden. Ze zat op de stoel bij het raam, schreeuwde ze. Op straat gebeurde niets. Ze had ’s morgens de familie S. ter kerke zien gaan en ook weer terug zien komen. Meneer S. was inmiddels zo krom als een dubbeltje. „Die heeft jicht, ook geen pretje.”

Maar voor de rest gebeurde er dus zo weinig, dat ze er maar niet over uitgeschreeuwd raakte.

De huizen in de nieuwbouwwijk in Velp waar ik opgroeide zijn allang geen nieuwbouw meer. Mijn bejaarde moeder: „Bij iedereen zijn de kozijnen er al uitgevallen.”

Maar de woningen bevielen wel zo goed dat de mensen die er toen woonden er nog steeds in zitten. De moeders dan, want de kinderen zijn – op een treurig geval na – de deur uit en vaders gaan nu eenmaal eerder dood.

Mijn bejaarde moeder: „Iedereen wordt uiteindelijk weduwe en alle kinderen hebben het ontzettend druk.”

Ze begon over een buurjongen die was geëmigreerd. „Naar Canada, die rijdt daar in een Porsche. Ik heb de foto’s gezien.”

Op straat gebeurde nog steeds niets. „Dus de rest heeft ook nog geen visite.” Daarna: „Ik voel me beslist niet alleen.”

„Wat kijk je?”, vroeg ik, want ik moest alles wat ik zei drie keer herhalen. „Dat is Bas Heijne!”, schreeuwde ze terug. „Die is bij Buitenhof. Ik heb mijn gehoorapparaat uit.”

„Waar gaat het over?”, vroeg ik.

„Geen idee”, zei mijn moeder. „Hij heeft een prettige stem. Ik kijk altijd naar Buitenhof, ze schreeuwen tenminste niet.”

Daar ergerde ik me al weer. „Maar je luistert ook niet”, zei ik.

„En straks Feyenoord”, ging ze onverstoorbaar verder, „dat ga ik op de radio luisteren. Dan ga ik een stuk appeltaart eten en dan is het al weer maandag. Weet je wat toevallig is? Dat Rotterdam vandaag precies 77 jaar geleden is gebombardeerd. Alles stond in brand.”

Alsof ze het bombardement wilde nadoen hoorde ik daarna heel veel lawaai. „Dat was ik”, zei ze even later.

Ze was opgesprongen omdat ze een van de andere bejaarde moeders op straat zag lopen, een handeling waarbij de blikken koektrommel op de grond was gevallen. Ze had met haar trouwring tegen het raam getikt, maar er werd niet op gereageerd. „Dus die heeft waarschijnlijk ook het gehoorapparaat uit.

„Helemaal niet erg, ik vermaak me wel.”

Een lief kind was na dit gesprek alsnog in de auto gesprongen.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.