Te rusteloos om ergens te blijven

Victor Arditi (1933-2017) werd overal waar hij kwam een gewilde tolk of gids. Aan het eind van zijn leven keerde hij terug naar Den Haag.

Victor Arditi, een man van sterke verhalen in het koffiehuis. Foto rechts Jacqueline de Haas

Oud, berooid, maar ongebroken. Victor ‘Zorbas’ Arditi was een opvallende verschijning in de Turkse koffiehuizen van Den Haag. Een man vol sterke verhalen. Na dertig jaar afwezigheid was hij terug tussen de Turkse gastarbeiders, nu net als hij de tachtig gepasseerd.

Hij zette zich in voor hen, en voor hun kinderen en kleinkinderen. „Victor kende de weg”, zegt Yakup Demir, die hem bijna dagelijks vergezelde van loket naar loket: „Hij hielp iedereen met formulieren, net als vroeger. Inburgering. Rijbewijs. Huurtoeslag. Victor liet zich niet afschepen.” Als ze weer eens werden weggestuurd bij het stadhuis, klaagde Arditi : „Bel maar voor een afspraak, zegt de ambtenaar. Terwijl zo’n gezin niets te eten heeft!”

Hij werd in 1933 geboren in de Turkse havenstad Izmir. Het gezin had naast Turkse, ook Joodse en Griekse wortels; hij werd meertalig opgevoed. Na de oorlog verhuisden ze naar Israël. Daar volgde Arditi een pilotenopleiding in het leger. „Maar hij was rusteloos”, vertelt zijn nicht Rebecca Molina uit Tel Aviv. „Hij kon zich overal redden, maar wilde ook altijd weer weg.”

Arditi trouwde met een Nederlandse vrouw en belandde in Den Haag. Begin jaren 60 werkte hij als lasser bij de Haagse metaalfabriek Van Heijst. Met de zestien talen die hij sprak ontwikkelde hij zich al snel tot tolk voor de Turkse, maar ook voor Spaanse, Griekse en Italiaanse gastarbeiders. Toen de fabriek failliet ging, vond Arditi voor „zijn mannen” nieuw werk bij sigarettenfabriek Laurens. „Hij was een ongrijpbare, mysterieuze man,” vertelde zijn baas later aan de Haagse Courant, „maar hij zorgde er wel voor dat er Turken kwamen”.

Er was een groot tekort aan arbeidskrachten. Arditi werd meegevraagd als tolk op wervingsmissies van het ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid. Voor de aanleg van de Maasvlakte werden Spanjaarden gecontracteerd. Al na een week brak een wilde staking uit, kon Arditi smakelijk vertellen. De Spanjaarden eisten bier en wijn bij de lunch – ze werden op de trein naar huis gezet.

Naast zijn tolkwerk begon Arditi in de Schilderswijk een Turks reisbureau en een restaurant. Hij bemiddelde bij de omvorming van een leegstaande synagoge tot moskee. „Hij was zeer intelligent,” zegt zijn zoon Maurice, „maar niet altijd even slim. Hij was altijd mensen aan het helpen, soms ten koste van zijn eigen belangen”.

Door de oliecrisis van 1973 stagneerde de groei en de werving van contractarbeiders werd stopgezet. Een hoge ambtenaar van Sociale Zaken vroeg Arditi wat te doen met gastarbeiders die werkloos werden. Arditi was tegen een generaal pardon en tegen gezinshereniging. Hij pleitte voor een pragmatische benadering: wie zich wist te redden mocht blijven, de rest kon maar beter terug.

Dat werd hem niet in dank afgenomen. „Ze vonden mij asociaal”, vertelde hij later. „Ik was opeens geen echte Turk en mocht niet namens de gemeenschap spreken. Ik kreeg geen opdrachten meer en zat met mijn vrouw en twee jonge kinderen zonder inkomen. Ik was totaal afgeschreven.”

Zijn huwelijk liep op de klippen, zijn zaak ging failliet. Begin jaren 80 was hij opeens verdwenen. Hij was naar Kreta gegaan en bouwde een nieuw leven op als gids. „Wij gingen er elke zomer op vakantie”, zegt dochter Esther. „Hij had er toch weer wat van gemaakt. Restauranthouders betaalden hem om te komen eten, omdat hij klanten aantrok.”

Met rondleidingen op de voormalige leprakolonie Spinalonga maakte hij indruk op toeristen. Hij werd gegrepen door dit ‘eiland der verdoemden’, schreef er boeken over en verscheen op televisie. „Maar de Griekse autoriteiten vonden zijn verhaal te negatief”, vertelt zijn schoondochter Marja. „Daarom raakte hij als gids steeds meer op een zijspoor.”

Sinds 2011 was hij terug in Nederland en zette zich in voor wat hij „de melaatsen van deze tijd” noemde: migranten zoals zijn oude Turkse vrienden. De integratie was volgens hem mislukt en dat was de schuld van de overheid, die vroeger te soft was en nu was doorgeslagen naar de andere kant. Arditi voelde zichzelf ook buitengesloten, maar hij bleef strijdbaar.

„Zelfs voor ons was hij een mysterieuze man”, zegt zijn schoondochter. „In zijn laatste jaren zijn de muren geslecht en hebben we hem echt leren kennen.” Arditi overleed na een hartaanval in een Haags ziekenhuis op 18 april.