Column

Stadsvogels

Het valt niet mee, maar het lijkt me beter om het F-woord op dit moment even te mijden. Ze zoeken het maar uit daar in de Kuip, die rellende supporters hebben me vorige week alle lust ontnomen. Ik lig er niet meer wakker van. Waar ik wel wakker van lig, om het dus maar even niet over voetbal te hebben, zijn de parende houtduiven in de boom voor mijn slaapkamerraam. Niet omdat de duifjes er hartstochtelijk bij kreunen, hijgen of koeren, wel vanwege dat wilde en luidruchtige geklapwiek van hun vleugels, waarmee ze gedurende de vrijpartij op een wiebelig berkentakje hun evenwicht proberen bewaren. Dat gerommel en gefladder neemt soms wel een half uur in beslag, waarna ik klaarwakker ben. Ik heb ze al eens verjaagd met een bezem en een hark, maar onze berk blijkt een populaire afwerkplek want ze (of een ander stel?) keren telkens terug. Het afzagen van takken gaat me te ver en dus lig ik iedere ochtend in mijn kussen te bijten van ergernis en zit er niks anders op dan het einde van het paarseizoen af te wachten. Nog een geluk dat mijn man die roep van de natuur niet als zodanig herkent.

Dan die jaarlijks terugkerende, weerzinwekkende verkrachtingsscènes bij ons in de singel, waar groepjes geile woerden op meedogenloze wijze alleengaande vrouwtjes overmeesteren of net zolang achtervolgen tot ze zich uitgeput overgeven. Ook daar heb ik met bezems en takken geprobeerd de boel uit elkaar te jagen, maar ook dat is onbegonnen werk. Verstandiger is het om gewoon even de andere kant op te kijken, het is de natuur tenslotte, maar het geeft me voor de rest van de dag een knagend schuldgevoel. Ook de kraaien in onze buurt hebben het er, net als die altijd ruziemakende eksters, druk mee. Die veroorzaken in onze binnentuinen weer onrust door groepsgewijs op het balkon van een buurvrouw plukjes schapenwol te trekken uit het schapenvel in haar tuinstoel, waarschijnlijk bedoeld als nestmateriaal. Dat kleedje is al zo goed als kaalgeplukt en de buurvrouw zal straks raar opkijken als ze van vakantie terugkomt.

Ik vraag me serieus af wat al die wilde vogels eigenlijk in een grote stad als Rotterdam te zoeken hebben, behalve de gemorste frietjes van Bram Ladage? En het lijken er wel steeds meer te worden. Zeemeeuwen die vuilniszakken opentrekken en auto’s onderschijten, krijsende halsbandparkieten die met honderden tegelijk in stadsbomen bivakkeren, een verdwaalde slechtvalk in het Museumpark die platgereden konijntjes van de weg plukt, de ooit zo parmantige ooievaars uit Diergaarde Blijdorp die zich als aasgieren op de rottende barbecueresten in het Vroesenpark storten. Wat moeten ze hier? Kunnen we ze niet verjagen naar een groot weiland ver buiten de stad (samen met die rellende Feyenoordsupporters!), waar ze zich met z’n allen fijn kunnen uitleven? Zijn we daar vanaf. En kan ik weer rustig slapen.

(@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.