Column

Fontein

Het was een onbezonnen daad om met een herenschoen smerig water te scheppen uit de fontein aan het Hofplein. Het was raar het over je hoofd te gieten en ronduit onverstandig om de schoen aan je mond te zetten en gulzig te drinken.

Dat is wat een kampioenschap van Feyenoord doet. Eerder had ik thuis voor de televisie geschreeuwd bij de doelpunten van Dirk Kuijt en een traan gelaten om het geëmotioneerde gezicht van coach Giovanni van Bronckhorst. Ik stond even niet meer voor mezelf in, maar het behaalde kampioenschap luchtte op. En het water in de fontein bluste mijn verhitte hoofd.

Achttien jaar heb ik met de auto op het Hofplein gereden, nauwelijks oog voor die lelijke fontein. Nu stond ik erin en liet het water tegen mijn borst spuiten. Het verkeer in de omgeving werd omgeleid. Het vertrouwde geluid van tingelende trams en optrekkende auto’s was vervangen door schreeuwende mensen.

Opvallend, het woord ‘Rotterdam’ viel nog meer dan ‘Feyenoord’.

Aanvaller Steven Berghuis vertelde een paar weken geleden dat het elftal zich verantwoordelijk voelde voor heel de stad. Zoveel druk kwam er kennelijk vanuit Rotterdam op het team te staan. De barometer in de stad werd in belangrijke mate bepaald door het wel en wee van Feyenoord.

Ik hoorde afgelopen week dat kinderen rond hun dertiende, veertiende bepalen voor welke club ze zijn. Ik was kennelijk vroegrijp; zo lang ik me kan heugen ben ik al voor Feyenoord. Clubliefde is niet ingewikkeld; er wordt alleen maar eeuwige trouw van je verlangd.

De afgelopen dagen moest ik veel aan mijn moeder denken. Ze is al een tijdje dood. Met haar was ik als jongen in 1970 op de Coolsingel toen Feyenoord de Europa Cup won. We stonden vlakbij een hoge zuil van een kantoorgebouw, schuin tegenover het bordes van het stadhuis.

Mijn moeder groeide op in een groot boerengezin. Ze trok in de jaren vijftig naar Rotterdam, stad in wederopbouw. Mijn moeder hield van voetbal en kon hartstochtelijk meeleven. Geen kwaad woord over Rotterdam. Misschien heb ik het van haar, dat belijden van club en stad.

Clubliefde trekt een spoor door je leven. Naast opvoeding, school, vriendschappen, literatuur en muziek, bepaalt een favoriete club ook hoe je in het leven staat. In het geval van Feyenoord werd je geduld de afgelopen decennia op de proef gesteld. Fatalisme is een tweede natuur geworden.

Weer thuis na de fonteinscène gooide ik mijn natte kleren op een hoop en ging onder de douche staan. Schoon, warm leidingwater. Langzaam liep de euforie weg in het afvoerputje. Wat er bleef hangen van het kersverse kampioenschap? Een voldaan, ontspannen gevoel. Niet meer die onzichtbare hand die bij iedere competitiewedstrijd in mijn nek kneep.

Rotterdam kwam de afgelopen jaren met stip binnen op allerlei lijstjes. Als interessante architectuurstad, een moderne metropool met goede musea, winkels, restaurants. In Rotterdam vinden veel mensen de voetbalcompetitie het belangrijkste lijstje. Het kampioenschap doet de Rotterdammers achteroverleunen.

Er mag zowaar even genoten worden.

Ik wil nog één apparaat hartelijk bedanken: mijn espressomachine. Bijgelovig als ik ben, heb het afgelopen seizoen in de keuken mijn linkerhand minutenlang aan de pistongreep gehouden. Een kwartier soms. Zo lang als ik dat ding beethield, verloor Feyenoord niet. Dacht ik. Gekmakend was het.

Dwanggedachten mogen eindelijk uit het hoofd. Espresso maken en Feyenoord hebben niets met elkaar te maken. Ik weet nu: vertrouw op Dirk Kuijt en alles komt goed.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.
Twitter avatar wilfrieddejong Wilfried de Jong Kampioen! In de fontein van Hofplein. In Italiaans pak en het mooiste clubshirt van Nederland. #feyenoord https://t.co/gLyNlBc8Ud