Commentaar

Wij zijn een van velen

En weer is de menselijke evolutie complexer dan we dachten. Afgelopen week bleek Homo naledi, met zijn kleine brein en kromme klimvingers, slechts een paar honderdduizend jaar oud, en dus niet een paar miljoen. Deze ineens nabije Homo-neef naledi zouden wij kunnen afdoen als het laatste restje van een ver verleden, dat het toevallig volhield tot in onze tijd: het tijdperk van supermens Homo sapiens, bekroning van miljoenen jaren evolutionaire vooruitgang, in wiens zelfbewustzijn zelfs het heelal eindelijk zichzelf onder ogen komt – zoals de filosoof Thomas Nagel wel eens betoogde.

Nou, mooi niet, zoals Lucas Brouwers verderop in deze bijlage uitlegt. Er is echt niks onvermijdelijks aan die opmars van ons, Homo sapiens. De aangroeiende baaierd aan mensensoorten rond twee à drie honderdduizend jaar geleden toont dat perfect aan. We zijn een van velen.

Dat leven relatief gemakkelijk kan ontstaan, bleek al 3,8 miljard jaar geleden. Terwijl de aarde nog nasiste van zijn ontstaan, verscheen al het eerste leven. Maar bewust leven, met diepe ervaring en eindeloze discussies in je hoofd en met anderen, dát kwam er pas met laatkomertje sapiens, (en misschien ook de Neanderthaler). En zelfs die bijzondere eigenschap maakte ons dus tot voor kort niet veel succesvoller dan andere, nabije Homo-soorten. Als je 230.000 jaar geleden over de aarde vloog, zou je dan werkelijk denken dat Homo sapiens het pleit wel zal winnen? Even goed zou nu de mensenwereld kunnen bestaan uit naledi’s en Floresmensjes. Nergens steden, geen landbouw, maar wel overal gevarieerde Homootjes.

Over deze variatie schreef bioloog en Nature-editor Henry Gee een fijne science fiction-serie, de Sigil Trilogy (2012), vol teruggevonden Neanderthal-beschavingen en een haast eindeloze optocht van ándere mensensoorten die toch nog ergens in bossen blijken te overleven. Fictie, maar een goede les in menselijke bescheidenheid.