Column

Soms is strafrechtelijk waarzeggen gewenst

Onlangs kwam ik in de oratie van Jan de Keijser, hoogleraar criminologie in Leiden, het begrip ‘strafrechtelijk waarzeggen’ tegen. De neiging van strafrechters een voorschot te nemen op wat een dader in de toekomst nog zou kunnen misdoen. In Nederland kennen we bijvoorbeeld de Inrichting voor Stelselmatige Daders, waar ‘kleine’ veelplegers minimaal twee jaar vastgezet kunnen worden. Wat overigens dat type criminaliteit echt schijnt te dempen. Daarbij is er wel altijd een kans dat er ook mensen uit de roulatie worden genomen die helemaal niet crimineel gebleven zouden zijn. Maar het ‘controleperspectief’ is al een poosje dominant, noteert De Keijser. En dus nemen we ook onnodig straffen voor lief. Hij pleit ervoor om terug te keren naar de klassieke benadering waarin je iemand straft voor wat hij gedaan heeft, niet voor wat hij nog zou kunnen gaan doen.

In theorie ben ik het daar mee eens. Maar de praktijk is weerbarstig. Onlangs zat ik bij de zaak tegen X., verdacht van verkrachting, mishandeling en geweld. X. had in september in de kroeg een beschonken jonge vrouw gezien, was achter haar aan gefietst en viel haar bij het ouderlijk huis bruut aan. Dat ging met zoveel geschreeuw gepaard dat de gewaarschuwde politie binnen een paar minuten ter plaatse was. Het slachtoffer was al zwaar mishandeld, maar had haar kleren nog aan. Gered op het laatste moment, zo lijkt het, van een halfnaakte verwarde kerel die midden in een woonwijk een meisje wilde pakken. En dat ook deed.

Het slachtoffer probeert sindsdien van de schok te herstellen. ’s Avonds de deur uit zat er nog niet in, vertelde de officier. X. zat inmiddels een half jaartje in de cel en was door allerlei gedragswetenschappers bekeken. Een ernstig gedragsgestoorde persoon, die eerder voor verkrachting zowel was veroordeeld als een keer vrijgesproken. Opgegroeid in een jeugdinrichting, misbruikt en mishandeld als kind, sindsdien een marginaal bestaan, verhuisd van Curaçao naar Nederland, alcoholverslaafd, instabiel, veeleisend, wantrouwend, gebrekkig geweten, laag IQ.

Was ik voor die man bang? Nou en of. In ieder geval voor wat hij anderen nog zou kunnen aandoen. Je primaire instinct is om zo iemand zo lang en zo ver weg mogelijk op te sluiten.

Dus toen de inwoners van Kampen vorige maand hun burgemeester een ‘avondklok’ lieten beloven na een nog veel akeliger verkrachting door een Eritrese vluchteling, kon ik me daar iets bij voorstellen. Hoewel ik weet dat zo’n avondklok schijnveiligheid biedt. Asielzoekers zijn niet ‘crimineler’ dan anderen – burgemeester Wienen (Haarlem) vertelde vorige week in De Balie dat het azc in zijn vorige gemeente ongeveer de helft minder politiemeldingen had dan een doorsnee woonwijk. Verder gaat criminaliteit meestal niet op reis – geweld, diefstal, aanranding blijft doorgaans binnen de eigen groep. Slachtoffers van criminaliteit in azc’s zijn dus meestal ándere asielzoekers. Een avondklok is vooral stigmatiserend – het suggereert causaliteit, terwijl er alleen een incidenteel verband is. Dit heet pech. En dat zou niet moeten mogen, maar ja… Intussen begrijp ik de emotie dat na zo’n aanranding er iets moet gebeuren heel goed.

Bij X. ging het dus om de vraag of tbs ‘met voorwaarden’ voorafgegaan door celstraf voldoende beveiliging, preventie en vergelding zou bieden. Waarbij het de rechter dus vrijstond om meteen dwangverpleging op te leggen – dus tbs zónder voorwaarden. De vraag was derhalve of X. zichzelf voldoende in de hand heeft om binnen een behandelprogramma te blijven. Of zouden alle impulsen en instincten hem te veel worden?

Enfin, X. kreeg dus nog een kans, wat op zich mooi is en humaan en zo. Naast een celstraf van de geëiste 18 maanden ging hij akkoord met een waslijst van 14 instructies. Ter zitting werden er nog twee aan toegevoegd. Zondigen tegen één ervan zou dwangverpleging betekenen. Het was een fraai staaltje strafrechtelijk maatwerk in risicotaxatie en –management. Maar het was ook een vorm van strafrechtelijk waarzeggen. Tussen hoop en vrees, vermoed ik. Blij dat ik het niet hoefde te beslissen.