Eerst dronken, dan weer burgemeester

Tweede-kans-burgemeesters

Jean Paul Gebben (VVD) was burgemeester in Renkum, dronk te veel, vertrok, en start nu als burgervader van Losser. „Hij past in het profiel.”

Foto Gert Budding/ANP

Een nieuwe burgemeester die in zijn vorige gemeente dronken werd tijdens een piketdienst. Voor inwoners van het Twentse Losser lijkt dat geen probleem. „Liever een beschonken VVD’er dan een brave SGP’er”, zegt Jan Riesewijk, een regionaal bekend acteur en buutreedner met het Losserse carnaval. „Die bourgondische stijl past wel bij ons. Een paar glazen te veel is zo erg niet, vind ik. Zwendel, mishandeling en valsheid in geschrifte zijn veel erger.”

Een stapavond met zijn zoon en diens vrienden kostte Jean Paul Gebben (52 jaar, VVD) vorig jaar zijn baan als burgemeester van het Gelderse Renkum, vlak bij Arnhem. Hij had te veel gedronken, en dat hij piketdienst had, was hij „vergeten”. Op sociale media verscheen een foto waarop een meisje, een vriendin van zijn zoon, dicht tegen hem aan stond.

De gemeenteraad van Renkum nam het hoog op. Gebben had het ambt te zeer beschadigd. De verstoorde verhouding was niet meer te herstellen, concludeerde Geert Jansen, oud-commissaris van de koningin in Overijssel, die was ingeschakeld als ‘verkenner’.

Gebben stapte op.

Deze maandag – dertien maanden later – gaat hij weer aan de slag als burgemeester, deze keer als waarnemend burgemeester van Losser, grensgemeente in Overijssel. Gebben is „ontzettend blij” met die tweede kans, ook al is het maar voor acht tot negen maanden. Het ambt van burgemeester is voor hem „een roeping waar geen baan in het bedrijfsleven tegenop kan.”

Over zijn faux pas zegt hij nu: „Het had niet mogen gebeuren, en al helemaal niet tijdens een piketdienst.” Hij heeft zijn lesje geleerd. „Wat mij is overkomen, gebeurt mij nooit meer.”

Hij is niet de enige in opspraak geraakte en opgestapte burgemeester die opnieuw in het ambt wordt benoemd – al dan niet tijdelijk. Mannen als Harry de Vries (Lingewaard, nu Neerijnen), Rob Bats (Haren, nu Steenwijkerland), Peter Rehwinkel (Groningen, nu Zaltbommel) en Alex van Hedel (Neerijnen, nu Brummen) zijn ook ‘tweede-kans-burgemeesters’.

Ruud van Bennekom, directeur van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters, noemt nog Fons Hertog, Maria Wiebosch en Arie Noordergraaf. Hertog nam in 2006 ontslag in Haarlemmermeer na de Schipholbrand. Hij werd in 2012 benoemd in Huizen. Wiebosch moest in 2012 vertrekken uit Hardinxveld-Giessendam wegens budgetoverschrijding bij de verbouwing van de raadszaal. Ze was daarna waarnemer in Zwijndrecht. Noordergraaf kreeg geen tweede termijn in Soest – want arrogant en solistisch bevonden – en is nu waarnemer in Woudrichem.

Nieuwe kansen

Een trend? „Je ziet dat waarnemers worden benoemd, bijvoorbeeld omdat er problemen zijn in een gemeente of omdat er sprake is van een fusiegemeente”, zegt Marcel Boogers, hoogleraar regionaal bestuur aan de Universiteit Twente. „Voor de functie van waarnemer valt de keuze meestal op door de wol geverfde burgemeesters, en ja, die zijn vaak ergens anders vertrokken.”

In 2016 werden ongeveer dertig waarnemers aangesteld, volgens gegevens van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters. Losser zocht een waarnemend burgemeester nadat de vorige, Michael Sijbom, een andere baan had aangenomen.

Dat in opspraak geraakte bestuurders een nieuwe kans krijgen, wordt niet altijd begrepen. Peter Rehwinkel, die als burgemeester van Groningen veel kritiek kreeg, moest het opnieuw ontgelden toen hij onlangs in Zaltbommel werd benoemd. „Lag Google er de afgelopen jaren uit in Zaltbommel ofzo?”, vroeg de Groningse CDA-fractievoorzitter René Bolle zich af in Dagblad van het Noorden. SP-fractievoorzitter Jimmy Dijk had „medelijden met de bevolking van Zaltbommel”.

De aanstelling van Loek Hermans – geen ex-burgemeester, maar afgetreden als VVD-fractievoorzitter in de Eerste Kamer wegens wanbeleid bij thuiszorgorganisatie Meavita – als waarnemer in Zutphen ging in 2015 niet door. De Gelderse commissaris van de koning, Clemens Cornielje, zag hem graag de stad besturen, maar inwoners van Zutphen kwamen in verzet. Ze wilden iemand van onbesproken gedrag.

