Was dit een campagne van NRC? Nee, maar het leek er wel veel op…

Campagnejournalistiek is ook een vak. Je moet het willen, maar je moet het ook kunnen. Britse tabloids beheersen als geen ander de kunst om feiten tot loopjongens te maken van een bulderende mening, die er met alle middelen – logo’s, oproep- en uitroeptekens – wordt ingehamerd.

Voerde NRC de afgelopen week campagne tegen weblogs GeenStijl en Dumpert?

Na de publicatie van een petitie van opinie-auteurs aan bedrijven en organisaties om zich te beraden op hun advertenties bij GeenStijl, regende het vragen en klachten van lezers. Wil NRC GeenStijl „monddood” maken, of er adverteerders wegtrekken?

Zo’n veertig lezers belden om hun abonnement op te zeggen. Dat lijkt niet veel op een paar honderdduizend, maar het is uitzonderlijk. Ze werden te woord gestaan door de afdeling klantenservice met hulp van een vraag-antwoord-formulier. Nee, NRC wilde geen „broodroof” plegen. Nee, de krant bepleitte in het Commentaar ook geen censuur, wel vond die het „niet slecht” dat adverteerders zich bezinnen.

Nog even in het kort wat voorafging: columnisten Rosanne Hertzberger (NRC) en Loes Reijmer (de Volkskrant) werden doelwit van GeenStijl nadat ze kritiek hadden geuit op het seksisme van dat blog. Hertzberger vroeg adverteerders, zoals Defensie, of ze hun naam daaraan wilden verbinden. Reijmer haakte in met een column over het „schaamroze universum” van GeenStijl. Enkele organisaties zeiden geschrokken hun advertenties te heroverwegen.

Dát deed pijn. GeenStijl sloeg terug door een foto van Reijmer te publiceren, met de oproep te laten weten wie haar wilde „doen”. Het leidde tot een dump aan pornografische vleeskeuringen en verkrachtingsfantasieën. Toen volgde de petitie, een initiatief van drie (niet-NRC) journalisten, die vrijdag online ging op nrc.nl en volkskrant.nl en zaterdag op de opiniepagina’s van beide kranten verscheen.

Nu houden lezers er niet van als media elkaar de maat nemen – hebben ze niks beters te doen? – maar hier speelt toch wel wat meer.

Allereerst, dit was nieuws. De petitie is opmerkelijk, omdat GeenStijl voor het eerst zo openlijk en zonder krampachtige ironie (lachen om je eigen vernedering – leuk!) de wacht aangezegd kreeg, op een manier die doel trof: via de adverteerders, geld dus.

Maar de ophef legde ook eens te meer bloot dat het expressionisme à la Tourette van GeenStijl geen tijdloze kleedkamerhumor is, maar een eigentijdse vorm van machtsuitoefening. GeenStijl is een invloedrijke speler in de strijd om opiniemacht in Nederland. Met effect, het blog boezemt vrees in.

Een Hollandse traditie is dat intussen wel: lompheid als morele deugd, zoals Ian Buruma dit type humor ooit noemde: we zijn grof maar tenminste éérlijk! Uiteraard verweet GeenStijl, net als PVV-humorist Martin Bosma, de media die de petitie plaatsten dan ook ‘hypocrisie’. Bewijsstuk: een vijf jaar oude fotoreportage op nrc.nl over ‘de mooiste billen van Brazilië’. Tja – nu werd lezers van NRC niet gevraagd of ze die billen ook zouden „doen”, maar inderdaad, heel erg Lux et Libertas was dat toen niet, nee – vond ook de hoofdredacteur, die de reportage ongepast vond. Maar hypocrisie lijkt me toch eerder: seksuele agressie verpakken en verkopen als geintje.

Dan de campagnejournalistiek. Is het de taak van een krant om actie te voeren en hééft NRC dat hier gedaan?

Eerst de gang van zaken. Mede-ondertekenaar Hertzberger speelde de petitie, die toen al in de Volkskrant zou komen, op dinsdag toe aan NRC. De opstellers wilden meer media benaderen. De krant besloot het stuk die zaterdag op te nemen in Opinie & Debat – mét een op verzoek gemaakt tegenstuk van GeenStijl-adept Annabel Nanninga, die vindt dat de vrouwen niet moeten zeuren over verkrachtingsfantasieën.

