Column

Toevallig

Het woord ‘toevallig’ wordt vaak op beschuldigende toon uitgesproken. Er wordt gelijk mee gehaald. Het wordt gebruikt als het omgekeerde van toeval. „Ik heb er anders wel in mijn eentje voor gezorgd dat de hele auto alvast is ingepakt voor de vakantie. Toevallig.” Er zit iets in van ‘jij denkt dat alles maar vanzelf gebeurt, terwijl ik me loop uit te sloven’. Toevallig is het wapen van de passieve agressieveling.

Het echte toeval, dat wat je toevalt, is natuurlijk veel mooier. Zo mooi, dat mensen bereid zijn toeval te zien in bijna alles. In De Telegraaf stond een artikeltje over de autistische jongen Martijn, die was verdwenen, maar in Thailand was teruggevonden. In dit artikel staat de volgende zin: „Een vriend van een collega van Martijns moeder was toevallig op 700 kilometer van Bangkok.” Inderdaad, wát een toeval. Dat je moeder een collega heeft, die weer een vriend heeft, die zevenhonderd kilometer van je verwijderd is.

Dat iemand bereid is om dit als een gelukkig toeval te zien, zegt iets moois over de mensheid. We kennen allemaal de verhalen over jeugdvrienden die elkaar tegenkomen op de Kilimanjaro, waarna blijkt dat ze eigenlijk ook al vijf jaar bij elkaar om de hoek wonen. Het soort verhalen waar je alleen maar op kan reageren met: „Wow, ja. Ongelooflijk.” Maar daarmee is het verhaal dan ook af. Zijn deze mensen, door dit soort toeval, voor elkaar bestemd? Niet bepaald.

Het soort toeval dat nauwelijks toeval is, dat er met de haren bij gesleept is, is beter. Hier is actief geprobeerd het leven gewilliger te maken. „Ik moest naar de tandarts en toen werd daar iemand geroepen die toevallig dezelfde achternaam had als de huisgenoot van Robert… en toen dacht ik: nee, ik moet tóch met Robert door.” Omdat het soms moeilijk is om zelf een keuze te maken, dwingen we het toeval om ons te helpen. Het toeval doet ondertussen maar wat. Maar dat houdt ons niet tegen.

is cabaretier en schrijver.