Een spontane handtekeningenactie op petitie.nl leverde in een mum van tijd tweeduizend handtekeningen op, tegen Hermans. Inge Schultze die het initiatief nam, hoorde over de benoeming en dacht: „Dit kan niet waar zijn. Ik heb zelf bij de politie gewerkt en dan is onbesproken gedrag heel belangrijk. Een burgemeester moet van onbesproken gedrag zijn”, zei ze tegen Omroep Gelderland.

Geen vast beleid

De commissarissen van de koning die verantwoordelijk zijn voor de benoemingen van Rehwinkel en Gebben – Cornielje in Gelderland en Ank Bijleveld in Overijssel – zijn stellig: burgemeesters die fouten hebben gemaakt, kunnen in het ambt terugkeren. „Iemand die leert van zijn fouten is misschien wel waardevoller dan iemand die nooit een fout maakt”, zegt Bijleveld.

De woordvoerder van Cornielje vindt ‘tweede-kans-burgemeesters’ een „rot-term”. „Daar hangt een zweem van mislukking omheen, terwijl het vaak alleen maar ergens niet goed is gegaan. Als iemand ergens moest vertrekken, is hij of zij niet per definitie ongeschikt voor het ambt.” Het is geen vast beleid van de Gelderse commissaris om tweede-kans-burgemeesters te benoemen. Zijn woordvoerder: „Hij kijkt naar kwaliteit en capaciteiten.”

Hoogleraar regionaal bestuur Boogers vindt het terecht dat burgemeesters een tweede kans krijgen. „Je ziet dat ze soms lang goed functioneren, maar dat dan het krachtenveld verandert, de politieke context wijzigt, en dat ze dan hebben afgedaan. Dan is één bananenschil genoeg. Dat is Gebben overkomen; zijn misstap zou hem nooit zo zwaar zijn aangerekend als hij voldoende politieke steun had gehad. Het is in zo’n situatie niet terecht om te zeggen: je hebt voor altijd afgedaan. Het zijn daarmee geen waardeloze of slechte burgemeesters geworden.”

In de ogen van Douwe Jan Elzinga, hoogleraar constitutioneel organisatierecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, zijn de ‘tweede-kans-benoemingen’ een gevolg van de verandering van het burgemeestersambt. „Het beeld van een burgemeester die boven de partijen staat, is aan het kantelen. Het ambt wordt steeds meer een politieke functie, waar vertrouwen van de gemeenteraad voor nodig is. Een burgemeester kan op elke grond, of zelfs zonder reden, worden weggestuurd.”

Elzinga zegt daarom begrip te hebben voor commissarissen die afgetreden oud-burgemeesters weer benoemen. „Dat signaal is goed. Als je een keer moeilijkheden hebt gehad, mag het niet zo zijn dat je politiek bestuurlijk bent uitgeschakeld. Anders wil niemand meer in het openbaar bestuur werken.” Hij heeft wel bedenkingen bij de herkansing voor De Vries, met een veroordeling voor valsheid in geschrifte. „Dat vind ik een ingewikkelde.”

Wachtgeld

De Overijsselse en Gelderse commissarissen benadrukken dat de door hen benoemde ‘tweede-kans-burgemeesters’ naar volle tevredenheid functioneren. Brummen „loopt weg” met waarnemer Hedel (gestruikeld over gedoe rond zijn verhuizing), Bats (falend bij Project X-rellen in Haren) „doet het prima” in Steenwijkerland en de benoeming van De Vries (declaratiefouten) is „in goede aarde gevallen”. Dat de misstap van De Vries leidde tot een boete van justitie, was voor de Gelderse commissaris geen reden om hem niet te benoemen. Zijn woordvoerder: „Die boete is betaald.”

Commissaris Bijleveld wijst op de taak van de overheid als werkgever – opgestapte burgemeesters krijgen wachtgeld. „Wij zijn er om ze weer aan het werk te helpen.” Dat argument klinkt ook in Losser. Twee oudere dames op een terrasje in het dorp hebben geen bezwaar tegen de komst van Gebben. „Laat hem liever wat doen, beter dan wachtgeld”, reageert de jongste van de twee.

De vertrouwenscommissie in Losser zag geen reden om Gebben af te wijzen, zegt voorzitter Lies ter Haar. „Je moet daar zwaarwegende argumenten voor hebben, en die hadden we niet. Hij past in het profiel. Hij heeft veel bestuurlijke ervaring en hij kent de streek.”

Gebben zelf kan zich wel voorstellen dat er mensen zijn die moeite hebben met zijn terugkeer als bestuurder. „Die wil ik graag uitnodigen om met mij in gesprek te gaan.”