Op donderdag was er verslaggeving over de controverse, met wederhoor van GeenStijl. Althans, de mediaredacteur die het stuk schreef vroeg commentaar van GeenStijl en kreeg dit persklare antwoord: „Tiefstraal op met je nazi-krant, gore NSB’er.” Helder, en genoteerd. Tot zover zie ik geen campagne.

Maar op vrijdag ging de zaak wel compleet los, toen de petitie bleek gelekt naar GeenStijl. Die middag kwamen op nrc.nl zowel de petitie als het stuk van Nanninga én een ondersteunend hoofdredactioneel commentaar over de zaak online. De oproep aan adverteerders werd opening site, een plek die normaal is voorbehouden aan groot tot nucleair nieuws – en aanvankelijk zonder de toevoeging ‘opinie’.

Ja, dan vraag je erom – meteen die avond kwamen de eerste opzeggingen, die uiteindelijk opliepen tot zo’n negentig (waarvan vijftien werden behouden). Een teken dat de manier waarop dit werd gebracht, door de lezers werd opgevat als campagne van NRC – en al was het niet zo bedoeld, als iets loopt en kwaakt als een eend, is het tenslotte ook een eend.

Terwijl de krant intern nu juist terughoudend wilde zijn. Op vrijdag raadde de hoofdredacteur redacteuren per mail af de petitie te ondertekenen. Het stond hun vrij, maar hij was nadrukkelijk beducht voor de „neutraliteit” van de krant. Uiteindelijk tekenden zeven redacteuren (en vier columnisten).

Die beduchtheid is begrijpelijk (het Stijlboek verbiedt redacteuren hun naam te verbinden aan actiegroepen, al kun je erover twisten of dat voor dit geval geldt), maar tegelijk sprak het commentaar van de krant zich nu juist onverkort uit vóór de actie (Goed dat bedrijven scheldsites niet langer willen sponsoren, 6 mei). Worden redacteuren ontmoedigd zich te scharen achter de mening van de eigen krant?

Dat hoeft geen tegenspraak te zijn. Mocht het commentaar ooit de Jagersbond KNJV steunen, dan wil dat nog niet zeggen dat redacteuren er lid van moeten worden. Onpartijdigheid is een journalistieke deugd. Alleen, in dit geval ging het vooral om een uiting van solidariteit met beschimpte collega’s. Dan is het inderdaad vooral aan individuele redacteuren om te beslissen of ze er hun naam aan willen verbinden.

Onbekend met collegiale petities is NRC zelf ook niet: op nrc.nl verscheen onlangs een oproep van journalisten aan de Israëlische regering, uit protest tegen het afgedwongen vertrek van NRC-correspondent Derk Walters uit Israël (‘Israël, draai die beslissing terug’, 4 mei). Ondertekend door drie voormalige NRC-correspondenten, van wie twee nog in dienst.

Moet NRC ‘neutraal’ zijn? Nee, maar wel objectief.

Een krant heeft een maatschappelijke positie, die als het goed is doorklinkt in keuze en hiërarchie van onderwerpen en die expliciet gemaakt wordt in het Commentaar. Maar objectief in de berichtgeving moet de krant wél zijn, dat wil zeggen dat feiten niet op maat worden gesneden van meningen.

Dat NRC over de treiterjournalistiek van GeenStijl feitelijk bericht en zich er in het commentaar tegen keert, is terecht en past daarbij – gescheiden. Maar door de impulsieve productie op vrijdagmiddag, met een actie-oproep gebracht als nieuws-van-de-dag, liet de krant de deur open voor de verdenking van campagnejournalistiek met commerciële motieven. Les: in het snel ontvlambare universum online wordt het karakter van de krant nu even goed gedefinieerd als op de bast van dode bomen. Dat stelt nieuwe eisen aan presentatie en maatvoering.

Soms moet je dan ook eens níét meteen voluit willen gaan, maar doseren – ook, of juist, voor een zaak die de krant ondersteunt.

Reacties: ombudsman@nrc.nl